miniatuur|Edmond Le Bœuf Edmond Le Bœuf (Parijs, 5 december 1809 - Bailleul, 7 juni 1888) was een Frans militair en politicus. Hij was onder andere actief tijdens de Franse verovering van Algerije, de Krimoorlog, de Tweede Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de Frans-Duitse Oorlog. Aan het begin van die oorlog was hij minister van Oorlog.
Levensloop Le Bœuf werd geboren in het 10e arrondissement van Parijs. Zijn familie was afkomstig uit de Champagne en behoorde tot de burgerij.
Militaire carrière miniatuur|Le Bœuf ten tijde van de Krimoorlog In 1828 begon hij een militaire opleiding aan de École polytechnique. Hij en zijn klasgenoten verwelkomden de Julirevolutie en namen er actief aan deel. Tussen 1830 en 1832 studeerde hij aan de École d’application d’artillerie in Metz. Hij vervoegde de artillerie. In 1837 werd hij uitgezonden naar Algerije. Hij nam deel aan het beleg van Constantine en tal van andere gevechtsacties. Tussen 1848 en 1850 had hij een leidende functie aan de École polytechnique. Hij diende daarna bij verschillende artillerieregimenten alvorens te worden uitgezonden naar de Krim. Hij onderscheidde zich bij het beleg van Sebastopol.
Terug in Frankrijk kwam hij in 1856 aan het hoofd van de artillerie van de Garde impériale. In datzelfde jaar was hij als Frans attaché in Sint-Petersburg bij de kroning van tsaar Alexander II. Op 31 december 1857 werd hij bevorderd tot divisiegeneraal. Hij leidde de Franse artillerie tijdens de veldtocht in Italië waar zijn artillerie een belangrijke rol speelde tijdens de veldslagen van Magenta en Solferino. Hij werd opgemerkt door keizer Napoleon III die hem als zijn adjudant aanstelde. In 1866 vertegenwoordigde hij de Franse keizer bij de overdracht van VenetIê van Oostenrijk aan Italië. Hij voerde ook tal van inspectiereizen uit en werd in 1868 benoemd tot commandant van het 6e Legerkorps.
Politiek miniatuur|Spotprent uit 1871, Le Bœuf afgebeeld als gans uit de keizerlijke menagerie In 1858 had Le Bœuf nog de post van minister van Binnenlandse Zaken geweigerd. Tussen 1864 en het einde van het Tweede Franse Keizerrijk zetelde hij in de Conseil général van het departement Orne.
Op 21 augustus 1869 volgde hij de overleden maarschalk Niel op als minister van Oorlog. Hij zette diens hervormingen van het leger aanvankelijk verder, maar koos vervolgens een andere koers. Hij geloofde niet in de pas opgerichte Garde nationale mobile en verwaarloosde de oprichting en de training van dit reserveleger. In het kabinet-Ollivier dat aantrad op 2 januari 1870 diende hij opnieuw als minister van Oorlog. Keizer Napoleon III stond erop dat zijn minister van Oorlog uit het leger kwam en hij had alle vertrouwen in Le Bœuf. Op 24 maart werd hij benoemd tot maarschalk en kreeg hij zo een zetel in de Senaat.
Frans-Duitse Oorlog Hij had een misplaatst vertrouwen in de staat van paraatheid van het Franse leger. Beroemd werden zijn woorden: "Nous sommes prêts et archiprêts. La guerre dût-elle durer deux ans, il ne manquerait pas un bouton de guêtre à nos soldats."Wij zijn er klaar voor, meer dan klaar zelfs. Zelfs als de oorlog twee jaar zou duren, zullen onze soldaten nog geen knoopje op hun beenbeschermers tekortkomen. In het kabinet was hij dan ook een van de pleitbezorgers voor een snelle mobilisatie, wat het uitbreken van de oorlog met Pruisen versnelde. Daags na de oorlogsverklaring werd hij op 20 juli 1870 benoemd tot generaal-majoor van het Rijnleger. Le Bœuf bleef in naam minister van Oorlog maar hij haastte zich naar het front. In het hoofdkwartier in Metz pleitte hij voor een Frans offensief op Duits grondgebied. Hij durfde Napoleon III echter niet tegenspreken en volgde hem in zijn noodlottige besluiten. Na verschillende Franse nederlagen bood hij op 6 augustus zijn ontslag als minister aan. Dit werd geweigerd door de keizer maar enkele dagen later viel het kabinet-Ollivier en werd Le Bœuf als minister van Oorlog opgevolgd door Charles Cousin-Montauban, graaf de Palikao. Die onthief de erg onpopulair geworden Le Bœuf op 12 augustus van zijn commando van het Rijnleger; hij werd vervangen door maarschalk Bazaine. In de publieke opinie en in het parlement ging stemmen op om Le Bœuf te berechten. Zover kwam het niet. Hij nam op 15 augustus het commando op zich van het 3e Legerkorps. Met doodsverachting vocht hij bij Rezonville, Saint-Privat en Noisseville. Hij raakte met de rest van het Rijnleger ingesloten bij Metz. Hij wilde niet horen van overgave en pleitte voor een poging tot doorbraak uit de omsingeling, maar hij werd niet gevolgd door Bazaine. Op 28 augustus gaf hij zich met de rest van het Rijnleger over en werd afgevoerd in krijgsgevangenschap.
In maart 1871 kwam hij vrij en na een verblijf in Den Haag was hij in augustus weer in Frankrijk. In december van dat jaar getuigde hij voor de onderzoekscommissies die de verantwoordelijkheid voor de Franse nederlaag moesten onderzoeken.
Later leven miniatuur|Grafkapel van Edmon Le Bœuf in Bailleul Le Bœuf trok zich daarna terug op het kasteel van Le Moncel in Bailleul dat hij omstreeks 1860 had gekocht. Hij bleef Napoleon III trouw en woonde zijn begrafenis in Engeland bij. Hij beschikte over een ruim inkomen en begon met het schrijven van zijn memoires. Hij kwam echter niet verder dan de Krimoorlog en deze memoires bleven onuitgegeven. Hij leefde er samen met zijn echtgenote, Marie Hauche (1826-1909) met wie hij in 1848 was gehuwd. Het echtpaar had een dochter, Marguerite (1849-1923). Hij overleed in 1888 in het kasteel van Le Moncel.
Eerbewijzen 1855: commandeur in het Legioen van Eer 1859: grootofficier in het Legioen van Eer 1866: grootkruis in het Legioen van Eer
Bronnen en noot
Categorie:Minister tijdens het Tweede Franse Keizerrijk Categorie:Senator tijdens het Tweede Franse Keizerrijk Categorie:Frans militair Categorie:Frans minister van Defensie Categorie:Maarschalk van Frankrijk Categorie:19e-eeuws militair