miniatuur|Huizen, weiden en velden (1918), Staatliche Kunstsammlungen Dresden miniatuur|De Astronoom (1919), Museum Boijmans Van Beuningen miniatuur|Haven in de zon (1919), Kunsthaus Zürich miniatuur|Brug (1921), privécollectie
Arthur Segal (Iași, 23 juli 1875 – Londen, 23 juni 1944) was een Roemeens schilder van joodse afkomst. Hij werkte het grootste deel van zijn leven in Duitsland en Zwitserland en is vooral bekend vanwege zijn theorie van de gelijkwaardigheid, die inhoudt dat alle onderdelen van een compositie even belangrijk zijn.
Leven en werk Segal werd geboren in het Iași, maar groeide op in Botoșani in de Boekovina, waar zijn vader bankier was. Nadat hij in 1892 een schandaal had veroorzaakt door deel te nemen aan een bijeenkomst van de plaatselijke Socialistische Kring, stuurde zijn familie hem naar Berlijn. Daar schreef hij zich in bij de Pruisische Academie der Kunsten, waar hij schilderles kreeg van Eugen Bracht. In 1896 verkaste hij na een kort verblijf in Parijs naar München, waar hij zijn opleiding aan de Kunstacademie van München voortzette bij Ludwig Schmidt-Reutte en Friedrich Fehr en later Carl von Marr. In 1903 trouwde hij met Ernestine Charas, zijn nicht.
Terug in Berlijn exposeerde hij tussen 1907 en 1910 met de Berliner Secession. In maart 1910 had hij in Boekarest zijn eerste solo-tentoonstelling. In dat jaar behoorde hij tot de oprichters van de Neue Secession, die hij echter in 1912 al verliet. In dat jaar exposeerde hij in de galerie van Herwarth Walden in Berlijn.
Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog week de pacifist Segal uit naar het Zwitserse Ascona, waar hij een kunstschool oprichtte. Hij leerde er emigranten als Hans Arp, Tristan Tzara, Alexej von Jawlensky en Marianne von Werefkin kennen en exposeerde in het Cabaret Voltaire in Zürich, zonder zich bij de Dada-beweging aan te sluiten. Dit was de periode waarin hij zijn gelijkwaardigheidstheorie ontwikkelde, een "democratisch" concept waarbij hij zijn onderwerp opknipt in rasters waartussen geen hiërarchie bestaat. De kleuren en de lijnen in de rasters worden daarbij voortgezet in de lijst rond het schilderij, dat een integraal deel vormt van de compositie. Hij omschreef zijn stijl uit deze periode als "prismatisch kubisme".
In 1920 keerde hij terug naar Berlijn, waar hij zich aansloot bij de Novembergruppe. Tot 1933 had hij in Charlottenburg een schildersschool, waar M.H. Maxy tot zijn leerlingen behoorde. Een aanbod om aan het Bauhaus in Dessau te komen doceren, sloeg hij af. In 1926 exposeerde hij in Den Haag bij kunsthandel De Bron. In oktober van dat jaar publiceerde Architectura een artikel en verschillende schilderijen van zijn hand.
In 1933 moest Segal als Jood uit Duitsland vluchten. Minstens negen van zijn werken die inmiddels in Duitse musea hingen, werden daar vervolgens als Entartete Kunst in beslag genomen en gedeeltelijk vernietigd. De kunstenaar vestigde zich in Palma de Mallorca, tot hij als gevolg van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 ook Spanje moest verlaten en in Londen ging wonen. Ook daar was hij vooral docent: zijn Arthur Segal Painting School heeft tot 1977 bestaan. Zelf stierf hij in 1944 aan een hartaanval ten tijde van een luchtbombardement. Zijn weduwe en zijn dochter Marianne zetten de school voort.
Zijn zoon Walter (1907-1985) heeft bekendheid verworven als architect.
In 1987 vond in de Kölnischer Kunstverein, het Haus am Waldsee Berlin, de Ostdeutsche Galerie Regensburg, het Museo Comunale d'Arte Moderna Ascona en het Tel Aviv Museum een overzichtstentoonstelling van zijn werk plaats. Het Kunstmuseum Den Haag en het Museum Boijmans Van Beuningen bezitten werk van hem.
Literatuur Arthur Segal, Optische Gleichwertigkeit - Prismatisches Licht. Architectura nr. 47, 1926. Wulf Herzogenrath & Pavel Liska (Hrsg.), Arthur Segal 1875-1944, Berlin, 1987. Radu Stern en Edward van Voolen (red.), Van dada tot surrealisme. Joodse avant-garde kunstenaars uit Roemenië, 1910-1938, Amsterdam, 2011.
Categorie:Roemeens kunstenaar