Françoise de Brézé (ca. 1515 − 14 oktober 1577) was een Franse aristocrate en hovelinge uit de renaissance. Als dochter van Diane de Poitiers bereikte ze de positie van eerste hofdame van koningin Catharina de' Medici. Ook bestuurde ze als regentes het vorstendom Sedan (1553-1559).
Suo jure was ze gravin van Maulévrier, barones van Bec-Crespin, Mauny en Sérignan, vrouwe van Nogent-le-Roi, Bréval, Beynes, Chaumont-sur-Loire, Arlempdes en Vielprat. Door haar huwelijk met Robert IV de La Marck droeg ze de titels hertogin van Bouillon, gravin van Braine, vrouwe van Sedan, Château-Thierry, Châtillon-sur-Marne, enz.
Leven Ze was een dochter van Louis de Brézé en Diane de Poitiers. Al op zeer jonge leeftijd diende ze in de hofhouding van de Franse koninginnen Claude en Eleonora.Aline Roche, 'Une perle de pris': la maison de la reine Eléonore d'Autriche, Cour de France.fr, 2010 Op 19 januari 1538 trouwde ze met Robert IV de La Marck in de kapel van het Louvre. Haar echtgenoot was een militaire vertrouweling van de Franse koningen, die in 1547 benoemd werd tot maarschalk door koning Hendrik II. Zelf verkreeg ze dat jaar de aanstelling tot dame d'honneur van koningin Catharina de' Medici, met een jaarloon van 1200 livres. In die hoedanigheid hield ze toezicht op de andere hofdames en verkeerde ze constant in de aanwezigheid van de koningin.Una McIlvenna, "A Stable of Whores’? The ‘Flying Squadron’ of Catherine de Medici" in: The Politics of Female Households. Ladies-in-waiting Across Early Modern Europe, eds. Nadine Akkerman en Birgit Houben, 2013, p. 190.
Ze bleef titularis van dit ambt toen ze het hof een zestal jaar moest verlaten doordat ze van 1553 tot 1559 het regentschap over het vorstendom Sedan waarnam. Haar echtgenoot, die dit vorstendom had uitgebouwd door gestage verwervingen, was tijdens het Beleg van Metz gevangengenomen door de troepen van keizer Karel V. De onderhandelingen over zijn vrijlating waren geen sinecure: Françoise en een van haar dochters moesten zijn plaats innemen om borg te staan voor de betaling van het losgeld.Jules de Chestret de Haneffe, Histoire de la maison de la Marck, 1898, p. 178 Toen hij eind 1556 dan vrijkwam, overleed hij al na enkele dagen. Daarop zette zij haar regentschap over Sedan verder tot de meerderjarigheid van hun oudste zoon. Als regentes hield ze de financiën op orde en liet ze openbare werken uitvoeren. Op religieus vlak kantte ze zich tegen het protestantisme. Haar invloed op haar oudste zoon Henri Robert de la Marck was groot genoeg om hem nog zeker tot 1562 te doen wachtte alvorens hij openlijk blijk durfde geven van zijn protestantse sympathieën.Carroll, Stuart, "‘Nager entre deux eaux’: The Princes and the Ambiguities of French Protestantism" in: Sixteenth Century Journal, nr. 4, 2013, p. 991.
Bij de dood van Hendrik II van Frankrijk verloor ze haar ambt van eerste hofdame, om een gewone hofdame te worden van de nieuwe koningin Mary Stuart.Una McIlvenna, "A Stable of Whores’? The ‘Flying Squadron’ of Catherine de Medici" in: The Politics of Female Households. Ladies-in-waiting Across Early Modern Europe, eds. Nadine Akkerman en Birgit Houben, 2013, p. 192. Maar het volgende jaar al overleed koning Frans II en werd ze opnieuw hofdame van Catharina de' Medici. Dit bleef ze tot 1570.
In 1574 was ze terug in Sedan om haar stervende zoon Henri Robert bij te staan. Uit vrees dat ze de successie in samenspraak met gouverneur Nicolas de Esvilles zou toespelen aan haar andere, katholieke zoon Charles Robert de la Marck, werd de gouverneur tijdelijk afgezet.Hugues Daussy, Les huguenots et le roi. Le combat politique de Philippe Duplessis-Mornay, 1572-1600, Droz, 2002, p. 111-112
Ze stierf zelf in 1577. Haar lichaam werd begraven in de abdijkerk van Saint-Yved in Braine en haar hart in de Saint-Sulpicekerk van Nogent-le-Roi. De marmeren grafmonumenten, besteld bij Germain Pilon, zijn niet bewaard.Francis Salet, "Le tombeau de Françoise de Brézé, duchesse de Bouillon, par Germain Pilon" in: Bulletin Monumental, 1945, nr. 1, p. 123
Nageslacht Françoise de Brézé en Robert IV de La Marck kregen negen kinderen:
Henri Robert de La Marck (1540-1574), hertog van Bouillon en vorst van Sedan Charles Robert de La Marck (1541-1622), graaf van Maulévrier en Braine Christian (jonggestorven) Antoinette de La Marck (1542-1591), echtgenote van Henri I de Montmorency Guillemette (1543-1544) Diane de La Marck (1544-1622), achtereenvolgens getrouwd met Jacques de Clèves, met Henri Antoine de Clermont en met Jean Babou, graaf van Sagonne Guillemette de La Marck (1545-1592), getrouwd met Jean de Luxembourg-Ligny Françoise (1547-1608), abdis van Saint-Pierre d'Avenay Catharina (1548-1630), vrouwe van Bréval, getrouwd met Jacques de Harlay, heer van Champvallon.
Voetnoten
Categorie:Franse adel