Het Sint-Pieterskapittel was een kapittel van seculiere kanunniken verbonden aan de Sint-Pieter-en-Sint-Guidokerk van Anderlecht. Het bestond van ca. 1077 tot 1798.

Geschiedenis Rainildis, weduwe van Folkardus II van Aa, begiftigde de broeders van Anderlecht met veertig bunders grond uit haar allodium.Nys 1964, p. 199 De oorkonde uit ca. 1076-1078 die dit registreert, is het eerste teken van bestaan van het kapittel, en markeert wellicht de stichting ervan.Nys 1964, p. 208 De kerk van Anderlecht bestond al zeker enkele decennia eerder. Het was in oorsprong een eigenkerk van de heren van Aa, die haar hadden afgestaan aan het bisdom Kamerijk, gevolgd door een overdracht aan het kathedraal kapittel van Kamerijk in 1075. Als Rainildis rond 1077 kanunniken vestigde in wat niet langer haar eigenkerk was, hield dat waarschijnlijk verband met de groeiende cultus rond de heilige Guido van Anderlecht.

Het is niet bekend hoeveel kanunniken het kapittel in de beginperiode telde, maar op een akte uit 1216 waren ze met dertien.Jacobs 1992, p. 311 Ze zongen hun officiën, maar bedienden niet de parochianen, want daarvoor was er een door het bisdom toegewezen priester. Deze curieuze situatie nam een einde in 1195, toen het altaar in het kapittel werd opgenomen.Nys 1964, p. 211 Voor de parochiale bediening stelde het kapittel een plebaan aan, en er waren ook diverse kapelanen. Het kapittel inde de tienden (of preciezer de "elfde schoof") en trok ook inkomsten uit een cijnshof.Jacobs 1992, p. 319

In 1481 kreeg het kapittel nieuwe statuten. Ze voorzagen in achttien prebenden, waarvan elf te vergeven door de heren van Walcourt, vier door de hertog van Brabant en drie door de Magistraat van Brussel. Het stadsbestuur gunde zijn posities afwisselend aan de Geslachten en aan de Naties, waarbij het frequent koos voor personen met een rechtendiploma. Als tegenprestatie voor hun prebende traden zij op als advocaat voor de stad.Jacobs 1992, p. 315 Ook de hertogen stelden dikwijls intellectueel gekwalificeerde personen aan. Zodoende kreeg het kapittel een geleerde reputatie. In 1515 trad Adriaan Boeyens toe.Jacobs 1992, p. 317 De kanunniken woonden in huizen rond de kerk, waarvan het Erasmushuis nog als enige overblijft.

Het kapittel werd geleid door een proost en vanaf 1481 door een deken. Lange tijd werd deze door de kanunniken zelf gekozen, maar keizer Karel V maakte er vanaf 1553 een benoeming van. Van oudsher werd de parochieschool van Anderlecht ingericht door het kapittel. Ook het Begijnhof van Anderlecht viel onder zijn gezag. Verder organiseerde het kapittel een koor om de kerkdiensten op te luisteren. De zangers (en muzikanten) namen plaats op het doksaal, dat het priesterkoor afscheidde van de rest van de kerk. Het koorgestoelte van de kanunniken telde 24 zetels.

Literatuur Marcel Jacobs, "Le Chapitre d'Anderlecht" in: Folklore Brabançon, nr. 275, november 1992, p. 310-330 Suzanne Nys, "Le Chapitre de Saint-Pierre d'Anderlecht des origines à la fin du XIIIe siècle" in: Brusselse Cahiers, IX, 1964, fasc. 3-4, p. 189-291

Voetnoten

Categorie:Kapittel Categorie:Anderlecht