De abdij van Mouzon was een gemeenschap van benedictijnen in Mouzon in de Franse Ardennen. Na de opheffing van de abdij tijdens de Franse Revolutie volgde een herbestemming tot parochiekerk, terwijl in de kloostergebouwen een rusthuis werd ingericht, dat nog steeds bestaat. Ook de voormalige abdijhoeve is grotendeels bewaard. In de hooischuur huist het viltmuseum en in de duiventoren het toerismebureau van Mouzon.

De vroeggotische abdijkerk werd opgenomen op de eerste beschermingslijst van 1840 en in 1943 werd ook de classicistische kloostergang tot historisch monument verklaard.

Geschiedenis De eerste abdij in Mouzon was een vrouwengemeenschap. Een geschreven traditie voert die terug op een schenking van Clovis aan Remigius. Deze vroege datum is enigszins verdacht, omdat Mouzon niet voorkomt in het testament van Remigius, zoals overgeleverd door Flodoard. Sommige historici vermoeden eerder een schenking door Clodoald, de kleinzoon van Clovis. Al blijft de stichtingsdatum dus onzeker, het bestaan van een vrouwenabdij wordt aangenomen. Ze werd verwoest door aanvallen van de Vikingen in 882 en van de Hongaren in 889.

In 971 kreeg Mouzon een mannenabdij door toedoen van Adalbero, aartsbisschop van Reims. Ze beschikte over relieken van Victor van Marseille en Arnold van Mouzon. Door een bul van 23 april 972 hechtte paus Johannes XIII zijn goedkeuring aan het initiatief. De stichter Adalbero voorzag de benedictijnen van Mouzon van landgoederen in de ruime omgeving: Yoncq, Cesse, Remilly-Aillicourt, Brettnach, Rettel, Rozérieulles, Châtel-Saint-Germain, Marange... Op sommige van deze plekken werd aan wijnbouw gedaan. De abdij lag in het Franse bisdom Reims, maar dicht genoeg bij het bisdom Luik en bij het Heilige Roomse Rijk om grensvoordelen te genieten.

Tijdens een vier maanden durend verblijf in de abdij verleende kardinaal Georges d'Amboise in 1504 het recht aan de abt van Mouzon om de mijter te dragen. Maar in 1545 viel de abdij onder het commendataire systeem, wat niet bevorderlijk was voor de spiritualiteit. De eerste commendataire abt was kardinaal Robert II van Lénoncourt.

Met de Contrareformatie werd de discipline aangehaald. De abdij sloot op 30 september 1634 aan bij de congregatie van Saint-Vanne en Saint-Hydulphe. De Dertigjarige Oorlog bracht rampspoed, met als gevolg dat de abdij rond 1660 moest worden herbouwd. De benedictijnen van de abdij van Saint-Wandrille boden hierbij de nodige hulp. In de 18e eeuw was Mouzon een jansenistisch centrum op een as die noordwaarts liep naar Carignan, Orval, Luik en Utrecht.

Tijdens de Franse Revolutie werd de abdij in 1789-1790 in snel tempo ontmanteld: de geloften werden nietig verklaard, de abdijgebouwen aangeslagen als nationaal goed en de gemeenschap opgeheven door de Civiele grondwet van de clerus. De twaalf monniken en ene lekenbroeder van Mouzon verlieten de abdij. De gebouwen werden overgenomen door de gemeente Mouzon om er een tehuis voor zieken en ouderen in te vestigen, terwijl de abdijkerk voortaan de parochianen ging bedienen.

Categorie:Mouzon (Ardennes) Categorie:Benedictijnenabdij in Frankrijk Categorie:Voormalig klooster in Frankrijk