thumb|Reza Sjah, stichter van de Pahlavi-dynastie en koning van Perzië van 1925 tot 1941 Pahlavi-Iran, officieel de Keizerlijke Staat Iran, in de westerse wereld tot 1935 bekend als de Keizerlijke Staat Perzië was de Iraanse staat onder het bewind van de Pahlavidynastie. De dynastie werd opgericht in 1925 en duurde tot 1979, toen ze werd omvergeworpen tijdens de Iraanse Revolutie, waarmee een einde kwam aan de Iraanse monarchie en de oprichting van de Islamitische Republiek Iran werd ingeluid.
Geschiedenis
In 1921 pleegde de Iraanse Kozakken-generaal Reza Khan samen met de journalist Zia al-Din Tabataba'i een staatsgreep. De macht van de Kadjaren-sjah Ahmad Kadjar werd drastisch ingeperkt. Tabataba'i was voorstander van het oprichten van een op het Westen en Atatürk georiënteerde republiek. Hoewel Reza Khan ook streefde naar een westerse staat, begreep hij dat wanneer de monarchie zou worden afgeschaft, de sjiitische geestelijken en het volk in opstand zouden komen. In 1925 vertrok sjah Ahmad Kadjar in ballingschap naar Frankrijk. In 1926 riep Reza Khan zich zelf uit tot Reza Sjah, met de pre-islamitische en dynastieke naam Pahlavi. Naar het voorbeeld van de Turkse president Atatürk en de Afghaanse koning Amanoellah Sjah begon Reza Sjah aan een ambitieus hervormingsplan.
Er werd een verregaande secularisatie doorgevoerd, en de sjah wilde dat Iran binnen enkele jaren werd omgevormd in een moderne staat naar westers model. Hij verving de sharia door een burgerlijke wetgeving en nam de geestelijken hun bezittingen af. Hij onderdrukte de Asjoera-festiviteiten (het belangrijkste sjiitische festival) en verbood de moslims de hadj te maken. Ook islamitische kleding werd verboden en zijn soldaten hadden de gewoonte om sluiers van vrouwen met hun bajonetten af te rukken. In 1935 werden honderden vreedzame demonstranten tegen de kledingwetten bij de Imam Reza-schrijn in Mashhad door soldaten neergeschoten. De sjah verzuimde echter om de levensstandaard van de arme bevolking te verbeteren en het grootgrondbezit bleef bestaan.
In de jaren dertig werd nazi-Duitsland Iraans belangrijkste handelspartner. De sjah raakte onder de indruk van Hitlers beleid, maar werd geen fascist. Bevreesd dat Reza Shah de zijde van de asmogendheden (Duitsland, Italië) zou kiezen, vielen de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië in 1941 het land binnen. Het noorden van het land werd een Sovjet-Russische bezettingszone, het zuiden een Britse bezettingszone. De pro-Duits geachte sjah werd naar Johannesburg verbannen waar hij in 1944 overleed. De oudste zoon van Reza Sjah, Mohammad Reza Pahlavi (1919-1980), volgde zijn vader op 16 september 1941 als sjah van Perzië op. De Russen steunden de procommunistische Tudehpartij, terwijl de Britten liever de sjah aan de macht zagen.
Medio 1946 vertrokken de Britten uit Iran. Historical Security Council The Question of The Iran Crisis of 1946, geraadpleegd op 19 maart 2023 In 1946 verklaarden de Noord-Iraanse regio's Azerbeidzjan en Koerdistan zich met Russische hulp onafhankelijk. Stalin en de sjah kwamen echter overeen dat het Rode Leger zich in ruil voor olie zou terugtrekken. De Russen lieten hun steun aan Azerbeidzjan en Koerdistan varen, waarop de regio's vrij gemakkelijk door het keizerlijk leger werden bezet. Mossadeq en de coup van 1953 thumb|Demonstratie tijdens de coup van 1953 in de Perzische hoofdstad Teheran In 1950 richtte Mohammad Mossadeq het Nationaal Front op, een liberale organisatie die naar nationalisatie van de Anglo-Persian Oil Company streefde. Mossadeqs Nationaal Front kon rekenen op zowel de steun van de nationalisten, de communisten en de democraten als op de steun van de geestelijkheid. Mossadeq, een vijand van de sjah (hij behoorde tot de in 1925 verdreven Kadjarendynastie), streefde tevens naar een constitutionele monarchie, waarin de macht van de sjah zou worden beperkt.
Op 2 mei 1951 werd Mossadeq benoemd als minister-president. Hij zette de nationalisatie van de door Britten gedomineerde Anglo-Persian Oil Company door en verbrak de diplomatieke betrekkingen met het Verenigd Koninkrijk. Spoedig geraakte de sjah en de premier in onmin over de portefeuille van Defensie. De sjah ontsloeg Mossadeq en benoemde Qavām al-Saltaneh tot premier. Een volksopstand noopte de sjah tot het herzien van deze beslissing en herstelde Mossadeq als premier én minister van Defensie.
De ruzie tussen de sjah en zijn premier ging gewoon door en op 17 augustus 1953 vluchtte de sjah naar Rome. Twee dagen later pleegde generaal Fazlollah Zahedi een door de Britten en de CIA georganiseerde staatsgreep waarna de sjah terug kon keren en Mossadeq gevangen werd gezet. Later werd Mossadeq ter dood veroordeeld, maar de sjah zette de straf om in drie jaar gevangenisstraf. In 1956 kwam hij vrij en leefde onder strenge bewaking op zijn landgoed.
Witte Revolutie thumb|De sjah verdeelt landaktes Net als zijn vader wilde Mohammed Reza Perzië moderniseren ten koste van traditionele Iraanse waarden. Pro-communistische stakingen bij olieraffinaderijen, leidden eind jaren vijftig tot het verbod op de Tudehpartij. In 1957 kreeg Iran een tweepartijenstelsel.
In 1963 kondigde de sjah de Witte Revolutie af. De Witte Revolutie voorzag in landhervormingen, vrouwenemancipatie en algemeen kiesrecht. De geestelijkheid verzette zich hevig tegen de landhervormingen (de geestelijkheid was de grootste grootgrondbezitter), maar steunde het voorstel om algemeen kiesrecht in te voeren.
In 1971 vond de viering van 2500 jaar Perzisch Rijk plaats, een uitgebreide reeks grootse festiviteiten ter gelegenheid van de stichting in 550 v.Chr. van het Achaemenidische Rijk. Het evenement was erop gericht de oude Iraanse geschiedenis te belichten en tevens de vooruitgang van het land onder Mohammad Reza Pahlavi te tonen.
In de jaren zeventig ontstond er een enorm contrast tussen het platteland en de grote stad. In de grote steden leefden de middenklasse en hoge klasse in een westerse levensstijl. Op het platteland leed men armoede, omdat de landhervormingen weinig succesvol verliepen (de grootgrondbezitters verdeelden het land onder familieleden, waardoor de kleine boer of landarbeider alsnog geen land verkreeg).
Een van die toonaangevende geestelijken was ayatollah Ruhollah Khomeini. Khomeini leefde tot 1975 in ballingschap in Najaf in Irak, maar toen de toenmalige Iraakse regering en de sjah een vriendschapsverdrag ondertekenden, werd Khomeini Irak uitgezet. Later vormde hij een Revolutionaire Raad in Parijs, waarin naast orthodox-sjiitische leiders, ook liberale sjiieten zitting hadden.
Door de overeenkomst tussen Irak en de sjah, schafte de sjah het tweepartijenstelsel af en voerde een eenpartijstelsel in, met de Partij voor de Iraanse Herrijzenis als enige toegestane partij. De macht van de sjah nam nog verder toe en hij werd gesteund door zijn premier, Amir Hoveida.
Iraanse Revolutie In november 1978 vond de Iraanse Revolutie plaats, waarbij de pro-westerse sjah Mohammad Reza Pahlavi werd afgezet ten gunste van een islamitische republiek onder leiding van ayatollah Ruhollah Khomeini, waarmee het keizerrijk ten einde kwam.
Categorie:Geschiedenis van Iran