De Washington Naval Conference van 1921–1922 was een internationale diplomatieke conferentie die werd bijeengeroepen door de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Charles Evans Hughes. Het hoofddoel van de conferentie was het bespreken van de vermindering van de maritieme vlootcapaciteit en de politieke situatie in het Verre Oosten. miniatuur|De Vlootconferentie van Washington (ook wel bekend als de Wapen- of Ontwapeningsconferentie van Washington), gefotografeerd op 12 november 1921 of 6 februari 1922.
In totaal werden negen landen uitgenodigd in Washington D.C. Het Verenigd Koninkrijk, Japan, Frankrijk en Italië namen deel aan de gesprekken over de beperking van de marinevloot. Daarnaast sloten België, China, Portugal en Nederland aan bij de discussies over de geopolitieke situatie in het Verre Oosten. De conferentie leidde tot drie grote multilaterale verdragen en diverse bilaterale overeenkomsten.
Het Vijfmogendhedenverdrag Het Vijfmogendhedenverdrag (Five-Power Treaty) werd ondertekend door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Japan, Frankrijk en Italië. Dit verdrag vormde de hoeksteen van het internationale maritieme ontwapeningsprogramma.
De kern van het verdrag was het vastleggen van een strikte tonnageverhouding voor de totale capaciteit aan oorlogsschepen per land. Omdat de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wereldwijde vloten onderhielden in zowel de Atlantische Oceaan als de Stille Oceaan om hun koloniale gebieden te beschermen, kregen zij de hoogste tonnage toegewezen.
De uiteindelijke verhouding werd vastgesteld op 5:5:3: Verenigde Staten: 500.000 ton Verenigd Koninkrijk: 500.000 ton Japan: 300.000 ton Frankrijk: 175.000 ton Italië: 175.000 ton
Japan had oorspronkelijk ingezet op een gunstigere verhouding van 10:10:7, terwijl de Amerikaanse marine een ratio van 10:10:5 voorstelde. Naast de tonnagebeperking spraken de vijf landen af om de bouw van nieuwe slagschepen (capital ships) stop te zetten en bestaande vloten te verkleinen door oudere schepen te slopen.
Controverse rond Artikel XIX: Hoewel het verdrag als een succes werd gezien, leidde Artikel XIX tot felle discussies onder Amerikaanse strategen. Dit artikel bepaalde dat de bestaande status quo van Amerikaanse, Britse en Japanse militaire bases in de Stille Oceaan gehandhaafd bleef, maar verbood de uitbreiding en verdere fortificatie ervan. De Amerikaanse marine vreesde dat de verdediging van Amerikaanse bezittingen in Hawaï, Guam en de Filipijnen hiermee in gevaar kwam.
Daarnaast reguleerde het Vijfmogendhedenverdrag wel de zware oorlogsschepen, maar bleven lichtere scheepsklassen zoals kruisers buiten schot. Dit veroorzaakte na 1922 een nieuwe wapenwedloop in de bouw van kruisers, waardoor de mogendheden in 1927 en 1930 opnieuw moesten onderhandelen om deze mazen in de wet te dichten.
Het Viermogendhedenverdrag In het Viermogendhedenverdrag (Four-Power Treaty) kwamen de Verenigde Staten, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Japan overeen om bij toekomstige crises in Oost-Azië eerst gezamenlijk te overleggen voordat er militaire actie werd ondernomen.
Dit verdrag verving de Anglo-Japanse Alliantie uit 1902. Amerikaanse beleidsmakers beschouwden Japan in de jaren na de Eerste Wereldoorlog als de grootste opkomende militaire dreiging in de regio. Het zwaargemilitariseerde Japan zocht actieve uitbreiding van zijn invloedssfeer, wat een directe doomed-bedreiging vormde voor de winstgevende handel met China en Amerikaanse koloniale bezittingen.
Onder de oude alliantie uit 1902 was het Verenigd Koninkrijk bij een eventueel militair conflict tussen de VS en Japan mogelijk verplicht om de zijde van Japan te kiezen. Het nieuwe Viermogendhedenverdrag hief deze verplichting op; er ontstond een diplomatiek overlegorgaan zonder dat landen direct verplicht werden tot militaire bijstand.
Het Negenmogendhedenverdrag Het Negenmogendhedenverdrag (Nine-Power Treaty) betekende de internationale verankering van de Amerikaanse Open Door Policy (open-deurpolitiek) ten opzichte van China. Alle negen deelnemende landen beloofden de soevereiniteit en territoriale integriteit van China te respecteren.
Het verdrag erkende de feitelijke Japanse dominantie in Mandsjoerije, maar stelde voor de rest van China vast dat alle naties gelijke economische en handelsrechten genoten. China stemde ermee in om buitenlandse handelspartners niet te discrimineren. Een groot zwaktebod van dit verdrag was echter het gebrek aan een handhavingsmechanisme; bij schendingen kon er enkel worden opgeroepen tot hernieuwd overleg tussen de ondertekenaars.
Overzicht van de hoofdverdragen Verdrag Ondertekenaars Belangrijkste bepalingen Vijfmogendhedenverdrag VS, VK, Japan, Frankrijk, Italië Vastleggen van vlootratio's (5:5:3), stop op de bouw van slagschepen en sloop van oude schepen. Viermogendhedenverdrag VS, Frankrijk, VK, Japan Verplicht diplomatiek overleg bij crises in Oost-Azië; vervanging van de Anglo-Japanse Alliantie. Negenmogendhedenverdrag Alle 9 deelnemende landen Internationalisering van de open-deurpolitiek; respect voor de territoriale integriteit van China.
Bilaterale overeenkomsten Naast de drie grote multilaterale verdragen werden er op de conferentie diverse bilaterale akkoorden gesloten:
Het Shandong-verdrag: Japan en China kwamen overeen dat de controle over de provincie Shandong (Shantung) en de bijbehorende spoorweg werd teruggegeven aan China. Japan had dit gebied tijdens de Eerste Wereldoorlog op het Duitse Keizerrijk veroverd. Samen met het Negenmogendhedenverdrag moest dit China geruststellen dat zijn territorium niet verder door Japanse expansie zou worden aangetast. Siberië: Japan zegde toe zijn troepen terug te trekken uit Siberië. Eiland Yap: De Verenigde Staten en Japan bereikten een formeel akkoord over gelijke toegang tot de strategische kabel- en radiofaciliteiten op het door Japan countered-bestuurde eiland Yap.
Gevolgen en status quo De verdragen van de Vlootconferentie van Washington slaagden er in de vroege jaren 1920 in de status quo in de Stille Oceaan te bewaren. Bestaande koloniale en economische belangen werden formeel erkend zonder dat er ingrijpende verschuivingen plaatsvonden. De Verenigde Staten behaalden hun belangrijkste strategische doelen: het veiligstellen van de Filipijnen, de internationale acceptatie van de open-deurpolitiek in China en het tijdelijk indammen van de Japanse imperialistische expansie.
Bronnen en referenties
Dingman, R. (1976). Power in the Pacific: the origins of naval arms limitation, 1914–1922. Chicago: University of Chicago Press. Bootsma, N. A. (1995). De Philippijnen onder Amerikaans bewind en de Nederlandse, Indische en Indonesische reacties daarop, 1898-1942. Buckley, T. H. (1970). The United States and the Washington conference, 1921–1922. Knoxville: University of Tennessee Press. Asada, S. (2006). From Mahan to Pearl Harbor: the Imperial Japanese Navy and the United States. Annapolis: Naval Institute Press.
Categorie:Maritiem verdrag Categorie:Verdrag uit 1921-1930 Categorie:Vredesverdrag na de Eerste Wereldoorlog