De Hymne van Caedmon is een zevende-eeuws allitererend gedicht van Caedmon, dat wordt beschouwd als de oudste bewaard gebleven poëzie in het Oudengels. In negen verzen geeft het een lofzang op God de Schepper.

Totstandkoming Het gedicht en zijn auteur zijn alleen bekend door de Historia ecclesiastica gentis Anglorum van Beda de Eerbiedwaardige. In boek IV, hoofdstuk 24 daarvan wordt Caedmon beschreven als een ongeletterde veehoeder van de abdij van Whitby, die dankzij een goddelijk geïnspireerde droom een productief dichter werd. Hij dichtte 's nachts in de volkstaal en droeg zijn liederen 's anderendaags voor, zich begeleidend op de harp. Voortgaand op Beda's informatie is de compositie te dateren tussen 657 en 680.Seth Lerer, Inventing English. A Portable History of the Language, Columbia University Press, 2007, p. 12

In de christelijke hymne van Caedmon schemeren nog concepten uit de Germaanse mythologie door, zoals Midgaard.Seth Lerer, Inventing English. A Portable History of the Language, Columbia University Press, 2007, p. 16 Metrisch en stilistisch is het nog volop Germaans.Daniel Paul O'Donnell en Dawn Collins, Cædmon's Hymn. A Multimedia Study, Archive and Edition, 2005, p. 60

Overlevering Beda zelf gaf de tekst alleen in Latijnse vertaling, maar kopiisten en glossatoren voegden het Oudengelse origineel toe, dat circuleerde binnen de orale traditie.Katherine O'Brien O'Keeffe, "Orality and the Developing Text of Caedmon's Hymn" in: Speculum, 1987, nr. 1, p. 1-20. Het is overgeleverd in 23 manuscripten (waarvan er één alleen nog in fotografische reproductie bestaat). De oudste manuscripten dateren uit de achtste eeuw en bevinden zich in Cambridge University Library (Moore's Bede, Kk. 5. 16) en in de Russische Nationale Bibliotheek (ms. lat. Q. v. I. 18). Het derde oudste handschrift is in 2026 ontdekt.Elisabetta Magnanti en Mark Faulkner, "A New Early-Ninth-Century Manuscript of Cædmon's Hymn: Rome, Biblioteca Nazionale Centrale, Vitt. Em. 1452, 122v" in: Early Medieval England and its Neighbours, 2026.

Dit tekstencorpus is te herleiden tot vijf recensies in twee verschillende dialecten: aelda-recensie (Northumbrisch) eordu-recensie (Northumbrisch) ylda-recensie (West-Saksisch) eorðan-recensie (West-Saksisch) eorðe-recensie (West-Saksisch)

Tekst Hieronder volgt een Oudengels origineel in de eorðan-recensie (Oxford, Bodleian Library, ms. Tanner 10) en een Nederlandse vertaling:Ludo Jongen en Norbert Voorwinden, Vanden levene Ons Heren. Kritische editie, 2001, p. 15

  Nū sculon herigean heofonrīces Weard,   Laten wij nu de Heer van het hemelrijk prijzen,  Meotedes meahte ond his mōdgeþanc,   de macht van de Schepper en zijn wijsheid,   weorc Wuldorfæder, swā he wundra gihwæs,   de daden van de roemrijke Vader, hoe Hij alle wonderen   ēce Drihten, ōr onstealde.   verrichtte, de eeuwige Heer.   Hē ǣrest sceōp eorðan bearnum   Hij schiep als eerste voor de kinderen der mensen  heofon tō hrōfe, hālig Scyppend.   de hemel als dak, de heilige Schepper;   Þā middangeard moncynnes Weard,   Daarna schiep de Hoeder der mensheid,  ēce Drihten, æfter tēode   de eeuwige Heer, de middenaarde,   firum foldan, Frēa ælmihtig.   het land voor de mensen, de almachtige God.

Voetnoten

Categorie:Oudengels gedicht Categorie:Kunst van de 7e eeuw