De Ambtsbegraafplaats is een voormalige algemene begraafplaats in Doetinchem, gelegen op de hoek van de J.F. Kennedylaan en de Doctor Huber Noodtstraat. De begraafplaats werd in 1829 in gebruik genomen door de toenmalige gemeente Ambt Doetinchem en werd per 9 maart 1967 gesloten verklaard. Sinds 2005 is de Ambtsbegraafplaats samen met de Stadsbegraafplaats gemeentelijk monument. De begraafplaats vormt anno 2026 een rijk funerair archief van Doetinchem en het omliggende platteland uit de negentiende en twintigste eeuw, met onder meer de graven van apotheker en filantroop Hendrik Jacob Eerligh, burgemeester Christian Bernhard Wilhelm Kehrer en de pedagoog Jan Klootsema, directeur van De Kruisberg.

Aanleiding Tot het begin van de 19e eeuw werd in en om de Catharinakerk te Doetinchem begraven. Toen de Provinciale Staten van Gelderland in 1827, aansluitend op de wensen van koning Willem I, een verordening uitvaardigden waarbij begraven in en bij de kerk per 1 januari 1829 in steden en dorpen met meer dan duizend inwoners daadwerkelijk werd verboden, dienden zowel Stad-Doetinchem als het aangrenzende Ambt Doetinchem een nieuwe begraafplaats aan te leggen.

Beide gemeenten waren aanvankelijk van plan om gezamenlijk één begraafplaats aan te leggen, dicht bij de stad, zodat de plek ook voor het Ambt centraal zou liggen. Gedeputeerde Staten van Gelderland verleenden hiervoor toestemming, maar het plan strandde op een geschil over het benodigde stuk grond. Daarop gingen beide gemeenten verder met eigen plannen: Stad-Doetinchem kocht een driehoekig perceel ten noorden van de stad (de huidige Stadsbegraafplaats) en Ambt-Doetinchem kocht een ruimer perceel net buiten de stadsgrens, langs de oostelijke uitvalsweg richting Varsseveld.

Aanleg en inrichting Het in 1828 door de gemeente Ambt Doetinchem aangekochte perceel was 3.880 m² groot, met aansluitend nog een perceel van 183 m² waarop een doodgraverswoning werd gebouwd. De aankoopprijs is niet overgeleverd; de inrichtingskosten bedroegen 980 gulden. Rond het perceel werd een rasterwerk aangelegd en bij de ingang een poort gebouwd. De omheining is later vervangen door een smeedijzeren hekwerk op een schansmuur, en de toegangspoort, in dezelfde stijl als het hekwerk, hangt tussen twee zware gietijzeren pijlers.

De begraafplaats werd op 1 januari 1829 in gebruik genomen. Rechthebbenden van graven in de Catharinakerk kregen op verzoek een vervangend graf op de begraafplaats; andere inwoners konden een graf kopen voor tien gulden. Rechts van de ingang lag het protestantse gedeelte, links het rooms-katholieke deel. Dat laatste deel verloor zijn functie nadat in 1857 in de gemeente Ambt-Doetinchem een aparte rooms-katholieke begraafplaats werd ingericht.

Uitbreiding en gebruik Anders dan de Stadsbegraafplaats, die in 1893 werd gesloten, bleef de Ambtsbegraafplaats in gebruik tot ver in de 20e eeuw. In 1904 kocht de gemeente Ambt-Doetinchem grond aan in de directe nabijheid van de algemene begraafplaats; vermoedelijk werd in dat verband het areaal naar achteren uitgebreid tot het huidige oppervlak van ruim 6.500 m². Ook na de samenvoeging van de gemeenten Stad-Doetinchem en Ambt-Doetinchem op 1 januari 1920 tot één gemeente Doetinchem veranderde er weinig op de begraafplaats.

In 1963 adviseerde de directeur Openbare Werken om de begraafplaats te sluiten. Het advies hing samen met de plannen om ten oosten van de begraafplaats de J.F. Kennedylaan aan te leggen. Na aanvankelijke geschillen met rechthebbenden werd de begraafplaats per 9 maart 1967 gesloten verklaard. Bij de aanleg van de J.F. Kennedylaan werden geen graven geschonden of verplaatst, en rechthebbenden konden na sluiting nog gebruik maken van hun bijzettingsrechten in bestaande graven. Van die mogelijkheid is daarna nog incidenteel gebruikgemaakt.

Verval en herstel Ondanks het langere gebruik raakte ook de Ambtsbegraafplaats na haar sluiting in verval. Zoals bij de Stadsbegraafplaats werd in 2005 de aanwijzing tot gemeentelijk monument bewerkstelligd. De in 2006 opgerichte Stichting Behoud Stads- en Ambtsbegraafplaats Doetinchem nam vervolgens ook hier het herstel ter hand: het groen werd onderhouden, grafmonumenten werden gerestaureerd, voor de toegang aan de zuidzijde werd een nieuw hekwerk vervaardigd en op de plaats waar oorspronkelijk het baarhuisje stond werd een nieuw huisje gebouwd. De stichting zorgt sindsdien voor publiciteit en publicaties over de op de begraafplaats begraven personen.

Vormgeving en grafmonumenten De Ambtsbegraafplaats heeft het uiterlijk van een begraafplaats sterker behouden dan de Stadsbegraafplaats. Een smeedijzeren hekwerk scheidt het terrein van de weg, en de lage muur onder het hek accentueert dat de begraafplaats hoger ligt dan haar omgeving. Opvallend is het groene karakter: het oorspronkelijke middenpad is goed herkenbaar, maar wordt deels aan het oog onttrokken door struiken en bomen, waardoor de begraafplaats groter lijkt dan zij in werkelijkheid is. Het meeste groen dateert van na de aanleg.

Doordat de begraafplaats langer in gebruik is geweest dan de Stadsbegraafplaats, vindt men hier ook grafmonumenten met een twintigste-eeuws uiterlijk, vaak nog in hardsteen maar soms ook van graniet. Het aantal hekwerken, meermaals voorzien van gietijzeren onderdelen, is groter dan op de zusterbegraafplaats. De stèles lopen sterk uiteen in vormgeving: enkele zijn klassiek uitgewerkt volgens het aedicula-schema (een Griekse-tempelmotief), andere op de jongere vakken neigen naar een meer zakelijke overgangsstijl. Een aantal grafmonumenten combineert stèle en zerk. De symboliek is volgens funerair historicus Leon Bok rijker bedeeld dan op de Stadsbegraafplaats.

Belangwekkende graven

Hendrik Jacob Eerligh (1792–1874) Direct links van de ingang ligt het opvallend grote grafmonument voor de apotheker Hendrik Jacob Eerligh (1792–1874). Het samengestelde monument bestaat uit een tombe die schuin oploopt naar een hoge opstand met een klassiek vormgegeven hoofdgestel, waarop een marmeren tekstplaat is aangebracht met de aanduiding "oud-wethouder van Stad Doetinchem". Eerligh was ongehuwd en uitzonderlijk vermogend; zijn nalatenschap werd geschat op 600.000 gulden, naar koopkracht in 2026 vergelijkbaar met enkele miljoenen euro. Bij testament liet hij 40.000 gulden na aan verschillende instellingen. Hoewel hij zelf van hervormden huize was, bedacht hij in zijn testament niet alleen de hervormde diaconie maar ook de evangelisch-lutherse, de rooms-katholieke en de joodse armen. Hoewel hij in Stad-Doetinchem actief was geweest, koos hij voor een graf op de Ambtsbegraafplaats.

Christian Bernhard Wilhelm Kehrer (1835–1902) Achter het graf van Eerligh ligt het meer eenvoudige hardstenen graf met smeedijzeren hekwerk van de familie Kehrer. Hier liggen Christian Bernhard Wilhelm Kehrer (Amsterdam, 6 maart 1835 – IJzevoorde, 20 december 1902), zijn moeder en zijn echtgenote begraven. Kehrer kwam op jonge leeftijd vanuit Amsterdam naar Doetinchem, werd in 1869 raadslid en in 1877 wethouder van de gemeente Ambt-Doetinchem, om in 1895 geïnstalleerd te worden als burgemeester en gemeentesecretaris. Daarnaast was hij lid en thesaurier van het College van Regenten van het Rijksopvoedingsgesticht De Kruisberg en plaatsvervangend heemraad van het Waterschap van de Oude IJssel. Hij overleed na een korte ziekte tijdens zijn ambtsperiode. De Doetinchemse Burgemeester Kehrerstraat is naar hem vernoemd.Christian Bernhard Wilhelm Kehrer, lemma op de Nederlandstalige Wikipedia.

Wopke Hendrik Snethlage (1874–1878) Op een van de oudere vakken bevindt zich een smalle zandstenen zerk voor het driejarig overleden kind Wopke Hendrik Snethlage (1874–1878). Hij was geboren in Batavia, waar zijn vader, eveneens Wopke Hendrik Snethlage, hoofdonderwijzer was geweest; deze overleed een maand voor de geboorte van zijn zoon. Zijn moeder Jacqueline Désirée Chalmers Hoijnk van Papendrecht (1844–1909) keerde daarop met haar kind terug naar Nederland, waar het kind drie jaar later in Doetinchem stierf. Op de zerk zijn een engel met lauwerkrans en trompet uitgehouwen: de engel verwijst naar de boodschap Gods, de krans naar de overwinning van het geloof.

Jan Klootsema (1867–1926) Het graf van de pedagoog Jan Klootsema (Onderdendam, 27 december 1867 – Doetinchem, 11 juli 1926) wordt gemarkeerd door een voor zijn betekenis tamelijk eenvoudige stèle. Klootsema, opgeleid tot onderwijzer en aanvankelijk werkzaam in Groningen en Amsterdam, publiceerde in 1904 het invloedrijke Misdeelde kinderen, dat een systematisch overzicht gaf van wat in zijn tijd "kindergebreken" werden genoemd en dat een uitgewerkte vragenlijst bevatte voor schoolhoofden en artsen. In 1905 werd hij aangesteld als directeur van het Rijksopvoedingsgesticht De Kruisberg, een functie die hij tot zijn dood vervulde. Zijn aanpak werd nationaal en internationaal als toonaangevend beschouwd; in 1912 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Klootsema was van 1920 tot 1923 lid van de gemeenteraad van het in 1920 verenigde Doetinchem en zette zich actief in voor de fusie van Stad- en Ambt-Doetinchem. Op 11 juli 1926 werd hij dood aangetroffen in zijn huisbibliotheek; een hartstilstand was hem fataal geworden. Onder grote belangstelling werd hij begraven naast zijn echtgenote Aafke Tonckens (1871–1916). In 1929 werd op het terrein van De Kruisberg de zogenoemde Klootsemabank onthuld; in Doetinchem is een straat naar hem vernoemd.

Huidige toestand De Ambtsbegraafplaats is anno 2026 vrij toegankelijk. Tijdens Open Monumentendag worden er rondleidingen verzorgd door vrijwilligers van de Stichting Behoud Stads- en Ambtsbegraafplaats Doetinchem; daarnaast zijn vanaf de VVV in Doetinchem twee fietsroutes "Gelegen in het groen" verkrijgbaar die langs de achttien begraaflocaties in de gemeente Doetinchem voeren. Samen met de Stadsbegraafplaats vormt de Ambtsbegraafplaats, in de woorden van Leon Bok, "een waardevol archief van het negentiende-eeuwse Doetinchem".

Zie ook Stadsbegraafplaats (Doetinchem) Lijst van burgemeesters van Doetinchem De Kruisberg (Doetinchem) Christian Bernhard Wilhelm Kehrer Sint-Catharinakerk (Doetinchem)

Categorie:Begraafplaats in Doetinchem