Argentinonectes is een geslacht van de Plesiosauria dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Argentinië. De enige benoemde soort is Argentinonectes calafatensis. Vondst en naamgeving

Gerardo Povazsán zag nabij zijn land een vin en een staart boven het wateroppervlak uitsteken van een bergmeer in Patagonië. Dit kwam ter ore van de Amerikaanse paleontoloog Kenneth Lacovara die zijn Argentijnse collegae maande de zaak te onderzoeken. Een paar jaar later, in oktober 2009, borg een team van het Museo Argentino de Ciencias Naturales "Bernardino Rivadavia" geleid door Fernando Emilio Novas op de zuidoostelijke oever van het Lago Argentino het skelet van een plesiosauriër. Een stuk meer werd daartoe drooggelegd. Het fossiel werd door een schep van een uitgeleende bulldozer op een uitgeleende truck gehesen en helemaal naar het museum vervoerd. Het werd tot 2015 moeizaam geprepareerd door Marcelo Isasi. In 2018 werd het fossiel in het museum tentoongesteld, samen met een reconstructie. In 2023 werden de hiermee verworven gegevens gebruikt voor een studie van de botstructuur die concludeerde dat het exemplaar, gezien als een elasmosauride, volgroeid was, maar toch kustwateren bewoonde terwijl eerder werd aangenomen dat leden van die groep op open zee leefden.

In 2026 werd de typesoort Argentinonectes calafatensis benoemd en beschreven door Fernando Emilio Novas, Julia D’Angelo, Federico Agnolín, Rodrigo Antonio Otero Gonzalez, Jordi Garcia Marsà, Silvio Casadio, Kenneth Lacovara en Marcelo Isasi. De geslachtsnaam is een combinatie van een verwijzing naar het Lago Argentino met het Grieks νήκτης, nèktès, "zwemmer". De soortaanduiding verwijst naar de Calafateformatie en de stad El Calefate.

Het holotype, MPM-PV 1002, is gevonden in een laag harde zandsteen van de Calafateformatie die dateert uit het late Maastrichtien. Het bestaat uit een skelet zonder schedel. Het omvat vier halswervels, twee borstwervels, achttien ruggenwervels, drie sacrale wervels, achtentwintig staartwervels, ribben, losse buikribben, het rechterschouderblad, beide ravenbeksbeenderen, de basis van het rechterdarmbeen, de rechtervin en beide achtervinnen minus de voeten. Het betreft een volwassen individu. Men vermoedde dat een door rottingsgassen gezwollen karkas ronddreef en haaien de kop, voorste hals en de uiteinden van de vinnen afbeten waarna de romp afzonk. Het skelet ligt grotendeels in anatomisch verband en is, ondanks het ontbreken van de schedel, het meest volledige pterosauriërfossiel dat in 2018 uit Argentinië bekend was.

Beschrijving Grootte en onderscheidende kenmerken Argentinonectes is onder verwanten een vrij grote soort, met een geschatte lengte van zes à zeven meter, voornamelijk afhankelijk van de neklengte die niet exact bij het fossiel kan worden vastgesteld.

De beschrijvers stelden verschillende onderscheidende kenmerken vast. Sommige daarvan zijn autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen. De zijrand van het ravenbeksbeen is sterk hol gekromd. Het binnenste achterste uitsteeksel van het ravenbeksbeen is laarsvormig. De zijuitsteeksels van de rug hebben een T-vormige dwarsdoorsnede met een vrijwel plat bovenvlak. Het opperarmbeen heeft een sterk golvende kromming. De kootjes zijn spoelvormig met verbrede veelvlakkige gewrichtsfacetten. De acht laatste staartwervels zijn sterk verbonden met overlappende voetstukken van de doornuitsteeksels en haemaalbogen tot een stijve staartstructuur. De haemaalbogen zijn niet onderling verbonden tot chevrons.

Hoewel de staartpuntstructuur niet bij andere plesiosauriërs is aangetroffen, kan dat komen omdat de punt überhaupt zelden bewaard is. Misschien dat alle verwanten een vergroeiing hadden, die lijkt op de pygostyle van vogels. Het ligt voor de hand aan te nemen dat die een verticale vin droeg welke fungeerde om het gieren te controleren. In de wervels doet zich hetzelfde fenomeen voor. Niet alleen de halswervels maar ook die van de rug en de staart zijn doorboord door foramina subcentralia, weer verbonden met bloedvaten in de lengterichting, alles bedoeld om caissonziekte tegen te gaan bij het opduiken van grotere diepte. Het is onduidelijk welke verwanten dit kenmerk ook bezitten.

Verdere eigenaardigheden zijn aangetroffen in de romp. Die is verticaal afgeplat in plaats van tonvormig, kennelijk om rollen tegen te gaan in turbulente ondiepe kustwateren. De buikribben tonen pachystosis, een verdichting van het botweefsel. Ook dit kan de stabiliteit vergroot hebben. De buikribben zijn ook variabel verdicht wat kan betekenen dat bepaalde sectoren losser verbonden waren dan andere, wellicht om de ademhaling te vergemakkelijken.

Skelet Het aantal ruggenwervels valt binnen het bereik van zeventien tot negentien voor verwanten. De zijuitsteeksels in het midden van de rug staan ongeveer horizontaal. De facetten voor de haemaalbogen overspannen twee wervels. De voorrand van het schouderblad heeft een opvallende buiging naar achteren en boven. De achterste buitenhoorns steken zijwaarts uit tot voorbij de schoudergewrichten. De voorrand van het onderste opperarmbeen is hol met een relatief kleine voorwaartse verbreding, veel kleiner dan de achterste verbreding. Het scheenbeen is breder dan het kuitbeen.

Fylogenie Argentinonectes werd binnen de Elasmosauridae in de Weddellonectia geplaatst, in een vrij basale positie als zustersoort van Chubutinectes. Hun clade vormt de zusterclade van de Aristonectinae en staat boven Kawanectes, Vegasaurus en Morenosaurus in de stamboom.

Levenswijze Argentinonectes leefde in de Calafatezee, een vrij koud zuurstofrijk zeebekken met een sterke getijdenwerking en golfwerking. De meeste plesiosauriërs aten vissen en inktvissen. Argentinonectes specialiseerde zich vermoedelijk in het jagen op bodemdieren.

Literatuur Julia Soledad D’Angelo, Jordi Alexis Garcia Marsà and Fernando Emilio Novas. 2023. "Biological implications of the bone microstructure of a new elasmosaurid (Sauropterygia, Plesiosauroidea) from the uppermost Cretaceous of Patagonia". Historical Biology

Categorie:Plesiosauria