Erna Berger (Cossebaude, 19 oktober 1900 - Essen, 14 juni 1990) was een Duitse coloratuursopraan. Ze bouwde eerst in Dresden en Berlijn een succesvolle carrière op als operazangeres, om daarna ook internationaal furore te maken. Berger wordt beschouwd als een van de grote Duitse sopranen van de 20e eeuw.
Levensloop Erna Berger werd deels opgevoed door haar tantes, omdat haar vader vaak in het buitenland werkte. Hij was als spoorwegingenieur onder andere betrokken bij de bouw van spoorlijnen in Afrika.
Berger toonde als kind al talent voor zingen en het pianospel. Op haar zeventiende kreeg ze van zangeres Elisabeth Rethberg het advies om lid te worden van het operakoor van Dresden, waar ze een goede en tevens gratis opleiding kon krijgen. Haar vader besloot echter om met het gezin naar Paraguay te emigreren.
Paraguay In Paraguay bouwde het gezin Berger een nieuw bestaan op. Toen haar vader overleed, moest Erna echter de kost gaan verdienen als gouvernante. In de tussentijd bleef ze oefenen met zingen en kreeg hierin begeleiding van een pianist uit Montevideo.
Toen ze 23 jaar was had ze voldoende geld opgespaard om terug te keren naar Duitsland. Tijdens de lange bootreis trad ze op als zangeres voor een aantal Duitse reizigsters, die vervolgens betaalden om haar accommodatie op te waarderen van de derde naar de eerste klasse.
Werkzaam in Dresden In Dresden vond Berger een kantoorbaan, terwijl ze zangles kreeg van de vrouw van tenor Max Hirzel. Ze kon in 1925 als soubrette aan de slag bij de Dresden Staatsoper en debuteerde daar in de opera Die Zauberflöte van Wolfgang Amadeus Mozart. In datzelfde jaar had ze tevens een rol in de première van Doktor Faust van componist Ferruccio Bussoni. Verder was zij te horen in Richard Wagners Tannhaüser.
Ze wist zich te ontwikkelen van kleine naar steeds grotere rollen. Toen een van de sopranen die Olympia zong in Les Contes d'Hoffmann ziek werd, stelde Berger zichzelf voor als vervangster: zij was immers goedkoper dan een dure vervangster uit Leipzig en ze kon naar eigen zeggen de rol ook zingen. De uitvoering werd een groot succes. Hierna was ze nog te horen als Oscar in Verdi's opera Un Ballo in Maschera en als Blondchen in Mozarts Entführung aus dem Serail.
Van 1929 tot 1933 was Berger te horen bij de Bayreuther Festspiele, waar zij zong in Tannhaüser. In 1932 verscheen zij tevens op het festival van Salzburg.
Opera van Berlijn In 1934 zong Berger bij de Berlijnse Staatsoper onder leiding van dirigent Wilhelm Furtwängler. Hier vertolkte zij de hoofdrollen in opera's als La Bohème en Madame Butterfly van Puccini. Ze zou in Berlijn ruim 30 rollen zingen, waaronder die van Sophie in Der Rosenkavalier en Zerbinetta in Ariadne auf Naxos, beide van Richard Strauss.
Ook buiten Duitsland was Berger te horen. In 1934, 1935 en 1938 trad ze op in het Londense Covent Garden. Verder was ze te horen in onder andere Amsterdam, Brussel, Boedapest, Wenen en Rome. Ze zong met de beroemdste zangers van haar tijd, zoals Richard Tauber en Heinrich Schlusnus.
In 1934 trouwde Berger met een Noor. Ze kon zich nu tot Noor laten naturaliseren, maar besloot Duits te blijven.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Berger te horen in Parijs, waar ze in 1941 met de Berlijnse Staatsoper een uitvoering had in de Opéra.
Naoorlogse carrière In 1949 was Berger terug in Londen en had ze tevens haar debuut in het Metropolitan te New York.
In 1953-1954 zong Berger in Salzburg met een uitvoering van Zerlina uit de opera Don Giovanni. Tot het einde van het seizoen 1954-1955 verscheen ze op podia in Duitsland en Oostenrijk. Hierna wijdde zij zich vooral aan liederen en maakte zij tournees door Amerika, Japan en Australië.
In 1968 vond in München haar laatste optreden plaats. Ze heeft hierna nog gewerkt als muziekdocente aan de Staatliche Hochschule für Musik in Hamburg en in Essen.
Waardering Berger had een heldere sopraanstem, waarbij ze tot in de hoogste tonen een zacht lyrisch legato wist te behouden. Ze bracht tevens een gevoelige persoonlijke sfeer in haar teksten. Aan de andere kant was haar stem vrij dun en zou ze onvoldoende kracht hebben voor opera's als Madame Butterfly en La Traviata.
Naast optredens verzorgde Berger ook vele muziekopnames. In 1938 verscheen een opname van Die Zauberflöte, met Berger in de rol van Koningin van de Nacht. In 1950 verscheen ze op een LP-opname met de opera Rigoletto, waarin ze de rol van Gilda vertolkte.
Categorie:Duits sopraan