Leopold Hofmann (Wenen, 14 augustus 1738 – aldaar, 17 maart 1793) was een Oostenrijkse componist van de vroege Weense School.

Leven Als kind van de hofbeambte Georg Adam Hofmann werd Leopold koorzanger in de hofkapel van keizerin-weduwe Elisabeth Christine.Nicolussi-Prohászka en Badley 2001 De organist van de kapel, Georg Christoph Wagenseil, leerde hem klavierinstrumenten, compositie en contrapunt. Ook viool werd hem bijgebracht, mogelijk door de kapelviolist Giuseppe Trani. Vermoedelijk was dit het instrument dat hij speelde als muzikant van de Sint-Michaëlkerk tegen 1758.

In 1764 werd Hofmann koorleider van de Weense Sint-Petruskerk en in 1766 kapelmeester. In 1769 werd hij Hofklaviermeister, wat inhield dat hij muziekonderricht gaf aan de keizerlijke familie. Hij had toen al een solide reputatie als componist. In het licht van die lesopdracht is het vreemd dat hij nauwelijks solo klaviermuziek heeft geschreven.Badley 2012, p. 15 Wel componeerde hij klavierconcerto's, waarvan verschillende voor zijn niet al te virtuoze pupillen.

In 1772 klom hij op tot kapelmeester van de Stephansdom. Hij schreef veel missen en andere kerkgezangen, al nam zijn productie in de tweede helft van het decennium af. Toen keizer Jozef II in 1783 de kerkmuziek aan banden legde, zette hij zijn muzikale activiteiten op een lager pitje. In 1791 werd Mozart zijn (onbetaalde) assistent, allicht met het oog op opvolging, maar Mozart kwam te overlijden en het was Johann Georg Albrechtsberger die na Hofmanns dood in 1793 kapelmeester van de kathedraal werd.

Zijn tijdgenoten beschouwden Hofmann als een belangrijk componist en plaatsten hem op hetzelfde niveau als Joseph Haydn en Gluck. Haydn zelf vond hem maar een praalhans en probeerde hem in diskrediet te brengen.Brief van Haydn aan zijn uitgever Artaria d.d. 20 juli 1781, aangehaald in: Leopold Nowak, Joseph Haydn. Leben, Bedeutung und Werk, 1959, p. 261

Werk Met name in de jaren 1760 en 1770 schreef Hofmann een substantieel oeuvre bijeen, zij het moeilijk exact te dateren. Het is gecatalogiseerd door Allan Badley. Een groot deel van zijn vocale muziek is sacraal, waaronder missen, motetten, litanieën en vespers. Ze combineert een laatbarokke stijl met Napolitaanse invloeden. Op instrumentaal gebied schreef hij concerto's en concertino's, kamermuziek en meer dan zestig symfonieën.

Opvallend is dat de cello in zijn latere werk een grote plaats kreeg. Vermoed wordt dat deze virtuoze stukken op maat zijn geschreven van Joseph Weigl, een cellist die na 1769 lid werd van Hofmanns muziekkapel.Badley 2012, p. 36 De vioolconcerto's lijken dan weer op zijn eigen kunnen afgestemd. Verder componeerde hij een twintigtal concerto's voor klavecimbel (of orgel), dertien voor fluit en zes voor hobo. Zijn Fluitconcerto in D majeur werd lange tijd toegeschreven aan Joseph Haydn. Tot de kamermuziek behoren duo's, trio's, klavecimbelsonates en variaties. Op symfonisch gebied introduceerde hij de langzame intro, die door Haydn werd overgenomen.

Literatuur Allan Badley, "Two Composers and a Cellist: Haydn, Hofmann, and Joseph Weigl" in: HAYDN. The Online Journal of the Haydn Society of North America, 2012, nr. 1. Online tekst Hermine Nicolussi-Prohászka en Allan Badley, "Hofmann, Leopold" in: Grove Music Online, 2001.

Voetnoten

Categorie:Oostenrijks componist Categorie:Oostenrijks muziekpedagoog Categorie:Oostenrijks organist Categorie:Oostenrijks violist Categorie:18e-eeuws componist Categorie:Klassiek componist