James Craig, artiestennaam van James Henry Meador (Nashville, 4 februari 1912 – Santa Ana, 27 juni 1985) was een Amerikaans acteur.

Biografie Craig werd geboren als James Henry Meador op 4 februari 1912 in Nashville (Tennessee) en studeerde aan het Rice Institute (de huidige Rice University), met het plan om arts te worden. Na zijn afstuderen werkte hij een tijdje als professioneel footballspeler en als incassomedewerker. Een bezoek aan Hollywood deed hem besluiten acteur te worden. Hij keerde terug naar huis en werkte een jaar in het theater, waarna hij weer naar Hollywood ging.

Zijn filmcarrière begon in 1937. Hij deed een screentest voor Paramount, die hem een contract aanbood. Bij Paramount speelde hij vooral in B-films en serials, aanvankelijk onder de naam James Mead.

Een jaar later ruilde Craig Hollywood voor New York, waar hij op Broadway verscheen in Missouri Legend (1938). Dit hernieuwde de interesse van Hollywood in hem. Craig deed auditie voor de rol van Rhett Butler in Gone with the Wind en had de hoofdrol in North of Shanghai (1939) voor Columbia, naast een reeks kleine of onvermelde rollen in een aantal andere films.

In november 1939 tekende Craig een contract met Universal, die van hem een hoofdrolspeler wilden maken. Hij speelde bijrollen in een aantal films en kreeg de hoofdrol in Zanzibar (1940) en South to Karanga (1940).

Craigs grote doorbraak kwam toen RKO zijn contract met Universal afkocht om een van Ginger Rogers' aanbidders te spelen in Kitty Foyle (1940). Dit werd een groot succes. Vervolgens kreeg hij van RKO hoofrollen in Unexpected Uncle (1941) en Valley of the Sun (1942).

thumb|Met Barbara Payton in Drums in the Deep South (1951) Louis B. Mayer, hoofd van Metro-Goldwyn-Mayer, vond dat Craig leek op Clark Gable, de populairste mannelijke ster van de studio. Mayer gaf Craig een zevenjarig contract om Gable mogelijk te vervangen wanneer die in dienst zou treden bij de Amerikaanse luchtmacht. Bij MGM speelde Craig aanvankelijk de hoofdrol in enkele B-westerns, maar werd vervolgens gelanceerd als ster in The Human Comedy (1943), wat een enorm succes werd. In 1944 speelde Craig samen met William Powell en Hedy Lamarr in The Heavenly Body. Dat jaar werd hij door bioscoopeigenaren verkozen tot de op één na meest veelbelovende "ster van de toekomst". Craig bleef met de regelmaat van de klok in MGM-films spelen, soms in een hoofdrol maar ook vaak in ondersteunende rollen, tot zijn contract met MGM in 1953 eindigde.

Vervolgens speelde hij voornamelijk in B-films en begon hij ook voor het nieuwe medium televisie te werken, met gastoptredens in televisieseries als Have Gun – Will Travel, Death Valley Days en The Virginian. Zijn laatste optreden was in 1972 in de sciencefictionfilm Doomsday Machine. Na zijn pensionering als acteur werd hij vastgoedmakelaar.

Craig was vier keer getrouwd. In 1939 trouwde hij met Mary June Ray, met wie hij vier kinderen kreeg. Het huwelijk eindigde in 1954 in een echtscheiding. Zijn eerste echtgenote beweerde dat hij haar sloeg en dat hij met een alcoholprobleem kampte. Zijn tweede huwelijk met Jil Jarmyn duurde van 1959 tot 1962, waarna het huwelijk ontbonden werd. Van 1963 tot haar dood in 1967 was hij getrouwd met Jane Gail Hoschouer. Zijn vierde huwelijk uit 1968 met Sumie Arima eindigde in 1983 eveneens in een echtscheiding.

James Craig overleed op 27 juni 1985 in Santa Ana (Californië) op 74-jarige leeftijd aan longkanker.

Filmografie (selectie) 1938: The Buccaneer (onvermeld) 1938: The Big Broadcast of 1938 (onvermeld) 1938: College Swing (onvermeld) 1939: North of Shanghai 1939: Blind Alley (onvermeld) 1940: Zanzibar 1940: Enemy Agent (onvermeld) 1940: South to Karanga 1940: Seven Sinners 1940: Kitty Foyle 1941: Unexpected Uncle 1942: Valley of the Sun 1942: Seven Miles from Alcatraz 1942: Friendly Enemies 1943: The Human Comedy 1943: Swing Shift Maisie 1943: Lost Angel 1944: Marriage Is a Private Affair 1944: The Heavenly Body 1945: Our Vines Have Tender Grapes 1945: She Went to the Races 1946: Boys' Ranch 1947: Little Mister Jim 1950: Side Street 1950: A Lady Without Passport 1951: Drums in the Deep South 1956: While the City Sleeps 1956: The Women of Pitcairn Island 1968: The Devil's Brigade 1970: Bigfoot 1972: Doomsday Machine (laatste optreden)

Externe links

Categorie:Amerikaans filmacteur Categorie:Amerikaans televisieacteur