Ella Margaret Gibson (Colorado Springs, 14 september 1894 – Hollywood, 21 oktober 1964) was een Amerikaanse actrice ten tijde van de stomme film. Tussen 1913 en 1929 verscheen ze in meer dan 150 films. Kort voor haar dood in 1964 zou ze naar verluidt de moord op regisseur William Desmond Taylor in 1922 bekend hebben.
Biografie Gibson werd geboren op 14 september 1894 in Colorado Springs als dochter van Celia Ella Fisher en Ellsbarry James Gibson. Haar moeder was zangeres, haar vader muzikant. Ze begon haar toneelcarrière op 12-jarige leeftijd. Ze trad ruim twee jaar op in vaudeville en werd in 1909 lid van het Theodore Lorch theatergezelschap in Denver, waar ze uiteenlopende rollen speelde.
Haar filmcarrière startte in 1912 bij Vitagraph, waar ze drie jaar bleef en voornamelijk in westerns speelde. Gedurende zes maanden in die periode acteerde Taylor in dezelfde studio en maakten ze samen vier films: The Love of Tokiwa, The Riders of Petersham, The Kiss en A Little Madonna.
Ze verliet Vitagraph in 1915 en ging aan de slag bij de Thomas Ince Film Company, waar ze een kleine bijrol speelde in The Coward, de film die Charles Ray beroemd maakte. Vervolgens had ze bijrollen in vele komische korte films. Haar eerste hoofdrol na Vitagraph was in The Soul's Cycle (1916), waarin ze zowel een aantrekkelijke Romeinse jonkvrouw als een moderne New Yorkse erfgenares speelde.
In 1917 werd Gibson gearresteerd wegens prostitutie, waarbij ze onder andere beschuldigd werd van drugshandel (opium). Na een drukbezocht openbaar proces werd ze vrijgesproken. De publiciteit dwong haar echter om in stilte haar artiestennaam te veranderen in Patricia Palmer. (2014), p. 25. Ze was ook bekend onder de namen Patsy Palmer, Margie Gibson, Marguerite Gibson, Ella Margaret Lewis, Ella Margaret Arce en Pat Lewis.
Op 2 november 1923 werd Gibson gearresteerd in haar huis in Los Angeles op verdenking van betrokkenheid bij een vermeend landelijk afpersingsnetwerk en werd vervolgens aangeklaagd voor afpersing. Ze zou ook banden hebben gehad met twee veroordeelde afpersers die de week ervoor schuldig hadden gepleit aan het afpersen van 10.000 dollar van bankier John L. Bushnell uit Ohio. Te midden van alle publiciteit na haar arrestatie werd ze zowel Margaret Gibson als Patricia Palmer genoemd. De aanklachten werden later door het openbaar ministerie ingetrokken. De daaropvolgende zes jaar werkte ze sporadisch in kleine rollen en bijrollen, maar de overgang van de filmindustrie naar de geluidsfilm betekende het einde van Gibsons toch al tanende carrière.
In 1935 "vluchtte" ze om onbekende redenen naar Singapore, waar ze trouwde met Elbert Lewis, een accountant bij een oliemaatschappij. Het paar woonde in diverse Aziatische landen en had geen plannen om ooit nog naar de Verenigde Staten terug te keren. Dat veranderde in 1940, toen Gibson getroffen werd door een blaasontsteking waarvoor in de regio geen medische behandeling beschikbaar was. Ze keerde zonder haar echtgenoot terug naar Los Angeles en onderging tweemaal een operatie. Haar echtgenoot kwam in 1942 om het leven bij een Japans bombardement op een olie-installatie tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In 1949 verhuisde Gibson naar een bescheiden huis in de Hollywood Hills. Ze leefde van een weduwenpensioen onder de naam Pat Lewis en verliet naar verluidt bijna nooit haar woonst. Gibson overleed op 21 oktober 1964 in Hollywood op 70-jarige leeftijd aan een hartaanval. Haar laatste rustplaats is het Holy Cross Cemetery in Culver City.
Moord op William Desmond Taylor Op haar sterfbed in 1964 vroeg Gibson, die zich niet lang daarvoor tot het rooms-katholicisme had bekeerd, om een priester en bekende vervolgens aan haar buren de moord op de Hollywood-filmregisseur William Desmond Taylor op 1 februari 1922.
Ze had naar verluidt de vorige avond soortgelijke opmerkingen gemaakt tijdens het kijken naar een televisieprogramma waarin de onopgeloste moord op Taylor aan bod kwam. Gibson "raakte hysterisch en flapte eruit dat ze hem had vermoord en dacht dat het allang vergeten was".
Gibson bevond zich ten tijde van de moord in Los Angeles, maar haar naam werd tijdens het onderzoek nooit genoemd en er zijn geen documenten bewaard gebleven die wijzen op een link tussen Taylor en Gibson na 1914. Alle politiedossiers en fysieke bewijsstukken met betrekking tot de moord op Taylor waren tegen 1940 verdwenen, en afgezien van indirect bewijs is er geen onafhankelijke bevestiging gekomen van Gibsons betrokkenheid.
Externe links
Categorie:Amerikaans toneelacteur Categorie:Amerikaans filmacteur