Robert II de la Marck, hertog van Bouillon, graaf van Chiny en heer van Sedan (ca. 1468 – 1536) was een edelman uit het van oorsprong Duitse Huis van der Mark. Hij breidde de familiale bezittingen uit in voornamelijk de Ardennen en gebruikte zijn diverse burchten als uitvalsbasis voor rooftochten. Hij was verbonden met hertog Karel van Gelre en diende de Franse belangen, behalve in de korte periode waarin hij overliep naar keizer Karel V (1518-1521). Zijn bijnamen waren "le Sanglier des Ardennes" (zoals eerder zijn familielid Willem I van der Mark) en "Robert le diable" (Robert de duivel).Chestret de Haneffe 1898, p. 152
Leven Hij was de zoon van Robert I de la Marck en Jeanne de Saulcy. Zijn broer Everhard zou in 1506 prins-bisschop van Luik worden. Na een vluchtige passage als kanunnik kwam al snel Roberts krijgszucht bovendrijven. Hij vocht in 1483 aan de zijde van familieleden in het Luikse en werd tot ridder geslagen. In 1485 nam hij het kasteel van Stokkem in. In 1490 was hij momboor van Luik. De Habsburgers was hij niet genegen, en toen zijn kasteel van Florange in 1491 werd ingenomen door markgraaf Christoffel I van Baden, was dat een reden te meer om zich tegen keizer Maximiliaan I te keren: het volgende jaar verbond hij zich met Karel van Gelre in diens poging het hertogdom Gelre te heroveren.
De Vrede van Donchery belette Robert de la Marck niet Sedan tot een centrum van plunder- en rooftochten te maken. In 1495 werd hij gedaagd om te verschijnen voor keizer Maximiliaan, aartshertog Filips de Schone en de koninklijke raad, maar hij maakte zich onvindbaar. Nadat zijn kastelen van Bouillon en Montfort waren ingenomen en verwoest, werd hij uiteindelijk in Sedan aangetroffen. Op zijn belofte dat hij de landen van Filips de Schone gedurende een jaar met rust zou laten, werd het beleg opgeheven. Korte tijd later kreeg hij zelfs Bouillon, Florange en Chiny terug.
Dat gebaar was niet voldoende om de geduchte krijgsheer in het Habsburgse kamp te lokken, want hij noemde zich ondertussen raadsheer en kamerheer van koning Karel VIII van Frankrijk. Naar het zuiden toe voerde hij strijd met hertog René II van Lotharingen over het bezit van Dun-le-Château. Hij leek zijn hand te overspelen en verloor zelfs de steun van zijn eigen familie, maar het vredesverdrag van 1497 kende hem grote sommen geld toe in ruil voor afstand van zijn territoriale aanspraken. Datzelfde jaar maakte Karel van Gelre hem drost van Roermond en Montfort. In 1507 nam hij met Karel de stad Tienen in, die zij grondig plunderden. Een deel van Roberts rijke buit werd hem echter ontfutseld toen Naamse boeren een van zijn aftrekkende colonnes overvielen. Het volgende jaar kwam er een gevechtspauze, doordat Robert de la Marck werd opgenomen in de Vrede van Kamerijk.
Het Franse hof toonden zijn hoge waardering door Robert de la Marck in 1511 op te nemen in de Sint-Michielsorde. Niet veel later stuurde koning Lodewijk XII hem aan het hoofd van zesduizend landsknechten naar Italië in het kader van de Oorlog van de Liga van Kamerijk. Tijdens het beleg van Novara bracht een Zwitsers ontzettingsleger de Fransen een vernietigende nederlaag toe. Brantôme schreef bewonderend hoe Robert de la Marck bleef strijden tot de laatste snik en zich een weg doorheen de vijandelijke gelederen baande om zijn in het nauw gedreven zonen te redden.Oeuvres complètes de Pierre de Bourdeille seigneur de Brantôme, vol. 3, 1867, p. 190
Lodewijks opvolger Frans I van Frankrijk ontbond La Marcks compagnie wegens wangedrag en verzuimde hem te betalen. De Nederlandse landsheer Karel, op het punt keizer te worden, zag kans de gekrenkte krijgsheer in 1518 in te lijven via het geheime verdrag van Sint-Truiden. Daarin was zelfs voorzien dat hij niet hoefde deel te nemen aan acties tegen zijn geliefde stad Metz, noch tegen zijn vriend Franz von Sickingen. Hij stuurde zijn halsketting terug aan de kanselier van de Sint-Michielsorde, en nam maatregelen om zijn zonen Robert en Jean te onterven zolang ze trouw bleven aan Frankrijk. Onmiddellijk werd hij naar Franz von Sickingen gezonden om hem ertoe te bewegen naar Frankfurt am Main op te rukken ter intimidatie van de keurvorsten tijdens de keizerskiezing.
Karel werd keizer, maar het duurde niet lang vóór een feodaal geschil de verstandhouding met Robert de la Marck weer tenietdeed.Louis Rolin, heer van Aymeries, had de heerlijkheid Hierges opgeëist ten koste van de weduwe van Jean de Corswarem, maar was afgewezen door het Hof van Pairs van Bouillon. Toen de Raad van Brabant Rolin in beroep gelijk gaf, was Robert de la Marck dubbel gekwetst, want hij erkende geen Brabants gezag over Bouillon en hij had bloedbanden met de weduwe. Hij wendde zich tot keizer Karel om in te grijpen, maar de keizer schoof het voor zich uit. Landvoogdes Margaretha van Oostenrijk probeerde hem nog te paaien, maar koning Frans I strooide met geld om Robert de la Marck terug te winnen. Anticiperend op de woede van de keizer, zou hij Robert in Romorantin zelfs beloofd hebben dat hij voor elk verloren kasteel een stad zou terugkrijgen.
Prompt ging Robert II de la Marck in 1521 Virton belegeren met zijn zoon Robert. Hoewel ze werden teruggefloten door koning Frans I, die in onderhandelingen was met de keizer, zou dit de opmaat blijken te zijn voor de Vierjarige Oorlog. Ondertussen had Hendrik III van Nassau-Breda op keizerlijk bevel het beleg van het Kasteel van Logne geslagen. Roberts broer Everhard, prins-bisschop van Luik, had er genoeg van en leverde een deel van de artillerie waarmee het slot volledig in puin werd geschoten. Andere bezitting van Robert werden aangevallen door landsknechten onder bevel van : achtereenvolgens werden Florenville, Messincourt, Florange en Saulcy ingenomen en verwoest, en zelfs het onneembare Bouillon moest eraan geloven. Slechts door de tussenkomst van Franz von Sickingen kon Robert vermijden dat hij zich in het Kasteel van Sedan moest overgeven.
Ondertussen werd zijn aanval op Virton aangegrepen om hem zijn rechten in het hertogdom Luxemburg langs gerechtelijke weg te ontnemen. Het hertogdom Bouillon en het graafschap Chiny, die hij in pand had, werden geconfisqueerd. Nadat hij Frans I had verslagen in de vierjarige oorlog, liet keizer Karel in de Vrede van Madrid (1526) stipuleren dat hij geen enkele steun meer mocht bieden aan Robert de la Marck. Dit werd in 1529 nog eens herhaald in de Damesvrede van Kamerijk. Beroofd van haast al zijn kastelen, eindigde de oude krijger zijn leven aan het hoofd van vijftig landsknechten. De Franse koning gunde hem ook nog het gouverneurschap van Orléans. Hij stierf in 1536 en werd begraven in de Sint-Laurentiuskerk van Sedan.
Nageslacht Robert trouwde in of vóór 1490 met Catherine de Croÿ, dochter van graaf Filips I van Croÿ-Chimay, met wie hij de volgende kinderen had:
Philippote, getrouwd met Reinoud III van Brederode in 1521 Robert III de la Marck, heer van Florange Philippe, kanunnik en aartsdiaken in Luik Antoine, abt van Beaulieu Guillaume, heer van Jametz Jean, heer van Jametz en Saulcy Jacques, ridder in de Johannieterorde Jacqueline, non
Literatuur Philippe Bragard, "La principauté de Sedan sous Robert de la Marck" in: Fortification et artillerie en Europe autour de 1500: le temps des ruptures, eds. René Elter en Nicolas Faucherre, 2018, p. 454-458. Jean-Marie Duvosquel et Denis Morsa (red.), La Maison d'Arenberg en Wallonie, à Bruxelles et au Grand-Duché de Luxembourg depuis le XIVème siècle. Contribution à l'histoire d'une famille princière, Groeninghe, 2011. Peter Neu, Die Arenberger und das Arenberger Land, vol. I, Von den Anfängen bis 1616, Veröffentlichungen der Landesarchivverwaltung Rheinland-Pfalz, 1989
Robert Goubaux, Essai sur Robert II de La Marck, seigneur de Sedan, mort en 1536, Thèse de l'Ecole des Chartes, 1895 (driedelig manuscript en gedrukte samenvatting) Ernest de Bouteiller, Notice historique sur Robert II de La Marck, prince de Sedan & duc de Bouillon, pensionnaire de la cité de Metz (1485-1536), Rousseau-Pallez, 1865
Voetnoten
Categorie:Hertog van Bouillon Categorie:Huis van der Mark Categorie:Franse adel Categorie:Ridder in de Orde van Sint-Michiel Categorie:Adel in de Nederlanden in de 15e eeuw Categorie:Adel in de Nederlanden in de 16e eeuw