Jean de Selve (1475 – 10 december 1529) was een Franse magistraat en diplomaat. Als eerste voorzitter van het Parlement van Parijs leidde hij in de jaren 1520 enkele beroemde gerechtelijke procedures.
Biografie De Selve werd geboren in 1475 als zoon van Fabien de Selve, een koninklijk notaris afkomstig uit een familie van handelaren. Bij de dood van zijn vader erfde hij geen gronden en maar een beperkte geldsom. Zijn oudere broer stond verder in voor zijn opleiding. De Selve studeerde rechten in Toulouse met het oog op een mogelijke kerkelijke carrière. Hij koos echter voor de advocatuur. Na zijn studie gaf hij enige tijd les aan de universiteit van Toulouse.
Magistraat In 1500 werd hij raadsman aan het Parlement van Toulouse, een hoge rechtbank. In 1505 werd hij benoemd tot een van de vier voorzitters van de Échiquier van Normandië, de hoogste rechtbank van die provincie. De Selve kwam onder de aandacht van koning Lodewijk XII als een bekwaam jurist met een grondige kennis van het Romeins recht en het plaatselijk gewoonterecht. Daaraan dankte hij zijn benoeming tot eerste voorzitter in 1507. Ook onder de nieuwe koning Frans I kon de Selve genieten van koninklijke gunsten. Eind 1515 werd hij benoemd tot eerste voorzitter van het Parlement van Bordeaux. Hij werd ook benoemd tot vice-kanselier van Milaan. Tussen 1515 en 1520 werkte hij in het hertogdom Milaan, veroverd door de Fransen, om de gerechtelijke organisatie op Franse leest te organiseren. Hij werkte er nauw samen met de Franse kanselier Antoine Duprat.
Eind 1520 werd de Selve benoemd tot eerste voorzitter van het Parlement van Parijs, de hoogste Franse rechtbank, als opvolger van de overleden Jacques Ollivier. In die functie had hij ook zitting in de Conseil du Roi, een hoog bestuursorgaan. De Selve had in de steile opgang in zijn carrière veel te danken aan koning Frans I, maar vanuit zijn positie als hoogste magistraat van het soevereine Parlement van Parijs, kwam hij in enkele geruchtmakende processen toch in conflict met de koning en diens moeder Louise van Savoye. Dit was met name het geval tijdens het regentschap van Louise van Savoye, tijdens de gevangenschap van de koning na de Slag bij Pavia (1525). De Selve moest toen schipperen tussen de regentes en de leden van het parlement die van de situatie gebruik wilden maken om de koninklijke machtsgreep in juridische, politieke en religieuze aangelegenheden te betwisten.
De zaak-Bourbon betrof de erfenis van Suzanna van Bourbon die kinderloos was gestorven. In haar testament liet ze al haar bezittingen na aan haar echtgenoot Karel III van Bourbon. Dit werd aangevochten door de koning en zijn moeder Louise van Savoye. Deze ingewikkelde en gevoelige rechtszaak zorgde voor spanningen tussen de koning en het parlement. Een andere zaak betrof het cenakel van Meaux. Dit humanistisch gezelschap, gesteund door de zus van de koning Margaretha van Valois, werd verdacht van ketterij en daarom ontbonden. De Selve, zelf bevriend met de humanisten Jacques Lefebvre d'Étaples en Erasmus, en het Parlement werden in 1527 van de zaak gehaald door de koning. Er was ook de zaak-Semblançay. Jacques de Beaune, baron van Semblançay, was door de koning belast met een onderzoek naar corruptie, maar begin 1527 werd hij zelf gearresteerd en beschuldigd van diefstal, misbruik en schriftvervalsing. De koning en zijn kanselier Duprat wilden een voorbeeld stellen, al waren de bewijzen mager. Het was eerder het financiële systeem dat gebrekkig was. De Selve plooide onder de koninklijke druk en veroordeelde Semblançay.
Diplomaat Al onder koning Lodewijk XII werd de Selve ingezet als diplomaat. In 1514 was hij een van de koninklijke vertegenwoordigers in Londen die over een huwelijk tussen de koning en Maria Tudor onderhandelden.
In 1525 reisde hij naar Madrid samen met François de Tournon en Philippe Chabot om te onderhandelen met de vertegenwoordigers van keizer Karel V over de vrijlating van koning Frans I. Struikelblok was de positie van Bourgondië. Uiteindelijk moesten Louise de Savoie en de gevangen koning in deze kwestie toegeven. Dit leidde tot de Vrede van Madrid (1526) en de vrijlating van de koning. De Selve toonde zich opnieuw een man van de koning door de Vrede van Madrid niet te registreren en later nietig te verklaren. Hij baseerde zich hierbij op het juridisch principe van de onvervreemdbaarheid van de rechten van de koning.
In 1529 reisde de Selve in het gezelschap van Louise van Savoie naar Kamerijk en was hij betrokken bij de onderhandelingen die leidden tot de Damesvrede.
Privéleven Tijdens zijn tijd aan het Parlement van Toulouse huwde De Selve met Cécile de Buxi, dochter van Antoine de Buxi, heer van Monstrade en Languedoc en zelf ook raadsman verbonden aan het Parlement. Vijf van hun zes zonen bekleedden vooraanstaande posities in de magistratuur en de koninklijke administratie.
De Selve verzamelde een aanzienlijk fortuin met zijn riante verloning als magistraat in de verschillende parlementen. Hij kocht een heerlijkheid in Auvergne en verschillende gronden in Île-de-France om zijn status te verhogen.
Bronnen , Jean de Selve (1475-1529) in Les conseillers de François Ier, Presses universitaires de Rennes, p. 189-198.
Categorie:Frans jurist Categorie:Frans diplomaat Categorie:Persoon in de 16e eeuw