Patrick Theodore Moore (Galway, 22 september 1821 – Richmond, 19 februari 1883) was een Amerikaans handelaar, militair en verzekeringsagent. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog nam hij dienst in het Confederate States Army. Hij werd benoemd tot kolonel van het 1st Virginia Infantry Regiment maar raakte tijdens de Slag bij Blackburn's Ford gewond aan zijn hoofd. Na zijn herstel diende hij als aide-de-camp voor generaal Joseph E. Johnston en generaal-majoor James Longstreet en als openbaar aanklager voor het militair gerecht. Eind 1864 werd hij bevorderd tot brigadegeneraal en aangesteld als bevelhebber van de reservere-eenheden in en rond de Zuidelijke hoofdstad.

Vroege jaren Patrick T. Moore werd geboren op 22 september 1821 in Galway, Ierland.Eicher, John H., and David J. Eicher, Civil War High Commands. Stanford: Stanford University Press, 2001. . p. 395–396Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1959. . p. 219–220Wert, Jeffry D. "Moore, Patrick Theodore" in Historical Times Illustrated History of the Civil War, edited by Patricia L. Faust. New York: Harper & Row, 1986. . p. 508 In 1835 verhuisde zijn gezin naar Canada en daarna naar Massachusetts waar zijn vader als Brits consul werkte.Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts On File, 1988. . p. 454–455 Moore vestigde zich in 1850 in Virginia waar hij handelaar werd. In zijn vrije tijd was hij kapitein in de Virginia militia.Civil War Dictionary. p. 564 Moore huwde en kreeg vier kinderen.

Amerikaanse Burgeroorlog Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog maar voor de officiële secessie van Virginia werd Moore op 21 april 1861 aangesteld als kolonel van het 1st Virginia Militia Regiment. Enkele weken later, op 15 juni 1861, werd het regiment opgenomen in het Virginia Provisional Army als het 1st Virginia Infantry Regiment. Op 1 juli werd het Provisional Army op haar buurt opgenomen in het Confederate States Army.

Moore kreeg zijn vuurdoop op 18 juli 1861 tijdens de Slag bij Blackburn's Ford. Hij werd geraakt in het hoofd en tijdelijke ongeschikt verklaard voor dienst aan het front.Warner, 1959, p. 220 vermeldt dat Moore zijn regiment aanvoerde tijdens de Eerste Slag bij Bull Run. Ook Boatner, 1988, p. 564 en Wert, 1986, p. 508 vermelden hetzelfde." Sifakis, 1988, p. 454 stelt: "Hoewel in verschillende bronnen vermeldt staat dat hij gewond raakte bij Bull Run, raakte hij al drie dagen voordien gewond bij Blackburn’s Ford, een grote schermutseling die voorafging aan Bull Run." Eicher, 2001, p. 395 volgt Sifakis. Ook in de Offical Records on the war of the Rebellion Volume 2. p. 445 en p. 462 staat dat Moore gewond raakt bij Blackburn’s Ford.

Na zijn herstel diende Moore tussen oktober 1861 en mei 1862 als aide-de-camp voor generaal Joseph E. Johnston. Toen Johnston gewond raakte tijdens de Slag bij Seven Pines werkte Moore als aide-de-camp voor generaal-majoor James Longstreet. Hij bleef in functie tot in juli 1862. In december 1862 werd Moore benoemd tot militair openbaar aanklager voor het Trans-Allegheny Department waarbij hij het openbaar ministerie vertegenwoordigde tijdens krijgsraden. Vanaf 1864 voerde hij deze opdracht uit in het Departement of Richmond. Tussen 18 mei en december 1864 was hij bevelhebber van de reserve-eenheden in de hoofdstad. Het trainen van deze eenheden gebeurde in samenwerking met brigadegeneraal James L. Kemper. Op 20 september 1864 werd Moore bevorderd tot brigadegeneraal. Vanaf december 1864 tot in april 1865 voerde Moore het bevel over de Brigade 1 of the Virginia Reserve Forces (local defense troops) in het Department of Richmond.

Toen begin april 1865 Richmond ontruimd werd na de doorbraak van het Army of the Potomac tijdens de Richmond-Petersburgveldtocht was Moore niet bij zijn eenheid. Hij werd niet gevangen genomen met zijn brigade bij Sayler's creek en was ook niet aanwezig tijdens de overgave van het Army of Northern Virginia bij Appomattox Courthouse op 9 april. Hij werd toch gevangen genomen en op 30 april onder voorwaarden vrijgelaten. Moore kreeg op 14 juni 1865 amnestie.

Latere jaren thumb|Grafsteen van Moore Na de oorlog vestigde Moore zich in Richmond waar hij aan de slag ging als verzerkeringsagent.

Patrick T. Moore overleed op 19 februari 1883 in Richmond, Virginia aan de gevolgen van pleuritis.Welsh. p. 159. Hij werd begraven op het Shockoe Hill Cemetery in Richmond, Virginia.

Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)

Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten