Jan Olphert Vaillant (Enkhuizen, 15 november 1754 – Riga, 17 oktober 1800) was een kapitein in dienst van de Admiraliteit van Amsterdam. Hij nam deel aan konvooien op de Middellandse Zee en schreef boeken ter verbetering van de zeedienst. Van 1789 tot 1793 leidde hij de Militaire Commissie naar Oost-Indië. In 1795 zette hij stadhouder Willem V op zijn vlucht voor de Fransen met een Scheveningse vissersboot over naar Engeland. Hij nam daarna dienst bij de Russische marine. Vijf jaar later stierf hij aan een in Oost-Indië opgelopen ziekte in Riga.
Afkomst De Vaillants stamden af van een Hugenoot uit Rijsel die in de 17e eeuw naar Amsterdam vluchtte. Zijn nakomelingen vestigden zich in Leiden. Vaillants vader Mr. Christiaan Johannes Vaillant verhuisde rond 1745 naar Enkhuizen en maakte daar carrière in het stadsbestuur. Jan Olphert was een zoon uit zijn tweede huwelijk, met Elisabeth Jans Blankaart. Zij kregen in totaal negen kinderen voor zij in 1760 stierf, toen Jan Olphert, haar tweede kind, negen jaar oud was.
Adelborst miniatuur|Kaart van de baai van Port Espezzia in Italië door Vaillant gemaakt. Op 17 december 1763 trad Jan Olphert in dienst bij de Admiraliteit van Amsterdam en voer op 11 januari als adelborst op het oorlogsschip Nassau Weilburg met kapitein Salomon Dedel de Jonge het zeegat uit. Het schip (293 man en 50 kanonnen) konvooieerde samen met de Leeuwenhorst twee jaar lang koopvaardijschepen naar de Middellandse Zee. Daarna volgden vergelijkbare tochten op de Bloys met kapitein Jacob de Wilde tot juni 1766, en van september 1766 tot juli 1768 op de Hector met kapitein Evert Bisdom. Op die laatste reis werden geschenken afgeleverd in Algiers om de Barbarijse zeerovers gunstig te stemmen.
Luitenant Na twee jaar aan wal, waarin hij zijn luitenantexamen haalde, voer hij vanaf april 1770 twee jaar lang onder kapitein Jacob Andries van der Velden eerst op de oude en lekke Triton op de Noordzee en daarna op het fregat Boreas naar Guinee en vervolgens de Atlantische Oceaan over naar Suriname. Na terugkomst volgden weer twee jaar aan wal, en toen van mei 1774 tot juni 1775 weer een reis naar de Middellandse Zee op het linieschip Frederica Sophia Wilhelmina (300 man, 56 stukken) onder kapitein Quirijn Dabenis.
Test van de chronometer Vanaf 1775 voer Vaillant op de Piet Heyn onder kapitein William May. Deze kreeg in 1778 een door de Engelsman John Arnold vervaardigde chronometer mee om op zee de lengtegraad te bepalen. Arnold had aan het eerder door John Harrison uitgevonden nauwkeurige uurwerk een beter betaalbare uitvoering gegeven en een exemplaar cadeau gedaan aan stadhouder Willem V. Het instrument was in juni in Greenwich afgesteld en Vaillant moest het testen. Zo werd hij de eerste Nederlandse zeeman die metingen met de chronometer deed. Hij ondervond dat de ‘Tijdmeeter’ zeer onregelmatig liep maar was desondanks van mening ‘dat een grooter perfectie haast niet nodig is, en dus waare het te wensen dat het gebruyk algemeener wierd tot verbetering van Zeevaart en Koophandel’.
De Princes Louisa miniatuur|De Castor en de Brielle in gevecht met de Flora en de Crescent. In november 1780 werd hij op de Princes Louisa geplaatst, dat samen met de Rotterdamse Brielle en Castor onder bevel van schout-bij-nacht Jan Binkes koopvaarders moest konvooieren naar de Middellandse Zee. Hierdoor miste hij de Slag bij de Doggersbank, die in Nederland als een overwinning gevierd werd en veel andere zeeofficieren roem en eer bezorgde. Bij het uitbreken van de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog moest Binkes' eskader de koopvaarders op de Middellandse Zee waarschuwen en beschermen. De Brielle (kapitein Gerard Oorthuys) en de Castor (kapitein Pieter Melvill van Carnbee) raakten in mei in de Straat van Gibraltar in gevecht met twee Britse oorlogsschepen, de Flora en de Crescent. Het gevecht eindigde onbeslist maar beide schepen keerden zwaar beschadigd in Nederland terug. Terwijl de Princes Louisa intussen met stormschade in de haven van Livorno lag kaapten de Britten in maart 1781 bij Malta de rijk beladen Nederlandse koopvaarder St. George uit Smyrna. Binkes verzuimde toen uit te varen om het schip te heroveren en moest daarna toekijken hoe het de haven van Livorno werd binnengesleept. Hij zou hiervoor na terugkomst in Nederland voor drie jaar geschorst worden. Vaillant werd tijdens de reis op 21 maart 1781 bevorderd tot extra-ordinaris kapitein-ter-zee, ondanks de inactiviteit van de Princes Louisa. Pas tien jaar later, op 27 juli 1791, zou hij als kapitein in vaste dienst worden genomen. miniatuur|238x238px|Verhandeling over de Stuurmanskonst. Aan boord van de Princes Louisa hield Vaillant zich al veel bezig met waar hij later bekend om zou worden: locatiebepaling op zee en voorstellen tot verbetering en vernieuwing van de marine en de zeevaart, vaak gebaseerd op nieuwe wetenschappelijke inzichten. Hij correspondeerde daarover veel met de omstreeks dezelfde tijd tot schout-bij-nacht benoemde Jan Hendrik van Kinsbergen, die ook een groot vernieuwer was. Vaillant schreef een Verhandeling over de Stuurmanskonst, die door Gerard Hulst van Keulen gepubliceerd werd.De volledige titel luidt: 'Verhandeling over de Stuurmanskonst, waarin verscheidene voorstellen, die op zee haar nut hebben, voorkomen; en voornamenlijk een Beschrijving op welke wijze men op Zee de Lengte kan bereekenen: alles voor de daadelijke beoefening der Zeevaart geschikt; ook vind men zeer naauwkeurig aangetoond, om de Polushoogte aan den Maan te observeeren.' Hij werd vaak een 'kundige kapitein' genoemd.
Kapitein Op 1 december keerde Vaillant met de Princes Louisa terug in Nederland. Begin 1782 nam hij als kapitein van de Dolphijn deel aan een eskader van Everard Christiaan Staring dat korte tijd rond de Shetlandeilanden kruiste. Kapitein zijnde was hij voortaan verantwoordelijk voor de equipage en werving van bemanning van zijn schip, wat geen gemakkelijke taak was. Op 5 oktober kreeg hij het bevel op de Medea, een gekoperdKoperen, steeds vaker gedaan in deze tijd, was het met koper beslaan van de houten scheepshuid om die te beschermen tegen de aangroeisels van zeeorganismen die een schip enorm vertraagden. fregat met 200 man en 40 stukken, dat deel uitmaakte van het eskader van viceadmiraal Pieter Hendrik Reynst naar de Middellandse Zee.Het eskader van Reynst bestond naast de Medea uit de Vrijheid (met Reynst en kapitein Anthony Hendrik Christiaan Staring), de Admiraal de Ruyter (kapitein Willem van Braam), de Noordholland (Daniël Jan Rijneveld), de Prins Willem (Cornelis van Gennep) en de Drenthe (Balthazar Constantijn Smissaert). Vaillant nam de 12-jarige Arnold Adriaan Buyskes mee als adelborst. Hij was een zoon uit het eerste huwelijk van de burgemeester van Enkhuizen Pieter Buyskes, die na de dood van Arnolds moeder met een zus van Vaillant was getrouwd. Hij was inmiddels een weeskind, net als Vaillant destijds.
De Medea miniatuur|Het eskader van Reynst bij Mallorca. De driejarige expeditie begon rampzalig. Na op de rede van Màlaga nog deelgenomen te hebben aan de viering van de verjaardag van koning Karel III van Spanje raakte het eskader op 3 en 4 februari 1784 in een hevige storm verzeild. De winter van 1783-1784 is berucht om extreme koude, overstromingen en stormen in Europa, wellicht veroorzaakt door vulkanisme. ‘De storm was zo vliegend’, rapporteerde Vaillant aan de Admiraliteit, ‘dat ik nog geen mensch van mijn equipage ooit iets gezien hadden dat er na geleek’. De schepen helden zo zwaar over dat de Drenthe kapseisde en met alle 450 opvarenden verging. De andere schepen verloren masten en zeilen. Alleen de Medea bleef relatief onbeschadigd. Het nam een poos de mastloze en hulpeloze Noordholland op sleeptouw, maar moest het later weer laten gaan. De Noordholland zou op 16 februari stranden bij Corsica en daar en in Toulon gerepareerd worden. miniatuur|Het vergaan van de Drenthe. De Medea ontliep de storm tussen Corsica en Sardinië door en voer nog naar Napels, Malta en Smyrna, waar de pest bleek te heersen. Eind september teruggekeerd bij Toulon bleek Reynsts eskader inmiddels vervangen te zijn door een eskader van schout-bij-nacht Van Kinsbergen, waarbij Vaillant zich aansloot.De Jupiter (kapitein P.J. Gervais), de Piet Heyn (G.A. Van Overmeer), de Tijger (F.S. Graaf van Bylandt), de Pallas (J.H. Van Kinsbergen) en de kotter de Brak (Virieux). Het eskader hoefde tot ieders teleurstelling nergens in actie te komen en moest zich beperken tot vlagvertoon in diverse havens. Vaillant was aanwezig bij bezoeken aan de koning en koningin van Napels, de onderkoning van Sardinië en de doge van Genua. Verder werd er veel geoefend in zogeheten spiegelgevechten. Met dit eskader was hij in juni 1786 weer terug in Nederland.
Kennis der zeevaart miniatuur|280x280px|Werktuigkundige Beschouwing. Hij liet dat jaar een tweede boek verschijnen, waarbij hij in het eerste gedeelte veel gebruik maakte van het bekende Franse werk Le Manoeuvrier van Jacques-Pierre Bourdé de la Villehuet, maar waarvan het tweede gedeelte eigen werk was.Volledige titel: 'Werktuigkundige beschouwing van de uitwerking der wind en zee op een schip, deszelfs zeilen en roer, en daar uit afgeleid, hoedanig men met een schip moet omgaan. Waar bij gevoegd verscheidene zaken, die dagelijks voorkomen ten dienste van jonge zee-officieren'. Hij droeg het boek op aan de beide prinsen van Oranje-Nassau Willem Frederik en Willem George Frederik. Samen met Frederik van Bylandt assisteerde hij Joan Cornelis van der Hoop, de advocaat-fiscaal van de Admiraliteit van Amsterdam, bij zijn pogingen tot modernisering van de zeemacht en verbetering van de samenwerking tussen de vijf admiraliteiten. De marine lag vanwege inactiviteit en het uitblijven van successen zwaar onder vuur in de patriotse pers, die het daarmee vooral gemunt had op Willem V. Deze was behalve stadhouder ook admiraal-generaal van de marine. Vaillant maakte in 1787 deel uit van de door Van der Hoop ingestelde Commissie ter aanmoediging van het bepalen der Lengte op zee. Met de politieke strijd bemoeide hij zich niet. Een poging tot revolutie door de patriotten werd dat jaar onderdrukt door het Pruisische leger.
De Militaire Commissie miniatuur|Kaart van Cochin van Arnold Buyskes, met voorgestelde versterkingen van het fort.