Willem Sluiter (ook geschreven als Sluyter; Neede, 22 maart 1627 – Zwolle, december 1673) was een Nederlandse gereformeerde predikant en dichter. Sluiter was van 1653 tot 1673 voorganger van de hervormde gemeente in Eibergen, en geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het zeventiende-eeuwse piëtisme in poëzievorm. Zijn dichtbundels, met onder meer een lofzang op het eenvoudige plattelandsleven, beleefden tot ver in de negentiende eeuw vele herdrukken. Zijn dichtregels Waer iemant duisent vreugden soek / Mijn vreugt is in dees' achter-hoek worden algemeen gezien als de oudste literaire vermelding van wat later de streeknaam Achterhoek zou worden.
Levensloop
Jeugd en opleiding (1627–1652) Willem Sluiter werd op 22 maart 1627 geboren in een huis tegenover de hervormde kerk in Neede, als oudste zoon van Tileman Sluiter en Geertruid (ook Geertjen) Saalkink. Hij werd op 8 april van datzelfde jaar gedoopt. Zijn grootvader van vaderszijde, Albert Sluiter, was burgemeester en provisor (gasthuis- of armmeester) van Borculo. Zijn vader trouwde door zijn huwelijk met Geertruid Saalkink, dochter van een vermogende Needse bierbrouwer en korenhandelaar, in een welgestelde plattelandsfamilie en zette het bedrijf van zijn schoonvader voort.
Willem was de oudste van zes kinderen uit zijn vaders eerste huwelijk. Zijn moeder overleed in 1637, toen Willem tien jaar was. Zijn vader hertrouwde tweemaal, achtereenvolgens met Anna Holten en, in 1641, met Aeltje Hasebroek; uit het laatste huwelijk werden nog vijf kinderen geboren.
Op 17 oktober 1646 werd Sluiter ingeschreven als leerling aan de Illustere School in Deventer. In 1649 vervolgde hij zijn studie theologie aan de Utrechtse universiteit, waar hij onderwijs volgde bij de theoloog Gisbertus Voetius. In 1650 werd hij toegelaten tot de openbare eredienst.
Predikant in Eibergen (1653–1672) In juni 1652 overleed dominee Rumphius van Eibergen. De Eibergse kerkenraad sprak zich aanvankelijk uit voor diens zoon, en ook een deel van de gemeente verzette zich tegen Sluiters benoeming, omdat zij hem te swack achtten. Graaf Otto van Limburg Stirum, heer van Borculo, die het collatierecht over de Eibergse predikantsplaats bezat, benoemde Sluiter echter op 23 juli 1652. In augustus van datzelfde jaar maakte Sluiter zijn opwachting in Eibergen, waar hij in 1653 werd geïnstalleerd. Aanvankelijk werd hij door zijn gemeente smalend den Needschen starthakkenkremer genoemd.
Op 3 augustus 1662 huwde Sluiter te Borculo met de tweeëntwintigjarige Margaretha Sibylla Hoornaert, oudste dochter van Johannes Hoornaert, rentmeester van de graaf van Limburg Stirum. Het paar kreeg twee kinderen: dochter Charlotte Geertruid (geboren 11 juli 1663) en zoon Johannes (geboren 15 september 1664). Margaretha overleed enkele weken na de geboorte van haar zoon, op 9 oktober 1664. Het korte huwelijksgeluk van Sluiter is uitvoerig beschreven in zijn dichtwerk Doots-Echt-Scheydinge uit 1667, een gedicht van zeshonderdtweeëndertig versregels waarin hij het ziekbed en het overlijden van zijn vrouw verhaalt en dat geldt als zijn meest persoonlijke poëzie. Na haar dood werden de kinderen ondergebracht bij hun grootmoeder in Borculo en bleef Sluiter alleen achter in de Eibergse pastorie.
In september 1665 viel Bernhard van Galen, bisschop van Münster, de Achterhoek en Twente binnen om zijn aanspraken op de Heerlijkheid Borculo kracht bij te zetten. Sluiter vluchtte met andere predikanten via Zutphen naar Den Haag, waar een broer van hem woonde. In de hoofdstad maakte hij kennis met andere dichters, waaronder Geeraerdt Brandt, Jodocus van Lodensteyn en Joannes Vollenhove. Na de Vrede van Kleef van april 1666 keerde Sluiter terug. Op 16 mei 1666 ging hij zijn gemeente weer voor in de zwaar beschadigde kerk van Eibergen; omdat de preekstoel was gesloopt, hield hij zijn preek staande op een trap.
Tweede vlucht en overlijden (1672–1673) Bij de tweede inval van de bisschop van Münster in juni 1672, in het Rampjaar, moest Sluiter opnieuw vluchten. Op 20 mei 1672 verliet hij Eibergen, mogelijk gewaarschuwd door een bevriende geestelijke uit een naburig klooster. Via Zutphen kwam hij in Holland terecht, waar hij onder meer in Alkmaar verbleef. Eind 1672 vertrok hij naar Deventer, waar hij tot juni 1673 werkzaam was. In de tussentijd kreeg hij een beroep naar Rouveen aangenomen, hoewel onzeker is of hij daar daadwerkelijk gepreekt heeft.
In december 1673 overleed Sluiter, zesenveertig jaar oud, ten huize van zijn zwager Andreas Suave in Zwolle. Hij werd begraven in de Grote of Sint-Michaëlskerk in die stad. In 2013 werd in de kerk een herdenkingsplaquette aangebracht naar ontwerp van beeldhouwer Anton ter Braak.
Dichtwerk Sluiter wordt in de literatuurgeschiedenis gerekend tot de stroming van het gereformeerd piëtisme, dat zich keerde tegen het materialisme van de Gouden Eeuw en pleitte voor een strakkere kerkelijke tucht en een persoonlijke band met God. Hij keert zich in zijn dichtwerk tegen de wereldse ondeugden en bezingt de zondag als een dag geheel aan God gewijd.
Naast religieuze poëzie schreef hij ook lofzangen op het eenvoudige leven op het platteland. Van hem zijn de beroemde dichtregels: ‘Waer iemand duisent vreugden soek Mijn vreugt is in dees' achter-hoek’.
Sluyter werd tot ver in de negentiende eeuw nog in de Achterhoek gelezen door de plattelandsbevolking.Hendrik Willem Heuvel in zijn Oud-Achterhoeksch Boerenleven
Hoofdwerken Sluiters bekendste publicaties zijn: Buiten-Leven (1668), een lofzang op het plattelandsleven dat wordt beschouwd als zijn meest gewaardeerde gedicht. Christelyke Doods-Betrachting (1667), met daarin de bundel Doods-Echt-Scheydinge over de dood van zijn vrouw. Eibergsche Sang-Lust (1670), een verzameling kerkliederen voor zijn Eibergse gemeente. Vreugt- en Liefde-Sangen (1671), met de bekendste dichtregels over de achter-hoek. Heylige Gesangen (postuum, 1677, uitgegeven door Gerbrandt Schagen te Amsterdam).
In totaal zijn er bibliografisch ten minste honderddrieënzestig verschillende drukken en herdrukken van Sluiters werk geïnventariseerd. Streekmuseum De Scheper te Eibergen bezit met circa honderddertig edities de grootste collectie ter wereld.
Stijl en thematiek Het werk van Sluiter wordt gekenmerkt door eenvoudige, leerzame en stichtelijke regels. Zijn dichttrant is hoogst toegankelijk en sluit aan bij de orale traditie van de plattelandsbevolking; tot in de tweede helft van de negentiende eeuw werden zijn liederen in Eibergen gezongen onder de Pinksterkroon en op Oudejaarsavond. Terugkerende motieven zijn de leeuwerik die jubelend opstijgt naar de hemel — vanwaar Sluiters bijnaam de Kleine Leeuwerik — het buitenleven en de gerichtheid op het wel-sterven. Door de geest van de Moderne Devotie die in zijn werk doorklinkt, sluit Sluiter aan bij een oudere Nederlandse vroomheidstraditie.
In de Republiek onderhield Sluiter contact met onder anderen Joannes Vollenhove, Jeremias de Dekker, Jodocus van Lodensteyn, Hieronymus Sweerts en de remonstrant Geeraerdt Brandt. Hoewel hij niet tot de canonieke groten van de zeventiende eeuw wordt gerekend, wordt zijn gezag in de Graafschap Zutphen in de achttiende eeuw vergeleken met dat dat Jacob Cats elders genoot.
Achterhoek De toeschrijving van het ontstaan van de streeknaam Achterhoek aan Sluiter is van betrekkelijk recente datum. Sluiter zelf gebruikte achter-hoek niet als geografische aanduiding van een specifieke regio, maar als een algemene benaming voor zijn afgelegen, eenvoudige plattelandsuithoek. In de negentiende eeuw, en versterkt vanaf de twintigste eeuw, werd zijn dichtregel echter geclaimd als de literaire grondlegging van de huidige streeknaam. In 2018 vierde de regio uitgebreid de driehonderdvijftigste verjaardag van de publicatie van zijn achter-hoek-regels uit 1668; Sluiter zelf werd hierbij door de Eibergse streekhistoricus Bennie te Vaarwerk omschreven als de oorsprong van de Achterhoek-identiteit, met de slogan zonder Sluiter geen Achterhoek.
Nalatenschap In 2013 werd in de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle een plaquette met portret aangebracht, vervaardigd door beeldhouwer Anton ter Braak. In 2018 verscheen de jubileumuitgave Van achter-hoek tot Achterhoek van de historische kringen van Eibergen en Neede. In 2021 werd de Willem Sluiter Prijs ingesteld, een vijfjaarlijkse Achterhoekse onderscheiding voor wie de regio op een positieve manier voor het voetlicht heeft gebracht. Initiatiefnemer was Bennie te Vaarwerk; de prijs bestaat uit een geldbedrag van vijfduizend euro en een door Anton ter Braak vervaardigde penning waarop Sluiters portret en zijn achter-hoek-regel zijn aangebracht. Op 22 maart 2022, op zijn driehonderdvijfennegentigste geboortedag, werd in Neede aan de Nieuwstraatzijde van de Grote Kerk een borstbeeld onthuld op een sokkel van bentheimerzandsteen, eveneens vervaardigd door Ter Braak. In Eibergen is een Willem Sluiterstraat naar hem genoemd. Voor het kwartmillennium-jubileum in 2027 (vier eeuwen na Sluiters geboorte) loopt sinds 2025 het project Buiten-Leven, waarbij vijfentwintig met de Achterhoek verbonden personen elk regels uit zijn gelijknamige gedicht voordragen.
Bibliografie (selectie) Christelyke Doods-Betrachting (1667) Buiten-Leven (1668) Eibergsche Sang-Lust (1670) Vreugt- en Liefde-Sangen (1671) Heylige Gesangen (postuum, 1677)
Literatuur G.T. Hartong, Willem Sluiter. Enige, voornamelijk bibliografische, aanvullingen in: Documentatieblad Nadere Reformatie 5 (1981), nr. 2. Hendrik Willem Heuvel, Oud-Achterhoeksch Boerenleven het geheele jaar rond (1927, met naschrift over Sluiter). Arend Heideman, Willem Sluiter anno nu; De kleine leeuwerik (2007). Bennie te Vaarwerk e.a., Van achter-hoek tot Achterhoek (2018), uitgave van de historische kringen Eibergen en Neede. Willem Sluyter in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek Deel 5, onder redactie van P.C. Molhuysen en P.J. Blok.
Externe links Informatiepunt Willem Sluiter Lemma in Biografisch Woordenboek Gelderland
Noten
Categorie:Nederlands dichter Categorie:Nederlands predikant Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw Categorie:Achterhoek