De Grote Molen (Pools: Wielki Młyn; Duits: Große Mühle) is een laatmiddeleeuws watergedreven graanmolencomplex in het historisch centrum van Gdańsk. Het werd samen met het Raduniakanaal aangelegd rond 1350 en was op zijn hoogtepunt het grootste industriegebouw van Europa.Grand Mill, European Route of Industrial Heritage (bezocht 17 juni 2026) Het bleef functioneren tot het in 1945, op de buitenmuren na, werd vernield. De naoorlogse heropbouw betrof alleen de bouwschil, zonder de maalfunctie. In het bouwwerk, dat op de regionale erfgoedlijst werd geplaatst, huist sinds 2021 een museum over barnsteen.

Geschiedenis De Grote Molen werd omstreeks 1350 gebouwd door de Duitse Ordestaat. Het Raduniakanaal werd zo aangelegd dat het in twee takken rond het bouwwerk stroomde, dat dus op een kunstmatig eiland lag. Vanwege de vorm werd dit "Schild" genoemd (Pools: Tarcza).An der Großen Mühle, Streets of Danzig (bezocht 17 juni 2026) De twaalf waterwielen waren overlappend opgesteld in twee lijnen per kanaaltak. De kelder- en de gelijkvloerse verdieping bevatten het molenwerk en de maalstenen. Het drijfwater werd aangevoerd langs een houten toevoergoot met schotten in de bodem, zodat het water van bovenaf op de raderen kon worden gestort. Het ging dus om een flexibel geheel van bovenslagmolens, want de molenknechten konden per rad de toevoer regelen door het overeenstemmende schot met een hefboom te bedienen.Steinbrecht 1920, p. 8 Onder het dak was een graanspijker ingericht over zes verdiepingen. De molen brandde af in 1391, maar werd heropgebouwd.Gdańsk - water mills, Medieval Heritage (geraadpleegd op 12 juni 2026)

Klanten moesten 1/16 van het te malen graan afdragen aan de Teutoonse ridders, naast een maalgeld.Wielki Młyn, Gedanopedia (bezocht 17 juni 2026) De inning gebeurde door de Metzner.Max Foltz, Geschichte des Danziger Stadthaushalts, 1912, p. 197-203 In 1454 was het overnemen van de Grote Molen door de inwoners van Gdańsk de opmaat tot hun algemene opstand tegen de Teutoonse Orde. Vanaf toen was het complex in stedelijke handen. Het beheer werd toevertrouwd aan een Molenmeester en de fiscaliteit aan een Metzner.Max Foltz, Geschichte des Danziger Stadthaushalts, 1912, p. 198 De toelating van die laatste was nodig om elders in de stad graan te malen (de Grote Molen was dus een banmolen).

In de 15e of 16e eeuw werd het gebouw westwaarts met tien meter uitgebreid om het aantal waterwielen te verhogen naar achttien. Dit liet een jaarproductie van 3500 à 4000 last toe, waarvan in een typisch jaar 4900 ton rogge en 1228 ton tarwe (nog los van de mout die er werd geschroot). Dergelijke volumes overstegen de noden van de stad: een deel was bestemd voor export, vermoedelijk naar Noord- en Oost-Europa.Christina Link, Der preußische Getreidehandel im 15. Jahrhundert. Eine Studie zur nordeuropäischen Wirtschaftsgeschichte, Borlau, 2014 Dat gold ook voor de mout die in het moutmolengedeelte van de Grote Molen werd verwerkt. Verder werd in deze periode een bakkerij met een grote schouw aangebouwd. Ten behoeve van de fijnbakkers werd even stroomafwaarts de Kleine Molen opgericht over het Raduniakanaal, voornamelijk als extra opslagruimte, met boten bereikbaar.Max Foltz, Geschichte des Danziger Stadthaushalts, 1912, p. 203

Vanaf 1623 werd de Grote Molen door het stadsbestuur verpacht.Max Foltz, Geschichte des Danziger Stadthaushalts, 1912, p. 202 Later die eeuw werden omwille van de lichtinval dakkapellen toegevoegd: eerst enkele laag in het dak en in de 19e eeuw drie volledige rijen aan beide kanten. De kanalen werden toen afgedekt door een brugstructuur. Nadat de firma Bartels & Co pachter van de molen was geworden, liet ze in 1880 de waterwielen vervangen door waterturbines. Hierdoor werd de productiecapaciteit verveelvoudigd tot 200 ton meel per dag. In de 20e eeuw werd de molen uitgerust met elektromotoren.

De gemoderniseerde molen bleef functioneren tot hij in maart 1945 afbrandde toen het Rode Leger en Poolse strijdkrachten Gdańsk belegerden tijdens het Pommerenoffensief. De houten elementen (mechaniek, tussenvloeren, dakgebinte) gingen volledig verloren, net als de westelijke topgevel. Alleen de buitenmuren stonden nog min of meer overeind. In 1962-1965 vond de reconstructie plaats onder leiding van Józef Chrzanowicz, met behoud van de gotische muren. Er werd gekozen voor een metalen dakstructuur en voor een binnenruimte zonder verdiepingen. Ze werd onder meer gebruikt als amusements- en markthal.

In 2016 droeg het stadsbestuur het beheer van de Grote Molen over aan het museum van Gdańsk. Na een renovatie opende in 2021 het barnsteenmuseum (Muzeum Bursztynu). Daarin werd ook plaats ingeruimd om de geschiedenis en werking van de Grote Molen toe te lichten aan de hand van een opengewerkte maquette.

Beschrijving Het betreft een gebouw in gotische baksteenarchitectuur. Het is 26 m hoog, 41 m lang en 26 m breed. Het grote, steile zadeldak heeft aan weerskanten drie rijen dakkapellen. De aanbouw aan de oostkant is de vroegere bakkerij met een grote schoorsteen.

Literatuur Ksenia Piatkowska en Katarzyna Darecka, "Restoring the past digitally: A 3D visualization study of the Great Mill in Gdansk" in: Design Studies, 2026, 101376. Conrad Steinbrecht, Die Baukunst des Deutschen Ritterordens in Preußen, vol. 4, Die Ordensburgen der Hochmeisterzeit in Preußen, 1920, p. 6-10

Voetnoten

Categorie:Bouwwerk in Gdańsk Categorie:Watermolen in Polen Categorie:Voormalige watermolen Categorie:Bouwwerk in baksteengotiek