Jian is een geslacht van theropode dinosauriërs, behorend tot de Maniraptora, dat tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige China. De enige benoemde soort is Jian changmaensis.
Vondst en naamgeving In 2008 vond een team van het Fossil Research and Development Center van de Third Geology and Mineral Resources Exploration Academy of Gansu Province een fossiel van een kleine theropode bij het dorp Changma in het Changmabekken in de provincie Gansu. Het werd geprepareerd door Cui Guihai. In 2010 werd de vondst gemeld in de wetenschappelijke literatuur.
In 2026 werd de typesoort Jian changmaensis benoemd en beschreven door Zhou Lingqi, Matthew Carl Lamanna, Ashley William Poust, Li Daqing, You Hailu en Jingmai Kathleen O'Connor. De geslachtsnaam verwijst naar de Jiān (鹣), een mythische Chinese vogel met één vleugel. Jian was mogelijk een vliegende vorm en het fossiel bewaart slechts één vleugel. De soortaanduiding verwijst naar de herkomst uit Changma (昌马). Advies over de etymologie was gegeven door een gezaghebbende expert aangaande paleontologische namen, Ben Creisler.
Het holotype, GSGM-D050, is gevonden in een laag van de Xiagouformatie die dateert uit het vroege Aptien. Het bestaat uit een linkerschoudergordel en linkerarm zonder pols of hand, dus met alleen het opperarmbeen, de ellepijp en het spaakbeen. Het betreft een volwassen individu.
Beschrijving Grootte en onderscheidende kenmerken Jian is een middelgrote microraptorine waarvan de omvang geschat is als iets groter dan het nog niet met zekerheid geïdentificeerde specimen NGMC 91. Dat wijst op een lichaamslengte van ruwweg zeventig centimeter en een spanwijdte van een meter.
De beschrijvers stelden drie onderscheidende kenmerken vast. Het zijn autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen. Het ravenbeksbeen is langer ten opzichte van het opperarmbeen dan bij enige andere bekende microraptorine (~36% humeruslengte); de exemplaren die hier het dichtst bij staan zijn het onvolgroeide microraptorspecimen IVPP V31612, dat een waarde heeft van ~35%, en specimen IVPP V12811, het holotype van Sinornithosaurus, met een waarde van 33%. De onderste gewrichtsknobbels van het opperarmbeen zetten zich voort op de voorzijde, wat uniek is voor de Microraptorinae, maar gedeeld wordt met non-microraptorine theropoden als de therizinosauriër Erlikosaurus andrewsi en de Aves. Een goed ontwikkeld foramen doorboort de onderzijde van het bovenste spaakbeen.
Skelet Jian heeft lange armen. Hoewel niets van het verenkleed is teruggevonden, is het vrijwel zeker dat dit toch aanwezig was. De armen fungeerden vermoedelijk als vleugels. Dat roept de vraag op wat de verhouding is met de moderne vliegende dinosauriërs, de vogels. Een mogelijkheid is dat er sprake is van parallelle evolutie en dat dus bij de Dromaeosauridae apart vleugels evolueerden. Een andere verklaring voor de overeenkomst is dat de gemeenschappelijke voorouder van de Maniraptora al kon vliegen en beide groepen de vleugels daarvan geërfd hebben.
Het skelet van Jian doet wat licht schijnen op dit vraagstuk. De hoek tussen het schouderblad en het ravenbeksbeen bedraagt iets meer dan 90°. Dat is meer dan bij moderne vogels waar het tussen de 50° en 60° ligt, maar veel lager dan bij basale theropoden waar een stompe hoek het schoudergewricht schuin naar beneden richt, wat een sterke opwaartse beweging van de vleugel hindert. Het ligt nog lager dan bij Microraptor waar de hoek 105° bedraagt, hoewel die soort in staat wordt geacht tot minstens een glijvlucht. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn dat Jian een klappende vlucht kon uitvoeren, zij het niet in één sprong van de grond kon opstijgen. Daarvoor moest het dier op takken klauteren of hoppen om de nodige hoogte te winnen. De vleugel stak haaks zijwaarts uit en daarop wijst ook het uitzonderlijk lange ravenbeksbeen dat het schoudergewricht hoger bracht.
Het schouderblad en ravenbeksbeen zijn versmolten tot een scapulocoracoïde zoals bij meer dromaeosauriden. Het voorste deel is sterk naar binnen gekromd wat in bovenaanzicht een J-vormige kromming schept. Het schoudergewricht is diep uitgehold. Het schouderblad is vrij recht, niet golvend, met een evenwijdige bovenrand en onderrand. De processus acromialis is laag en raakt met de voorrand het ravenbeksbeen. Het schouderblad heeft een ovale dwarsdoorsnede. Het uiteinde is iets schuin naar onderen verbreed. Het schouderblad is korter dan het opperarmbeen zoals bij alle dromaeosauriden.
Het ravenbeksbeen heeft meer dan de helft van de lengte van het schouderblad, wat onder verwanten alleen voorkomt bij het holotype van Sinornithosaurus (IVPP V12811) en Wulong (DNHM D2933), en verder een onvolgroeid specimen toegewezen aan Microraptor (STM5-50). Het achterste buitendeel van het ravenbeksbeen heeft de vorm van een driehoekige punt die naar buiten uitsteekt zodat de buitenrand sterk hol wordt, net als bij Microraptor en Wulong. Onmiddellijk daarvoor vernauwt het ravenbeksbeen overdwars sterk. Een groot ovaal venster beslaat de helft van de horizontale lengte. Het venster is naar voren open maar naar voren gesloten door een dunne kam die aan de voorrand ontspruit. Dit kenmerk wordt gedeeld door Sinornithosaurus, Wulong, Zhongjianosaurus en Shri. Het wordt wel de fenestra supracoracoidea genoemd. Het venster is bij Jian kleiner dan bij Wulong.
Het opperarmbeen is matig langwerpig zoals bij de meeste dromaeosauriden en dus afwijkend van de slanke humeri van Bambiraptor en Buitreraptor maar ook van de robuuste humeri van Austroraptor, Balaur, Shri en Variraptor. De ovale humeruskop steekt ver naar achteren. De kop loopt via een lage brede richel over in de schacht. Het profiel tussen de kop en de deltopectorale kam is hol. De kam is matig groot en mist bovenaan het foramen dat Zhongjianosaurus, Wulong en veel specimina van Microraptor tonen. De bovenste binnenhoek, de crista bicipitalis, loopt naar beneden door lang twee derden van de lengte van de deltopectorale kam. Dat de onderste gewrichtsknobbels grotendeels op de voorzijde liggen wordt gedeeld met de vogels; bij andere microraptorinen steken ze schuin naar beneden.
De ellepijp is langer dan het schouderblad maar korter dan het opperarmbeen, verhoudingen die typisch zijn voor de Microraptorinae met uitzondering van Zhongjianosaurus wiens ellepijp iets langer is dan de humerus. De ellepijp is echter relatief langer dan die van Sinornithosaurus en Wulong. De processus olecrani is goed ontwikkeld. Het bovenste gewrichtsvlak heeft vermoedelijk twee cotylen. Een klein driehoekig uitsteeksel raakt de bovenzijde van het spaakbeen. Vooral bovenaan is de schacht naar achter gebogen, van het spaakbeen weg. Het onderste gewrichtsvlak heeft een halvemaanvormig profiel. Op de achterzijde zijn geen papillae ulnares zichtbaar, aanhechtingspunten voor de slagpennen. Dat wil niet zeggen dat die veren ontbraken; de beschrijvers wezen erop dat bij een niet zo groot exemplaar die bultjes nauwelijks zichtbaar zouden zijn geweest.
Het spaakbeen is staafvormig met rondom verbrede uiteinden. Het bovenste uiteinde heeft de vorm van een cilinder. Het is driedimensionaal bewaard en niet platgedrukt zoals bij de fossielen van de meeste verwanten. Dat maakt het mogelijk te bepalen dat het spaakbeen rond de ellepijp kon roteren, wat de onderarm in staat stelde tot supinatie en pronatie. Dat is een zeer omstreden vraagstuk; van meer basale theropoden wordt meestal aangenomen dat de handpalmen bij een strekking van de armen steeds naar elkaar wezen. Omstreden is ook wat dit betekent voor het vermogen tot vliegen. De onderzijde van de bovenkant wordt doorboord door het unieke ronde foramen. Dat ligt weer in een grotere ovale langwerpige verticale trog. Het spaakbeen is veel dunner dan de ellepijp zoals bij de meeste microraptorinen. Op de onderste bovenkant ligt een ondiepe lengtegroeve, de mogelijke oorsprong voor de Musculus supinator.
Fylogenie Jian is in de Microraptorinae geplaatst
Een van de vele uitkomsten van de cladistische analyse wordt getoond door het volgende cladogram.
Literatuur Lamanna, M.C., D.-Q. Li, J.D. Harris, J. Atterholt, and H.-L. You. 2010. "First non-avian dinosaur from the Lower Cretaceous (Aptian) Xiagou Formation of the Changma Basin, northwestern China". Journal of Vertebrate Paleontology, Program and Abstracts, 2010: 119A Zhou, Ling-Qi; Lamanna, Matthew C.; Poust, Ashley W.; Li, Da-Qing; You, Hai-Lu; O'Connor, Jingmai K. 2026. "First non-avian theropod (Dromaeosauridae, Microraptorinae) from the bird-bearing Lower Cretaceous Xiagou Formation of the Changma Basin, Gansu Province, northwestern China". Annals of Carnegie Museum. 92(2): 89–110
Categorie:Maniraptora