Jhr. Hermanus Carolus Casper Bartholomaeus (Carel) van Nispen van Pannerden (Herwen, 4 augustus 1764 – Zevenaar, 29 juli 1829) was in de eerste decennia van de 19e eeuw een Nederlands militair in Pruisische dienst, en later bestuurder en politicus in de provincie Gelderland gedurende de eerste decennia van de negentiende eeuw.
Levensloop Van Nispen van Pannerden was het jongste kind van Christiaan Frans van Nispen (1724-1765), landdrostmeester van het graafschap Berg ('s-Heerenberg) en Aleida van den Sande (1725-1794).
Hij trouwde op 1 februari 1790 te Emmerik met Hendrica Caecilia Everharda Goossens (1769-1823). Zij kregen twee zonen. De oudste zoon, Johannes Antonius Christianus Arnoldus (Jan) van Nispen tot Sevenaer, werd de stamvader van de tak Sevenaer'''. De jongste zoon, Carolus Everhardus Josephus Franciscus van Nispen tot Pannerden, werd de stamvader van de tak Pannerden''.
Van Nispen van Pannerden overleed in 1829 op huize 't Hoek te Zevenaar.
Loopbaan Van Nispen van Pannerden trad aanvankelijk in militaire dienst van de koning van Pruisen. Hij diende in een regiment van de vorst van Salm-Salm, dat uit huurlingen bestond, was in Franse dienst, maar was in 1787-1788 in Hollandse dienst rond Den Haag gestationeerd. Midden 1788 keerde het regiment terug naar zijn garnizoen in Metz, waar Van Nispen van Pannerden, kort na zijn huwelijk in juni 1790, de actieve dienst verliet.
Daarna is hij tot 1811 als reserveofficier in dienst gebleven. Vanaf 1806 in het leger van het groothertogdom Berg, omdat het rechts-Rijnsch Kleef in 1806 onder de groothertog van Berg Murat kwam en ten slotte onder Napoleon, omdat het gebied in 1810 Frans werd. Hij kreeg in 1811 ontslag als militair en werd 12 juni 1811 benoemd tot lid van de Conseil Général van het departement Issel Supérieur (Overijssel)
Nadat hij zich op het kasteel Sevenaer had gevestigd werd Zevenaar in 1813 weer Pruisisch en kreeg hij een rechterlijke betrekking. Vervolgens werd het gebied in 1816 aan Nederland afgestaan en werd hij op 2 juni 1817 in het kiesdistrict Doesburg gekozen als lid voor de ‘Eigenerfden’ van de Provinciale Staten van Gelderland. Bovendien werd hij bij koninklijk besluit van 27 november 1817 benoemd tot hoofdschout in het district Zevenaar. Dit bleef hij hij tot zijn dood.
Rentmeesterschap Van Nispen van Pannerden verliet, kort na zijn huwelijk in juni 1790, de actieve dienst omdat zijn oudste broer Jan Baptist een warboel maakte van het rentmeesterschap van het kasteel Bergh. Rond 1800 was hij ook enige tijd waarnemend rentmeester in de Bylant, waar zijn vader Frans Christiaan ook al rentmeester was.
In de jaren 1798-1803 heeft hij, als rechterhand van administrateur Hoevel, met de bij de Bataafse Republiek onderhandeld om voor de vorst van Hohenzollern-Sigmaringen zijn Berghse bezittingen terug te krijgen. Deze waren na de Franse inval en de stichting van de Bataafse Republiek in 1795 als vijandig vermogen in beslag genomen. De vorst kreeg uiteraard zijn oude heerlijke rechten niet terug, maar wel zijn bezittingen, al moest hij hiervoor 325.000 gulden aan de staat betalen. Om dat bedrag bij elkaar te krijgen, gaf de vorst opdracht de heerlijkheid Pannerden te verkopen. Een deel van het benodigde bedrag kwam binnen door verkoop van onroerend goed aan derden, maar Van Nispen van Pannerden en administrateur Hoevel kochten zelf de heerlijkheid met het overig onroerend goed voor 230.000 gulden.
Hoevel verkocht in 1805 zijn aandeel weer door aan Van Nispen van Pannerden, die daardoor de hele heerlijkheid in bezit kreeg. Dit is de ontstaansgeschiedenis van de achternaam Van Nispen tot Pannerden.
Na het herstel van de heerlijke rechten bij de grondwet van 1814 ontstond er verschil van mening met de administrateurs van de vorst in Sigmaringen over de uitvoering daarvan. De vorst greep persoonlijk in en bevestigde Van Nispen van Pannerden in 1816 in het bezit van de heerlijkheid met de daarbij behorende jacht-, vis- en veerrechten en het recht van voordracht van overheidsfunctionarissen in de gemeente Pannerden.
Adelstand Na de instelling van het Koninkrijk der Nederlanden werd Van Nispen van Pannerden net als zijn neef Lodewijk op 1 juli 1816 bij Koninklijk Besluit in de adelstand verheven door opname in de Ridderschap van Gelderland. Dit was een kiescollege waarin de edelen een derde van de leden van de Provinciale Staten kozen. Aldus heeft Van Nispen van Pannerden voor het district Doesburg zetel in de Staten van Gelderland gehad.
In 1818 werd Van Nispen van Pannerden hoofdschout van het district Zevenaar. Tot 1850 waren in Gelderland groepen plattelandsgemeenten (dus niet de steden) verenigd in districten, die daarmee een bestuurslaag vormden tussen de provincie en de gemeente. Het district Zevenaar omvatte de toenmalige gemeenten Zevenaar, Duiven, Westervoort, Pannerden en Herwen & Aerdt.
Ambten, titels en onderscheidingen Heer van Pannerden 1803-1829 Militair in Pruisische dienst -1806 in dienst van Murat, de groothertog van Berg 1806-1810 in Franse dienst 1810-1811, 2e Luitenant in het Regiment Salm-Salm in Franse Dienst, lid van de Algemene Raad van het departement van de Boven-IJssel 1811-1813, in rechterlijke betrekking 1813-1816, landrentmeester huis Bergh, hoofdschout van Zevenaar 1817-1829 lid Ridderschap van Gelderland 1816-1829, lid Provinciale Staten van Gelderland 1817-1829 Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
Categorie:Nederlands militair Categorie:Pruisisch militair Categorie:Van Nispen Categorie:Lid van de Provinciale Staten van Gelderland