De Plundering van Kyiv vond plaats van 8 tot en met 12 maart 1169. Een coalitie van 11 vorsten, die door Andrej Bogoljoebski van Vladimir-Soezdal was samengesteld, viel de hoofdstad van het Kyivse Rijk aan ten tijde van de Kyivse successiecrisis van 1167–1169.

Het conflict, dat werd veroorzaakt door de dood van grootvorst Rostislav I van Kyiv, speelde zich af tussen rivaliserende takken van de Monomachovitsji-clan: de Izjaslavytsji van Wolynië (de oudere Mstislavitsji-linie; zij beheersten Kyiv, de Republiek Novgorod, Wolynië en Galicië) tegen de drie andere grote clans: de Rostislavitsji van Smolensk (jongere Mstislavytsji-linie), de Joerjevitsji (zij beheersten Soezdalië en Perejaslavl) en de Olhovytsji van Tsjernihiv en Novhorod-Siversky (de enige clan die niet van Monomach afstamde). Grootvorst Mstislav II Izjaslavytsj trachtte aldus Kyiv te verdedigen tegen de coalitie van de Rostislavitsji, de Joerjevitsji en de Olhovytsji.

Achtergrond Troonopvolging in het Kyivse Rijk

Het is onduidelijk hoe de troonopvolging in het Kyivse Rijk in zijn werk ging. Volgens een wijdverbreide opvatting bepaalden de traditionele regels voor erfopvolging dat men alleen grootvorst van Kyiv kon worden indien zijn vader of oudere broer op dezelfde troon had gezeten voordat men zelf de troon besteeg, hoewel de precieze volgorde onhelder is. Als iemands vader of oudere broer(s) waren overleden voordat men zelf de gelegenheid had gekregen om 'op de troon van Kyiv te zitten', zou dit de persoon in kwestie izgoi maken, niet in aanmerking komend voor het koningschap.

Een aantal wetenschappers heeft gesteld dat er een duidelijke reeks regels bestond die bekend stond als het rota-systeem. Er is veel discussie geweest over de aard en het bestaan van dit rota-systeem, waarbij sommigen beweren dat er in het Kyivse Rijk überhaupt geen dergelijk formeel opvolgingssysteem bestond. De Oekraïense historicus Mychajlo Hroesjevsky verzuchtte in zijn Geïllustreerde Geschiedenis van Oekraïne (1921): "Maar na de dood van Mstislav ontstond er verwarring onder de Monomachovitsji zelf, omdat er geen vaste volgorde bestond bij de overdracht van de vorstelijke tronen".

Volgens Janet L. B. Martin (2007) was er wel degelijk een duidelijke volgorde, die kan ontcijferd worden als men de bronteksten zorgvuldig leest en ziet dat wanneer een vorst de volgorde probeerde te verstoren en vóór zijn beurt op de Kyivse troon probeerde te gaan zitten, andere vorsten dan vaak samenspanden om de rechtmatige volgorde weer te herstellen. Of er in de vroege Roes' vorstendommen een troonopvolgingsregeling bestond, en zo ja, hoe deze in de praktijk werkte en hoe lang deze van kracht was, is onder historici een discussiepunt. – Donald Ostrowski (2012) Raffensperger & Ostrowski (2023) beargumenteerden ook dat er wel degelijk een systeem van troonopvolging was, maar dat er uitzonderingen bestonden op de regel dat iemands vader, grootvader, broer of oom op de troon had moeten hebben gezeten, namelijk: 'goedkeuring van de andere heersers of acceptatie door de inwoners'.

Perejaslavlse successiecrisis 1132–1134 Na de dood van vorst Mstislav I van Kyiv, zoon van Volodimer Monomach, in 1132 besteeg zijn broer Jaropolk II zonder problemen de Kyivse troon, in overeenstemming met de gangbare opvolgingspraktijken, en werd hij door de gehele Monomachovitsji-clan erkend. Maar onder de Monomachovitsji ontstond er onenigheid over het bezit van het vorstendom Perejaslavl, waarvan de vorst verwacht werd de opvolger te worden van de troon van Kyiv. Toen Jaropolk probeerde zijn neef Vsevolod Mstislavitsj van Novgorod en Pskov aan te stellen als de nieuwe vorst van Perejaslavl, protesteerde zijn jongere broer Joeri Dolgoroeki van Rostov-Soezdal hiertegen en brak er tussen hen oorlog uit. Het conflict, dat in 1134 in een compromis uitmondde, verdeelde de Monomachovitsji-dynastie definitief in twee takken: de oudere tak van Mstislav (die in 1138 opsplitste in de Izjaslavytsji van Wolynië en de Rostislavitsji van Smolensk) en de jongere tak van de Joerjevitsji van Rostov-Soezdal (later Vladimir-Soezdal).

Kyivse successiecrisis 1139–1142 Toen Jaropolk II in 1139 stierf, werd hij opgevolgd door zijn broer Vjatsjeslav I, maar niet voor lang: binnen twee weken nam de Olhovytsji vorst Vsevolod II uit Tsjernihiv de Kyivse troon gewapenderhand in en regeerde tot aan zijn dood in 1146 zonder dynastieke legitimiteit (aangezien zijn vader Oleh I van Tsjernihiv nooit grootvorst van Kyiv was geweest). De Mstislavytsji (Izjaslavytsji) weigerden deze situatie te accepteren en versloegen zowel de Olhovytsji als de Joerjevitsji in 1142. Izjaslav II Mstislavytsj verwierf de troon van Perejaslavl (en daarmee het recht om na de dood van Vsevolod in 1146 in Kyiv te regeren) en zijn broer Svjatopolk van Pskov kreeg de macht over Novgorod in handen.

Kyivse successiecrisis 1146–1159 Toen Vsevolod II in 1146 stierf, maakte zijn broer Igor II onmiddellijk aanspraak op de troon, maar de Kyivse vetsje weigerde hem te aanvaarden. Zij steunden de vorst van Perejaslavl, Izjaslav II Mstislavytsj, als de nieuwe grootvorst, die er vervolgens in slaagde om binnen enkele jaren zijn eigen zoon Mstislav op de troon van Perejaslavl te zetten, en andere verwanten van de Mstislavytsj-dynastie in Wolynië, Smolensk, Toeraw en Novgorod. De legitimiteit van Izjaslav was gebaseerd op enkele, maar niet alle traditionele criteria voor troonopvolging van het rota-systeem. Volgens de opvatting dat Jaroslav de Wijze van plan was geweest de troonopvolging in Kyiv te beperken tot drie vorsten per generatie, was de troonsbestijging van Izjaslav rechtmatig; maar de Olhovytsji-tak van 'de broers en neven van Vsevolod vormde de oudere generatie van de dynastie'. Als de Olhovytsji van Tsjernihiv de troonsbestijging van Izjaslav zouden aanvaarden, zouden zij en hun nakomelingen worden uitgesloten van alle toekomstige Kyivse troonswisselingen en dus maakten ze heftig bezwaar. Oom Joeri Dolgoroeki (stamvader van de Joerjevitsji van Soezdalië) protesteerde eveneens fel dat zijn aanspraak op Kyiv voorrang had op die van zijn neef Izjaslav II en Joeri slaagde er zelfs in hem tweemaal tijdelijk uit de hoofdstad te verdrijven.

Joeri's voornaamste doel was Perejaslavl onder zijn controle te krijgen om de Kyivse troon veilig te stellen voor zijn nakomelingen. In 1147 werd Perejaslavl aangevallen door een gezamenlijk leger van de Joerjevitsji en Olhovytsji, met steun van de Koemanen en onder leiding van Joeri's zoon Gleb. Maar Izjaslav en zijn broer Rostislav van Smolensk kwamen zijn zoon Mstislav te hulp en samen verdedigden ze met succes de kroonprinselijke stad. Izjaslav sloot vrede met de Olhovytsji van Tsjernihiv, maar wees het vredesvoorstel van Joeri af, waarin Joeri Izjaslav als grootvorst van Kyiv zou erkennen in ruil voor de overdracht van Perejaslavl – het domein van Izjaslavs zoon Mstislav – aan Joeri's zoon Gleb.

Joeri probeerde ook de handel over de Wolga tussen Wolga-Bulgarije en de met Izjaslav verbonden Republiek Novgorod te verstoren. In reactie daarop organiseerde Novgorod in 1148 een strafexpeditie (gesteund door de Mstislavytsji vorstendommen Kyiv en Smolensk) die een aanval uitvoerde op de Soezdalse stad Jaroslavl aan de Wolga. In 1149 versloeg Novgorod ook een Soezdalse krijgsbende die probeerde te verhinderen dat de Republiek in haar noordelijke gebieden tribuut inde. De Mstislavytsji bleven tot 1155 in Novgorod regeren, waarbij Joeri de druk op de kwetsbare handelsroutes van de stad hoog hield. Ondertussen vielen Joeri en Gleb in 1149 Kyiv met succes aan en verdreven Izjaslav, maar ze trokken zich al snel terug en slaagden er niet in het kroonvorstendom te veroveren tijdens de langdurige strijd om Perejaslavl. In 1151 mislukte Joeri's tweede poging om de hoofdstad in te nemen volkomen en verloor hij zowel Kyiv als Perejaslavl. Izjaslav II en zijn oom Vjatsjeslav regeerden gezamenlijk in Kyiv tot aan hun dood in 1154. Ten eerste nam de Olhovytsji vorst Izjaslav II Davydovytsj van Tsjernihiv in 1154 kortstondig Kyiv in. Pas nadat hij hem had verdreven, wist Joeri de macht over Kyiv te verwerven, totdat hij zelf in 1157 stierf; hij had Gleb in Perejaslavl aangesteld, een andere zoon in Novgorod in 1155 en andere Joerjevitsji-familieleden in Toeraw en hun familiedomein Soezdalië.

Na de dood van Joeri in 1157 nodigden de plaatselijke bojaren Izjaslav Davydovytsj uit om weer op de grootvorstelijke troon in Kyiv plaats te nemen. Zijn vader Davyd had echter nooit op de troon van Kyiv gezeten, waardoor hij izgoi was. Hij slaagde er daarom niet in zijn gezag uit te breiden naar andere vorstendommen van het Kyivse Rijk. De Joerjevitsji behielden de macht over Perejaslavl (Gleb) en Soezdalië (Andrej Bogoljoebski), terwijl Novgorod in 1157 de zoon van Rostislav van Smolensk tot vorst koos. Het jaar daarop, in 1158, besteeg de volkomen rechtmatige Rostislav moeiteloos de troon van Kyiv, gesteund door zowel de vorsten van Wolynië als Galicië; hij regeerde tot 1167.

Tussenspel 1159–1167 Met de troonsbestijging van Rostislav van Smolensk als grootvorst van Kyiv werden 'de traditionele beginselen van de dynastieke opvolging hersteld en namen de vetes tussen de verschillende takken van de dynastie af.' De takken Mstislavytsji en Joerjevitsji van de Monomachovitsji-clan heersten gezamenlijk over het Kyivse Rijk en werkten samen om de dynastieke stabiliteit tijdens het hele bewind van Rostislav te waarborgen. De oudere tak van het huis Mstislav regeerde in de hoofdstad Kyiv en verder Smolensk, Wolynië en Novgorod, terwijl de jongere Joerjevitsji-tak heerste in Suzdal en het kroonvorstendom Perejaslavl. Volgens Petro Tolochko was Rostislavs neef Mstislav II Izjaslavytsj in feite zijn mede-vorst.

Kyivse successiecrisis 1167–1169 thumb|Het Kyivse Rijk tussen 1054 en 1132. Tijdens de successiecrisis van 1167–69 waren de adelsclans als volgt gegroepeerd: Izjaslavytsji

Coalitie

Neutraal Na de dood van Rostislav in 1167 laaiden de vorstelijke twisten weer op. Gezien zijn positie in de familie was Volodimer III Mstislavich de volgende in de lijn van troonopvolging voor de troon van Kyiv. Niettemin nodigden de Kyivse bojaren Mstislav Izjaslavytsj, de vorst van Wolynië, uit om over het grootvorstendom te regeren. Daarom wist Mstislav, die de steun van Jaroslav Osmomysl van Galicië had verkregen en een kleine eenheid had gemobiliseerd, de stad moeiteloos in te nemen. Door de troon te bestijgen, schond hij echter het machtsevenwicht tussen de Mstislavytsji en de Joerjevitsji. Bovendien veroorzaakte hij daarmee een conflict tussen de Izjaslavytsji van Wolynië (de oudere Mstislavytsji-linie) en de Rostislavitsji van Smolensk (de jongere Mstislavytsji-linie). Het regerende vorstenhuis werd zodoende in twee kampen verdeeld:

De Izjaslavytsji van Wolynië (oudere Mstislavytsji; regerend in Kyiv, Wolynië, Galicië en Novgorod); onder leiding van Mstislav II Izjaslavytsj van Wolynië en Kyiv. De Rostislavitsji van Smolensk (jongere Mstislavytsji), de Joerjevitsji (regerend in Soezdalië en Perejaslavl) en de Olhovytsji van Tsjernihiv; onder leiding van Andrej Bogoljoebski van Vladimir-Soezdal en Rostov.

In 1168 leidde de Kyivse grootvorst Mstislav II Izjaslavytsj een expeditie tegen de Polovtsi, waaraan maar liefst dertien vorsten deelnamen.

In 1169 verzamelde Andrej Bogoljoebski een groot leger, waaraan ook de vorsten van Moerom, Smolensk, Polatsk, Tsjernihiv en Dorohoboezj deelnamen; onder leiding van Andrej's zoon Mstislav trok dit coalitieleger op naar Kyiv:

Vlak daarvoor had Mstislav II troepen naar zijn zoon in Novgorod gestuurd.

De plundering