In Pakistan is de doodstraf de zwaarst mogelijke straf die opgelegd kan worden.
De doodstraf is een wettelijk strafmiddel dat van toepassing is op een breed scala aan misdrijven. Pakistan behoort tot de landen met de meeste executies ter wereld, hoewel het aantal de laatste jaren sterk is gedaald.
De doodstraf in Pakistan vindt haar oorsprong in het Britse koloniale recht, met name de Pakistan Penal Code (PPC) van 1860, die is gebaseerd op de Indian Penal Code. Na de onafhankelijkheid in 1947 behield Pakistan deze wetgeving, die later werd aangevuld met islamitische elementen, vooral onder het regime van generaal Zia-ul-Haq (1977-1988). Deze periode zag de invoering van Hudood-verordeningen en strengere straffen voor misdrijven zoals blasfemie (vooral christenen werden hier het slachtoffer van).
In 2008 werd onder president Asif Ali Zardari een moratorium op executies ingesteld, grotendeels als gevolg van druk van mensenrechtenorganisaties en de oppositie tegen de doodstraf. Tussen 2009 en 2014 vonden vrijwel geen executies plaats (slechts één in 2012). Na de terroristische aanslag op de Army Public School in Peshawar in december 2014, waarbij 149 mensen (voornamelijk kinderen) omkwamen, werd het moratorium eerst voor terrorismezaken en later volledig opgeheven. Dit leidde tot een sterke toename van executies.
De doodstraf is vastgelegd in de Pakistan Penal Code, de Anti-Terrorism Act 1997, de Control of Narcotic Substances Act en andere wetten. Er zijn naar schatting 27 tot 33 misdrijven waarop de doodstraf staat, waaronder:
Moord, vaak via qisas Terrorisme en hoogverraad. Verkrachting (inclusief groepsverkrachting) en zina (buitenechtelijke seksuele omgang, volgens Hudood-verordeningen). Blasfemie (sectie 295-C PPC: belediging van de Profeet Mohammed), Drugssmokkel (in bepaalde gevallen). Ontvoering voor losgeld, kaping en dacoity (gewapende roof).
De enige wettelijke executiemethode is ophanging.
Blasfemiewetten zijn bijzonder controversieel. Sectie 295-C maakt belediging van de Profeet strafbaar met de doodstraf (of levenslang, maar de Federal Shariat Court maakte de doodstraf in 1990-1991 gangbaar). Ondanks talrijke veroordelingen is nog nooit iemand formeel geëxecuteerd voor blasfemie; wel zijn veel beschuldigden vermoord door volksgerichten. Een bekend voorbeeld van een beschuldigde, was Asia Bibi.
Na het opheffen van het moratorium werden er honderden uitgevoerd, met een piek in 2015 (rond de 326-469 volgens verschillende bronnen). Daarna daalde het aantal sterk. Tussen 2015 en 2019 werden naar schatting meer dan 500 mensen geëxecuteerd.
Pakistan heeft veel mensen in dodencellen zitten. Schattingen variëren van rond de 3.646 in 2024, oplopend tot meer dan 6.000 in recente rapporten. Velen zitten jaren of decennia vast in slechte omstandigheden.
Zie ook Geschiedenis van Pakistan
Pakistan Categorie:Politiek in Pakistan
en:Capital punishment in Pakistan