Het Monument aan de burgermartelaren van 1914-1918 (Frans: Monument aux martyrs civils de 1914-1918) was een oorlogsmonument in Dinant, opgericht in 1936 en verwoest in 1940. Het was een werk van de beeldhouwer Pierre de Soete en van de architect Camille Damman.
Geschiedenis Dinant is een van de zeven Belgische martelaarsteden. Aanleiding daarvoor was de Slag bij Dinant van 15 tot 23 augustus 1914, waarin het Franse leger de Duitse opmars door België tot staan bracht aan de Maas. In de drie laatste dagen van dat treffen richtten de Duitsers een bloedbad aan onder de burgers. Er vielen 674 doden. Om de massamoorden en fusillades goed te praten, zeiden de Duitsers dat ze waren beschoten door franc-tireurs. Historisch onderzoek heeft dit ontkracht, maar ten tijde van het monument was de kwestie nog voorwerp van debat.
Drijvende kracht achter het monument was de liberale en Waalsgezinde burgemeester Léon Sasserath. Hij zat een comité voor dat zich tot doel stelde een gedenkteken op te richten voor de burgerdoden van Dinant en bij uitbreiding voor alle 23.700 Belgische burgerslachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. De keuze om het ontwerp toe te vertrouwen aan de architect Camille Damman en de beeldhouwer Pierre de Soete was al veelzeggend. Die laatste had in 1928 de letterbalustrade voor de Universiteitsbibliotheek van Leuven gemaakt, die was geweigerd wegens te anti-Duits: Furore Teutonica diruta dono Americano restituta ("Vernield door Duits geweld, met Amerikaanse vrijgevigheid hersteld").
Door De Soete toe te laten zijn sierletters te hergebruiken, wilde Dinant een statement maken tegen de pacificerende houding die de Belgische gezagsdragers aannamen ten aanzien van Duitsland, ook nadat het onder Adolf Hitler weer oorlogszuchtige taal was beginnen uitslaan. Premier Charles de Broqueville, met op de achtergrond koning Leopold III, oefende grote druk uit om het opschrift achterwege te laten, maar Sasserath haalde zijn slag thuis. Het plaatsen van de sierletters liet hij uitvoeren door Leuvense balustradesloper Felix Morren.Chris Coppens, Mark Derez en Jan Roegiers, Sapientia aedificit sibi domum. Universiteitsbibliotheek Leuven, 1425-2000, Universitaire Pers Leuven, 2000, p. 264. Regering, Kerk en koningshuis waren zo gebelgd dat ze geheel afwezig bleven bij de inhuldiging op 23 augustus 1936.
Vier jaar later viel het Derde Rijk België binnen. Nadat de panzers Dinant hadden veroverd, schoten ze het monument voor de burgermartelaren kapot. In 1947 waren er plannen om het te herbouwen, maar die kregen geen gevolg.
Beschrijving Het monument stond op de Place d'Armes. Het was 25 m breed en 9,5 m hoog. Centraal strekte een hand twee vingers in een eedgebaar. Rond de pols waren dorens gewikkeld. Volgens het verklarende opschrift zwoeren de Dinantezen dat ze geen ongeoorloofd geweld hadden gebruikt tegen het Duitse leger. Met deze eed stelden ze een formele ontkenning tegenover de franc-tireurlegende. Een citaat uit de Aeneis (boek II, vers 12) evoceerde de gruwel van de feiten: Animus meminisse horret ("De geest huivert bij de herinnering"). De sierletters van de balustrade (Furore Teutonico) benoemden het Duitse geweld. Daaronder waren zestien platen aangebracht met de namen en leeftijden van 674 slachtoffers.
Externe links Monument aux martyrs civils de 1914-1918 (Bel-memorial) Furore Teutonico (gemeente Dinant, gearchiveerd)
Voetnoten
Categorie:Eerste Wereldoorlog-monument in België Categorie:Dinant Categorie:1936