Ontvoering van Insiya Hemani Plaats Watergraafsmeer (Amsterdam-Oost), Nederland Datum 29 september 2016 Tijdstip ca. 08:15 Type Internationale kinderontvoering Slachtoffer Insiya Hemani (destijds 2 jaar) Gewonden Meerdere lichtgewonden Verdachten Shehzad Hemani en medeverdachten Aanleiding Conflict over gezag en omgang Procesgang Rechtbank Amsterdam (2019, 2020) · Gerechtshof Amsterdam (2024) · Hoge Raad (2025)
De ontvoering van Insiya Hemani betreft de kinderontvoering op 29 september 2016 van het destijds tweeënhalfjarige meisje Insiya Hemani uit Amsterdam-Oost naar India. Insiya verblijft sindsdien bij haar vader Shehzad Hemani in Mumbai en is niet teruggekeerd naar Nederland. Nederlandse rechters hebben de zaak gekwalificeerd als kinderontvoering en als onttrekking aan het ouderlijk gezag van haar moeder, Nadia Rashid.
In opeenvolgende strafzaken tussen 2019 en 2025 zijn Hemani en zes medeverdachten in Nederland veroordeeld. Het gerechtshof Amsterdam legde Hemani in hoger beroep een gevangenisstraf van 8,5 jaar op; de Hoge Raad liet de veroordelingen in november 2025 onherroepelijk worden.
Omdat India geen partij is bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag en Hemani in India verblijft, zijn Nederlandse civielrechtelijke uitspraken daar niet rechtstreeks afdwingbaar en wees India een Nederlands uitleveringsverzoek af. De zaak is sindsdien onderwerp van diplomatieke inspanningen, parlementaire aandacht in Nederland en op Europees niveau, en een publieke campagne onder de naam Bring Insiya Back.
Achtergrond Insiya Hemani is de dochter van Nadia Rashid en Shehzad Hemani. Rashid is een Nederlandse advocate uit Amsterdam; oorspronkelijk psychologe van opleiding, ging zij na de ontvoering rechten studeren en werkt sindsdien als advocate. Hemani is een in Mumbai gevestigde Indiase zakenman. De twee leerden elkaar in 2005 in Amsterdam kennen tijdens de International Indian Film Academy Awards.
Rashid vroeg in 2015 in Nederland echtscheiding aan. In interviews met onder meer Het Parool en het AVROTROS-programma Eva heeft zij verklaard dat zij deze stap zette na aanhoudend huiselijk geweld in het huwelijk en spreekt zij van aanhoudende intimidatie door Hemani na de scheiding. Hemani heeft die beschuldigingen ontkend.
In de daarop volgende civielrechtelijke procedures vertrouwde de Nederlandse rechter Insiya toe aan haar moeder; Hemani kreeg een omgangsregeling onder toezicht. Op het moment van de ontvoering woonden Rashid en Insiya bij Rashids moeder in Watergraafsmeer (Amsterdam-Oost).
De ontvoering
Voorbereiding Het gerechtshof Amsterdam heeft in 2024 vastgesteld dat Hemani de ontvoering had laten voorbereiden door een groep van zeven personen, georganiseerd als "projectorganisatie" met een geschreven plan dat geweldgebruik expliciet toeliet. Het hof omschreef de organisatie als personen "met een politiële en militaire achtergrond".
Het draaiboek droeg zelf de bestandsnaam Plan Barney (in latere berichtgeving ook Operatie Barney genoemd) en werd tijdens het politieonderzoek aangetroffen op de computer van een van de medeverdachten. Volgens het Openbaar Ministerie bevatte het document een gedetailleerd stappenplan, een budget en afspraken over geweldgebruik tegen familieleden. In zijn requisitoir in hoger beroep noemde het Openbaar Ministerie de zaak "een voor Nederlandse begrippen ongekende kinderontvoering"; het gerechtshof sprak in zijn arrest van 2024 van een "kinderontvoering buitencategorie".
29 september 2016 Op donderdag 29 september 2016, omstreeks 08:15 uur, drongen drie mannen de woning van Insiya's grootmoeder binnen. Een van hen droeg tiewraps en een stroomstootwapen bij zich. Twee van de mannen brachten Insiya naar een wachtende auto. De derde raakte in een worsteling met aanwezige familieleden, gebruikte het stroomstootwapen tegen Insiya's tante en tegen een toegesnelde buurtbewoner, en werd ter plaatse door familieleden en buurtbewoners overmeesterd en aangehouden.
Vlucht naar India Insiya werd door de twee andere mannen naar een vooraf afgesproken ophaalpunt in het dorp Eemnes (provincie Utrecht) gebracht, waar haar vader haar overnam. Vanuit Eemnes reisden Hemani en enkele medeverdachten via Duitsland door naar India. Insiya, die alleen de Nederlandse nationaliteit heeft, werd zonder een geldig paspoort of ander reisdocument naar India gebracht; haar Nederlandse paspoort lag op dat moment thuis in Nederland opgeborgen. Volgens berichtgeving werd Insiya in januari 2017 voor het eerst sinds de ontvoering in Mumbai gesignaleerd.
Reactie van autoriteiten Op de dag van de ontvoering werd door de Nederlandse autoriteiten een AMBER Alert uitgevaardigd – een nationaal opsporingsalarm dat wordt ingezet wanneer een kind als vermist wordt aangemerkt en er ernstige zorgen bestaan over zijn of haar veiligheid. Het alert werd via AMBER Alert Europe doorgegeven aan omliggende landen, waaronder Duitsland. De Nederlandse politie publiceerde dezelfde dag een opsporingsbericht onder de categorie Onttrokken aan ouderlijk gezag, met zaaknummer 2016211226. Dit opsporingsbericht is in 2026 nog steeds actief.
Op verzoek van het Nederlandse Openbaar Ministerie verspreidde Interpol een internationale Diffusion-notice tegen Hemani en een Yellow Notice voor Insiya. Na een door Hemani aanhangig gemaakte procedure in het Bombay High Court werd de Diffusion-notice in 2018 tijdelijk ingetrokken; Nederlandse aanklagers vroegen vervolgens om herstel ervan.
Strafrechtelijke procedure
Rechtbank Amsterdam De strafzaken bij de Rechtbank Amsterdam werden in twee fasen behandeld. Op 11 juli 2019 veroordeelde de rechtbank zes in Nederland aangehouden medeverdachten tot gevangenisstraffen voor hun rol bij de ontvoering. Op 12 oktober 2020 veroordeelde dezelfde rechtbank Hemani – die zich vanuit India door zijn raadsman liet vertegenwoordigen – tot negen jaar gevangenisstraf wegens het uitlokken en medeplegen van de ontvoering en het onttrekken van Insiya aan het ouderlijk gezag. Zijn neef – in stukken aangeduid als "C." – kreeg in dezelfde fase vier jaar.
Hoger beroep Op 13 mei 2024 bevestigde het gerechtshof Amsterdam in hoger beroep de veroordelingen tegen Hemani en vijf medeverdachten. Het hof oordeelde dat negen jaar gevangenisstraf voor Hemani inhoudelijk passend was, maar verminderde de straf met zes maanden tot 8,5 jaar wegens overschrijding van de redelijke termijn uit artikel 6 EVRM. De medeverdachten kregen straffen tussen vier weken en vier jaar gevangenisstraf.
Cassatie Op 4 november 2025 verwierp de Hoge Raad de cassatieberoepen in vijf zaken – tegen Hemani en vier medeverdachten – waarmee de veroordelingen en straffen onherroepelijk werden. Een centrale cassatieklacht van Hemani over het ontbreken van een aangeboden videoconferentie werd door de Hoge Raad verworpen.
Voortvluchtige medeverdachten Verschillende veroordeelde medeverdachten waren op het moment van hun veroordeling spoorloos. In april 2026 werd één van hen in Riga aangehouden in afwachting van overlevering aan Nederland op grond van een Europees aanhoudingsbevel.
Juridische impasse rond terugkeer
Nederlandse gezagsuitspraken Op 7 maart 2019 ontnam een Nederlandse rechter Hemani het ouderlijk gezag over Insiya. Een latere Nederlandse civiele uitspraak gelastte teruggeleiding van Insiya naar Nederland. Rashid heeft sindsdien het eenhoofdige gezag over Insiya.
Procedures in India Na de aankomst van Insiya in India spande Hemani een voogdijprocedure aan bij de Family Court van Mumbai. Rashid voerde parallelle Indiase procedures, gericht op teruggeleiding van Insiya naar Nederland. In een tussenuitspraak van 13 april 2018 verwees het Bombay High Court (mr. Bharati H. Dangre) de zaak voor inhoudelijke afdoening naar de Family Court van Mumbai en gaf dat hof daarvoor een termijn van één jaar. In januari 2018 verzocht een Indiase rechter Hemani Insiya vóór 27 maart 2018 over te dragen aan haar moeder; aan dat bevel werd geen gevolg gegeven.
Haags Verdrag en uitlevering De kern van de juridische impasse is dat India geen partij is bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 1980, waardoor Nederlandse civielrechtelijke teruggeleidings- en gezagsuitspraken niet automatisch door Indiase rechters worden uitgevoerd. Daarnaast is Insiya alleen Nederlands staatsburger en verblijft zij volgens Nederlandse en Indiase rapportages zonder geldige Indiase reis- of verblijfsdocumenten in India, wat haar status binnen het Indiase rechtssysteem complex maakt. In een antwoord aan het Europees Parlement in juli 2023 bevestigde de Europese Commissie dat zij landen als India stelselmatig oproept tot toetreding tot het verdrag en dat in 2017 en 2019 specifieke demarches richting India zijn verricht.
In maart 2017 diende Nederland een formeel uitleveringsverzoek voor Hemani in bij India. India wees dit verzoek af; volgens latere berichtgeving werd verwezen naar het ontbreken van een direct toepasselijk uitleveringsverdrag en naar de lopende Indiase voogdijprocedures.
Verweer van Hemani Hemani heeft zich in zowel Nederlandse als Indiase procedures via raadslieden – in Nederland onder andere Gerard Spong – verweerd. Volgens dit verweer zou Rashid in 2014 met Insiya zonder zijn instemming in Nederland zijn gebleven en daarmee zelf in strijd hebben gehandeld met zijn ouderlijke rechten naar Indiaas recht. Hemani heeft de mishandelingsbeschuldigingen van Rashid ontkend en heeft zich daarnaast publiekelijk uitgesproken tegen de Nederlandse en Indiase rechterlijke uitspraken in de zaak; in januari 2018 noemde hij een Indiaas teruggeleidingsbevel "fake news".
Rashids advocaat Peter Plasman heeft Hemani's lezing dat zijn instemming zou hebben ontbroken bestreden. Plasman wees erop dat Rashid eind 2014 met toestemming van Hemani naar Nederland reisde en dat het stel daarna nog gezamenlijk met Insiya in Dubai is geweest; Hemani zou daar nog een toestemmingsverklaring hebben ondertekend op grond waarvan Rashid met Insiya naar Nederland mocht doorreizen. Beschuldigingen aan het adres van Rashid dat zij Insiya zelf zou hebben "ontvoerd" kwamen volgens Plasman pas op nadat zij de echtscheidingsprocedure had aangevraagd.
Nederlandse rechters hebben Hemani's verweer in alle instanties verworpen. Het gerechtshof Amsterdam omschreef de ontvoering in zijn arrest van 2024 als "de ontvoering van een weerloze peuter, steriel opgezet en uitgevoerd door mensen met een politiële en militaire achtergrond, als een project met een duidelijke missie" en oordeelde dat dit projectmatige karakter "aanzienlijk bijdraagt aan de ernst en strafwaardigheid van de feiten". De Hoge Raad verwierp in november 2025 alle door Hemani aangevoerde cassatieklachten; volgens de raad konden de klachten "niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof leiden" en wierpen zij geen "juridisch belangrijke nieuwe vragen" op.
Diplomatieke inzet De zaak is sinds 2017 onderwerp van bilaterale gesprekken tussen Nederland en India. Toenmalig minister-president Mark Rutte bracht de zaak in 2018 ter sprake tijdens zijn bezoek aan India, en opvolgende ministers van Buitenlandse Zaken hebben de zaak besproken met de Indiase minister S. Jaishankar en met premier Narendra Modi. Tijdens het bezoek van Modi aan Nederland in mei 2026 zegde minister-president Rob Jetten toe de zaak opnieuw aan te kaarten; de Nederlandse regering kondigde in diezelfde periode aan een ambtelijke delegatie naar India te sturen met als opdracht een ontmoeting tussen Insiya en haar moeder mogelijk te maken.