Benedetto Baldassari (onbekend - Richmond, november 1739) was een Italiaanse castraatzanger. Een belangrijk deel van zijn carrière was hij als operazanger actief in Londen waar hij werkte voor de componist Georg Friedrich Händel.

Levensloop Baldassari was in de jaren 1708-1714 werkzaam aan het hof van Johan Willem van de Palts in Düsseldorf. Hier zong hij in 1709 de vrouwelijke rol Teodata in Tassilone, een opera van Agostino Steffani. Hij werd in 1710 door Johan Willem als agent naar Berlijn gestuurd om de Pruisische koning en koningin te overtuigen katholiek te worden.

In 1711 kwam Georg Friedrich Händel in Düsseldorf aan, waar hij Baldassari wist te contracteren voor optredens in Londen. Op 27 maart 1712 zong Baldassari in het Queen's Theatre de rol van Darius in de opera Idaspe fedele van Francesco Mancini. Hij verving hierbij de zangeres Margherita de L'Epine. Verder was hij te horen in Antioco van Francesco Gasparini en in de pasticcio Ercole. Overigens was Baldassari officieel nog steeds in dienst te Düsseldorf.

In 1713-1714 was Baldassari in Rome waar hij met succes optrad in de opera Lucio Papirio van Gasparini. Mogelijk was hij in 1717 in Wenen. In ieder geval trad hij in 1718 op in Venetië.

In 1719 richtte Händel in Londen de Royal Academy of Music op. Baldassari werd gecontracteerd en zong bij de opening van de Royal Academy op 2 april 1720 in de opera Numitore van Giovanni Porta. Later die maand was hij te horen in Händels opera Radamisto. Voor zijn rol in deze opera klaagde Baldassari dat zijn personage een te lage rang had, namelijk kapitein van de wacht; hij was gewend om vorstelijke rollen te spelen en wilde dat zijn rol werd opgewaardeerd tot prins.

In 1721 volgde een rol in Händels opera Floridante en in Giovanni Bononcini's opera's Ciro en Crispo. Baldassari werkte in Londen samen met zangers als Senesino, Anastasia Robinson en Margherita Durastani.

Baldassari was van oktober tot december 1725 in Dublin werkzaam waar hij zestien succesvolle concerten gaf. In 1729 trad hij nog een keer op in Londen. Datzelfde jaar was hij ook in Bologna waar hij meewerkte aan de opera La Fedeltà coronata van Giuseppe Maria Orlandini.

Uiteindelijk is Baldassari in Engeland overleden.

Waardering Dikwijls zong Baldassari vrouwelijke rollen, zoals in Antioco en Lucio Papirio. Händel schreef de rollen van Fraarte in Radamisto en Timante in Floridante speciaal voor Baldassari, rekening houdend met diens hoge sopraanstem. Overigens gaf Händel de twee mannelijke hoofdrollen in Radamisto aan zangeressen; kennelijk schatte hij hem toch niet in als een echt geweldige castraatzanger.

Categorie:Italiaans zanger Categorie:Castraat