Sarus’ veldtocht tegen Constantijn III vond plaats in 407. Waar oudere histografie de interventie van Sarus vaak in een bredere crisisperiode tot 408 plaatsen, kan de veldtocht het beste in de lijn van Michael Kulikowksi worden gedateerd in 407 en worden opgevat als een korte, op zichzelf staande interventie. Het was Stilicho's reactie op de snelle machtsovername van Constantijn III in de Romeinse burgeroorlog (407-415). De veldtocht verliep aanvankelijk succesvol, maar eindigde in een nederlaag.
Achtergrond Begin 407 stak Constantijn III vanuit Brittannië over naar het vasteland om zijn gezag in Gallië en Hispania te vestigen. Het moment voor zijn machtsgreep was gunstig: de Rijngrens was ingestort, terwijl het gezag van Honorius verzwakt en versnipperd was. Binnen korte tijd wist Constantijn zich te vestigen in Valence, een strategisch gelegen stad aan de Rhône, waarmee hij zeggenschap kreeg over het Gallische veldleger. Zijn optreden kenmerkte zich door snelheid en besluitvaardigheid.
In het noorden herstelde hij de situatie langs de Rijn, niet zozeer door militaire kracht, maar vooral door een combinatie van diplomatie en integratie van lokale machtsgroepen. Hij vernieuwde verdragen met Frankische en andere Germaanse leiders, waaronder Bourgonden en Alemannen. Deze groepen werden niet verdreven, maar opnieuw ingepast in het Romeinse leger. Tegelijkertijd wist Constantijn de steun van de Gallo-Romeinse elite te verwerven, waardoor hij zowel militair en politiek Gallië controleerde.Zosimus, Historia Nova 6.2.2. Parallel hieraan stuurde hij gezanten naar Hispania om zijn positie te legitimeren. Orosius, Historiae adversus paganos, 7.40 Wat begon als een militaire opstand ontwikkelde zich binnen enkele maanden tot een serieus alternatief regime van het West-Romeinse rijk.
Opmars van Constantijn De chronologie van deze gebeurtenissen blijft onderwerp van discussie en hangt samen met Constantijns’ verhouding tot de regering van Honorius. Een belangrijke verdienste van Drinkwater is dat hij op basis van numismatisch materiaal, de volgorde van Constantijns opmars naar Gallië vanuit Bononia inzichtelijk heeft gemaakt. Het beschikbare bewijsmateriaal, met name de verspreiding van zijn vroegste munten, suggereert dat Constantijn aanvankelijk rechtstreeks noch naar het Rijnland, noch naar de Rhônevallei trok. In plaats daarvan marcheerde hij naar Lugdunum (Lyon), waar zijn eerste munten werden geslagen en waar zich de tijdelijke zetel van de Pretoriaanse prefectuur van Gallië bevond. Drinkwater, The Usurpers Constantine III (407-411) and Jovinus (411-413), pag. 274 Zie opmerkingen bij note 32: Deze details suggereren, zowel geografisch als historisch, niet Arles, maar Lyon; en de vestiging van de Gallische zetel van het bestuur in Lyon in 402 zou de gretigheid van Constantijn III verklaren om deze stad zo snel mogelijk te bereiken in 407. Van daaruit rukte hij op naar Valence, een goed te verdedigen stad, nabij Arles die hij later in 408 tot zijn politiek centrum zou maken.
Stilicho’s strategie In Italië werd Stilicho, opperbevelhebber van het leger en regent van de minderjarige keizer Honorius, verrast door de plotselinge opmars van Constantijn.Zosimus 5.2.7. In Noord-Italië beschikte hij weliswaar over een krachtig veldleger, maar dit was gebonden aan zijn taak Italië, het hart van het West-Romeinse rijk, te beschermen. De recent beëindigde oorlog tegen Radegaisus had duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar Italië was. Bovendien bevond zich ten noorden van de Alpen in Pannonië het voornamelijk uit Goten bestaande leger van Alarik, dat nu formeel bondgenoot was, maar in werkelijkheid een onzekere factor vormde. Met deze onbetrouwbare bondgenoot durfde Stilicho het niet aan zijn hoofdmacht in te zetten. Evenmin kon hij rekenen op steun uit het Oost-Romeinse Rijk, aangezien de betrekkingen tussen beide rijksdelen gespannen waren. Gelet op deze beperkte mogelijkheden kon Stilicho maar een deel van zijn legermacht inzetten. De doelstelling was daarom gericht op het verstoren van Constantijns machtsopbouw om daarmee tijd te winnen voor het bijeen brengen van een volwaardig leger. Voorkomen moest worden dat Arles, de hoofdstad van de Gallische prefectuur in handen kwam van Constantijn en dat de Alpenpassen door zijn troepen werden bemand.
Sarus’ veldtocht Legersterkte In plaats van een grootschalig offensief koos Stilicho voor een mobiele interventiemacht met Sarus, een Gotische generaal die zich bewezen had in oorlog tegen Radagaisus, als aanvoerder. Het bestond vermoedelijk uit enkele duizenden manschappen, mogelijk niet meer dan circa 5.000. Blockley, Dynasty of Theodosius, pag. 122: merkt terecht op dat de kracht van Sarus een substantieel deel van Stilicho’s beschikbare mankracht moet zijn geweest. Volgens Zosimus boekte dit leger aanvankelijk snel succes.Zosimus, 5.2.7. Dat wijst op een flexibel en mobiel opererende strijdmacht, samengesteld uit ervaren elite-eenheden, aangevuld met Gotische en andere barbaarse troepen gerecruteerd uit Sarus eigen achterban.
Van Constantijns leger ontbreken eveneens exacte aantallen, echter maakt modern onderzoek duidelijk dat zijn strijdmacht aanzienlijk groter moet zijn geweest dan de oorspronkelijke Britse expeditiemacht. De snelle overloop van delen van het Gallische leger en de steun van bondgenoten suggeren een effectieve militaire capaciteit van mogelijk 20.000-25.000 man of meer.Vgl Drinkwater 1998; Kulikowski 2006; Heather 2005.
Verloop van Sarus’ veldtocht Omstreeks het midden van 407 trok Sarus Gallië binnen, op een moment waarop Constantijns regime nog niet volledig was uitgekristalliseerd. In de lijn van zijn opdracht probeerde Sarus het militaire en bestuurlijke netwerk van de usurpator te ontwrichten voordat deze definitief was. Aanvankelijk verliep de campagne succesvol. Sarus bracht een leger van Constantijn onder bevel van de magistri militum Justinianus en Nebiogastes een nederlaag toe. Justinianus sneuvelde tijdens de gevechten, terwijl Nebiogastes gevangen werd genomen en vermoord. Vervolgens belegerde hij Valence waar de usurpator verbleef en sloeg het beleg voor de stad. Maar na zeven dagen kantelde de strijd in het voordeel van Constantijn. Door de komst van een hulpleger onder Edobichus en Gerontius werd Sarus gedwongen het beleg op te heffen om zich terug te trekken.
Aftocht Het vervolg van de campagne wordt summier behandeld in de bronnen. De terugtocht verliep moeizaam. Volgens Zosimus werd Sarus geconfronteerd met vijandige groepen en moest hij hen zelfs betalen om doorgang te krijgen. Wijnendaele ziet redenen om deze groepen als Romeinse limitae te beschouwen die overgelopen waren naar Constantijn.
Epiloog De mislukking van de veldtocht van Sarus betekende de feitelijke erkenning dat Constantijn III niet langer een lokale Britse usurpator was, maar een machtsfactor waar voortaan rekening mee moest worden gehouden. De nederlaag ondermijnde bovendien het prestige van Stilicho, wiens voorzichtige strategie steeds vaker als besluiteloos werd gezien binnen delen van leger en hof. Het falen van Sarus leidde tot oplopende spanning binnen het West-Romeinse leger dat uiteindelijk zou leiden tot de val van Stilicho in augustus 408, en de opstand van Alariks leger met de uitroeping van Attalus tot keizer.
Categorie:400-409