Een bijzondere universiteit is in Nederland een door de overheid bekostigde universiteit die niet door de overheid is opgericht, maar door een privaatrechtelijke rechtspersoon op levensbeschouwelijke of religieuze grondslag. Daarmee onderscheiden ze zich van openbare universiteiten, die uitgaan van de overheid.
Juridisch kader De bijzondere universiteit vloeit voort uit het in artikel 23 van de Nederlandse Grondwet vastgelegde beginsel van vrijheid van onderwijs: eenieder mag onderwijs verzorgen met vrijheid van richting. Zowel openbare als bijzondere universiteiten worden door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend en hebben recht op overheidsbekostiging op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).
Het belangrijkste juridische verschil met een openbare universiteit is de rechtsvorm en het toepasselijke recht: een bijzondere universiteit is een stichting of vereniging en valt onder het privaatrecht, terwijl medewerkers van openbare universiteiten onder het publiekrecht vallen. Het bestuur van een bijzondere universiteit geldt in beginsel niet als bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Uitzondering hierop vormt onder meer de afgifte van het getuigschrift, omdat daar wettelijke rechten aan verbonden zijn.
Tot 2010 kende de WHW de aparte categorie "aangewezen universiteit" voor de kleinere levensbeschouwelijke instellingen. Bij de wetswijziging van dat jaar is dit onderscheid komen te vervallen en vallen alle door het Rijk bekostigde levensbeschouwelijke instellingen onder dezelfde noemer bijzondere universiteit.
Bijzondere universiteiten in Nederland Nederland kent zeven bekostigde bijzondere universiteiten. Vier ervan zijn aangesloten bij Universiteiten van Nederland:
Vrije Universiteit Amsterdam (1880) op protestants-christelijke grondslag, in stand gehouden door de Vereniging voor christelijk hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en patiëntenzorg. Radboud Universiteit te Nijmegen (1923), van oorsprong rooms-katholieke signatuur, opgericht als Roomsch Katholieke Universiteit Nijmegen, bestuurd door de Stichting Katholieke Universiteit. Tilburg University (1927) op katholieke grondslag, formeel de Stichting Katholieke Universiteit Brabant. Universiteit voor Humanistiek in Utrecht (1989) op humanistische grondslag, verbonden met het Humanistisch Verbond, de enige bijzondere universiteit op niet-religieuze grondslag, sinds 2022 geassocieerd lid van Universiteiten van Nederland.
Daarnaast zijn er drie kleinere, monodisciplinaire bijzondere universiteiten op theologische grondslag:
Protestantse Theologische Universiteit (PThU) te Utrecht (2007), vanuit de Protestantse Kerk in Nederland. Theologische Universiteit Apeldoorn (1894), vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken. Theologische Universiteit Utrecht, vanuit de Nederlandse Gereformeerde Kerken, tot 2023 gevestigd in Kampen onder de naam Theologische Universiteit Kampen.
Geschiedenis De eerste bijzondere universiteit in Nederland was de Vrije Universiteit, in 1880 opgericht door Abraham Kuyper als onderdeel van de gereformeerde emancipatiebeweging. In 1923 volgde de katholieke universiteit in Nijmegen, gesticht door de Sint Radboudstichting als symbool van de katholieke emancipatie. Vier jaar later kwam daar de Katholieke Economische Hogeschool in Tilburg (later Tilburg University) bij. Aanvankelijk ontvingen bijzondere universiteiten geen rijkssubsidie. Pas in de loop van de twintigste eeuw werd de bekostiging gelijkgetrokken met die van de openbare universiteiten. De ontwikkeling past in het bredere patroon van de Verzuiling, waarin levensbeschouwelijke groepen eigen onderwijsinstellingen oprichtten.
Zie ook Openbare universiteit Bijzonder onderwijs Verzuiling Universiteiten van Nederland
Referenties
Categorie:Onderwijs in Nederland Categorie:Bijzonder hoger onderwijs