David Addison Weisiger (Chesterfield County, 23 december 1818 – Richmond, 23 februari 1888) was een Amerikaans zakenman en militair. Tijdens de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog diende hij in het 1st Virginia Volunteers als tweede luitenant. Tussen de twee oorlogen werd Weisiger een vooraanstaand zakenman in Petersburg, Virginia. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog diende hij in het Confederate States Army waar hij opklom tot de rang van brigadegeneraal. Na de oorlog ging hij opnieuw aan de slag als zakenman en bankbediende.
Vroege jaren David A. Weisiger werd geboren op 23 december 1818 in "The Grove" in Chesterfield County, Virginia.Soms werd hij Daniel Adams Weisiger genoemd waarbij er verwarring ontstaat met brigadegeneraal Daniel Weisiger Adams. Boatner, 1988, p. 899 noemt hem per abuis "Davis Adams Weisiger."Eicher, John H., and David J. Eicher. Civil War High Commands. Stanford, CA: Stanford University Press, 2001, , p. 558–559.Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1959, , p. 330.Wert, Jeffry D. "Weisiger, David Addison" in Historical Times Illustrated History of the Civil War, edited by Patricia L. Faust. New York: Harper & Row, 1986, , p. 811–812. Zijn grootvader was afkomstig uit Duitsland en werd in 1792 verkozen tot burgemeester van Petersburg. De vader van David, Samuel S. Weisiger, werd een rechter.
Wiesiger huwde minstens twee keer. Zijn eerste vrouw overleed in 1844. Hun kinderen overleefden hun kindertijd niet. Met zijn tweede echtgenote, Alice Sydnor Barksdale, had hij een zoon. Alice overleed na de bevalling. Zijn zoon, Addison, zou een vooraanstaand burger in Petersburg worden.
Officier bij de Virginia militia en zakenman Tijdens de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog nam Weisiger dienst als vrijwilliger in het 1st Virginia Volunteers Infantry Regiment. Hij werd aangesteld als tweede luitenant van Company E en diende tussen 3 december 1846 en 1 augustus 1848.Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts On File, 1988, , pp. 702–703.
Na de oorlog keerde Weisiger terug naar Petersburg waar hij een zakenman werd.1860 U.S. Federal Census for South Ward, Petersburg (independent city), Virginia, p. 100. De stad groeide snel door de aanwezigheid van zware industrie en als belangrijk knooppunt van wegen en spoorwegen. Tegen 1849 was hij een leidende figuur binnen de wereld van de Vrijmetselarij. In 1850 hielp hij met de oprichting van een standbeeld ter ere van George Washington en in 1858 was hij penningmeester van de loge.William oBrown, Blandford Lodge NO. 3: A.F. & A.M> Petersburg, Virginia: A Bicentennial History (1957) p. 209, 228, 445 Hij was eveneens eigenaar van 7 slaven.1860 U.S. Federal Census Slave Schedule for South Ward Petersburg, Dinwiddie County, Virginia, p. 23.
Hij engageerde zich in de lokale militie en werd tussen 1853 en 1860 achtereenvolgens kapitein, majoor en uiteindelijk kolonel in het 39th Virginia Militia Regiment.Civil War Dictionary. p. 899 Twee militieregimenten werden ingezet tijdens het proces tegen John Brown in Harpers Ferry. Weisiger was de officier van dienst toen Brown opgehangen werd op 2 december 1859. Toen hij terug in Petersburg was, rekruteerde hij drie nieuwe regimenten.
Amerikaanse Burgeroorlog Kort na de overwinning van Abraham Lincoln als nieuwe president van de Verenigde Staten kreeg Weisiger een aanstelling als majoor in de 4th Infantry Battalion van de Virginia Militia.William D. Henderson, Petersburg in the Civil War: War at the Door (Virginia Regimental Histories Series1998) p. 20 Toen de Virginia Secession Convention besliste om op 19 april 1861 voor secessie te stemmen, rekruteerde Weisiger enkelen nieuwe eenheden voor de militie. Hij stuurde onmiddellijk een brief naar adjudant generaal William H. Richardson om het tekort aan geweren en munitie aan te klagen.A. Wilson Greene, Civil War Petersburg: Confederate City in the Crucible of War. University of Virginia Press. p. 31 De volgende dag vertrok hij toch met zijn eenheid per trein naar de Gosport Navy Yard in Norfolk, Virginia nadat de toekomstige generaal William Mahone via een list het Noordelijke garnizoen had weggejaagd. Op 9 mei werd Weisinger bevorderd tot kolonel en bevelhebber van het 12th Virginia Infantry Regiment.
Het regiment diende op het schiereiland van Virginia tot het toegevoegd werd aan de brigade van brigadegeneraal William Mahone in de divisie van generaal-majoor Richard H. Anderson. Met zijn regiment nam Weisiger deel aan de Slag bij Seven Pines en speelde hij een belangrijke rol in de Slag bij Glendale. In augustus nam Weisiger kort het bevel van de brigade op zich toen Mahone gewond raakte tijdens de Tweede Slag bij Bull Run. Kort daarop werd hij zelf geraakt door een kogel. Pas in juli 1863 was hij voldoende hersteld om zich terug aan te sluiten bij zijn regiment. Het regiment kreeg het zwaar te verduren. Na de Slag bij Antietam telde het nog maar 23 soldaten.Henderson p. 58Sifakis. 1988, p. 702 is de enige historicus die bronnen citeert die expliciet verwijzen naar de aanwezigheid van Weisiger tijdens de Slag bij Gettysburg en de veldtochten in het najaar van 1863. Volgens de Virginia Regimental History series werd het regiment in reserve gehouden en speelde het pas een rol tijdens de Terugtocht van Gettysburg.
Tijdens de Slag in de Wildernis nam Weisiger opnieuw het bevel over van Mahone nadat deze de dag ervoor gewond was geraakt. Ook tijdens de veldslagen bij Spotsylvania Court House en Cold Harbor voerde hij het bevel over de brigade. Op 31 mei 1864 werd Weisiger bevorderd tot brigadegeneraal. Deze benoeming werd bevestigd, maar opnieuw geannuleerd omdat er geen vacante plaats was voor een brigadegeneraal.Eicher, 2001, p. 799.
Toen Mahone het bevel kreeg over een divisie omdat generaal-majoor Anderson tijdelijk het bevel kreeg over het korps van James Longstreet, bleef Weisiger bevelhebber van Mahones brigade, ondanks het annuleren van zijn promotie.Sifakis, 1988, p. 429.
Op 30 juli 1864 brachten de Noordelijken een mijn tot ontploffing onder de Zuidelijke stellingen rond Richmond en Petersburg. De Noordelijke aanval mislukte door een slechte coördinatie enerzijds en het snel handelen brigadegeneraal Mahone die onder andere Weisigers brigade een tegenaanval liet uitvoeren. De Noordelijken verloren 4.000 soldaten tegenover 1.500 Zuidelijken.James G. Scott and Edward A. Wyatt IV, Peersburg's Story: A History (Petersburg, 1960) pp. 198-199 Opnieuw raakte Weisiger gewond. Als dank voor zijn moed en inzet tijdens de slag werd Weisiger op 30 juli 1864 officieel tot brigadegeneraal bevorderd.
Tot het einde van de oorlog voerde Weisiger het commando over een brigade in de divisie van Mahone. Zijn brigade bestond uit het 6th, 12th, 16th en het 61st Virginia Infantry Regiment en soms werd het versterkt met het 41st Virginia Infantry Regiment. Hun taak was om de Petersburg and Weldon Railroad te beschermen die de belegerde steden van de broodnodige voorraden voorzag.John Horn, The Siege of Petersburg: the Battles for the Weldon Railroad, August 1864 (Savas Beattie LLC, El Dorado Hills California 2015) p. 336, 342 Als dank voor zijn inspanningen kreeg Weisiger een paard cadeau van de burgers van Petersburg. Door de schaarste en beperkte middelen was dit geen evident gegeven.Greene p. 225
Na de Noordelijke doorbraak van de Zuidelijke stellingen diende Richmond geëvacueerd te worden en trok het Army of Northern Virginia zich terug. Uiteindelijk gaf generaal Robert E. Lee zich op 9 april 1865 over bij Appomattox Court House. Ook Weisiger werd gevangen genomen en kort daarna vrijgelaten onder voorwaarden.
Latere jaren Na de oorlog keerde Weisiger terug naar Petersburg waar hij aan de slag ging als bankbediende. David A. Weisiger overleed op 23 februari 1899 in Richmond, Virginia. Hij werd begraven op het Blandford Cemetery in Petersburg, Virginia.
Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten