Het Mesolithische vrouwengraf van Bad Dürrenberg is een te Bad Dürrenberg, in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt, ontdekte archeologische vindplaats. Hier werd tussen de 7000 en 6600 jaar vóór de jaartelling een vrouw begraven. De vrouw speelde mogelijk een vooraanstaande rol binnen een gemeenschap van de West-Europese jager-verzamelaars gedurende het Mesolithicum (de Midden-Steentijd). In het Duits wordt zij als de Schamanin von Bad Dürrenberg aangeduid, daar vrij algemeen wordt aangenomen, dat zij een belangrijke vrouwelijke sjamaan was. Op haar schoot was ook het lichaam van een circa 6 maanden tot één jaar oud jongetje bijgezet, een ver familielid van de vrouw. De stoffelijke resten en grafvondsten behoren tot de collectie van en zijn te zien in het Landesmuseum für Vorgeschichte in de stad Halle aan de Saale.

Geschiedenis van de opgraving De eerste opgraving vond plaats op 4 mei 1934 bij graafwerk voor waterleidingen of riolen in het kuurpark van Bad Dürrenberg, een kuuroord aan de oostelijke oever van de rivier de Saale. De uitgraving van het met rode oker bestrooide graf moest vanwege een strakke planning van de werkzaamheden al binnen één dag klaar zijn. Geborgen werd o.a. het skelet van een 25 à 35-jarige vrouw en van een baby, die op haar schoot was gelegd, en enige grafvondsten. De vondsten werden naar het Museum für Vorgeschichte te Halle (Saale) overgebracht. Tot 1977 dacht men, dat hier een man begraven lag, daar een bijl bij het lichaam lag. De nazi's, die toen over Nazi-Duitsland regeerden, interpreteerden de vondst in 1934 meteen (ten onrechte!) als die van een Oer-Ariër, wat goed paste binnen hun Blut und Boden-propaganda.

Pas vanaf 2019 werd in situ een grondige vervolgopgraving uitgevoerd; blokken grond werden ook vanuit Bad Dürrenberg overgebracht naar wetenschappelijke onderzoekscentra voor nauwkeurige analyse. Wetenschappers uit verschillende disciplines wisten vervolgens een redelijk goed beeld van de begraven overledenen, hun graf en hun leefwijze samen te stellen.

Bevindingen Ouderdom Uit tussen 1989 en 2014 uitgevoerde C14-datering van de skeletresten blijkt, dat de vrouw en het kindje zijn gestorven en begraven tussen 9000 en 8600 BP, d.w.z. vóór het jaar 1950, dus circa 7000-6600 v.Chr., tijdens het Mesolithicum. Een later ernaast gevonden ondiep graf was circa 600 jaar jonger; hier zijn mogelijk twee rituele sjamanen-maskers geofferd, opdat de in het hier beschreven graf bijgezette vrouw vanuit de geestenwereld bijstand zou kunnen verlenen. In de tijd, dat de sjamaan leefde, was het klimaat vergelijkbaar met dat in de vroeg-historische tijd. Sinds enkele millennia was dit deel van Europa begroeid geraakt met naaldbomen- en berkenbos. Daarin werd op herten, reeën, wilde zwijnen, konijnen, hazen en gevogelte gejaagd. In rivieren en meren werd vis gevangen, evenals schaaldieren. Men verzamelde allerlei eetbaar en als geneeskrachtig beschouwd plantaardig materiaal. Landbouw en veeteelt kende men hier nog niet; wel schijnt men hazelnoten, die veel gegeten werden, te hebben geplantHet is ook mogelijk, dat mensen voorraden hazelnoten begroeven, die om uiteenlopende redenen later niet meer konden opeten, waarna de hazelnoten kiemden en tot bomen en struiken uitgroeiden. om hier en daar hazelaarbomen en -struiken te laten groeien.

Vorm en inrichting van het graf De nagenoeg rechthoekige groeve mat 90 x 55 centimeter en was circa 145 cm diep, en was boven de stoffelijke overschotten voor 30 cm gevuld met rode oker of een ander hematiet bevattend mineraal: het heilige rood van de oker gold als kleur van het levensbloed en was in die tijd een gebruikelijk materiaal bij begrafenissen.

Waarschijnlijk was er een rechthoekig vlechtwerk van wilgentenen in een achthoekige kuil neergelaten, die verder met wit leem werd opgevuld. De grafmand werd vanbinnen met een rood mineraal bekleed en gladgemaakt.

Daarna werd de overleden vrouw in rechtop zittende houding bijgezet. Het overleden kindje werd op haar schoot, mogelijk in haar armen, gelegd. Vervolgens werd het graf toegedekt met rode oker (haar hoofd stak er een beetje bovenuit) en een houten grafdeksel.

Er zijn in of bij het graf nog stukjes wervelbot van twee andere kleine kinderen aangetroffen. Waarschijnlijk (maar niet met zekerheid) zijn deze kindjes niet tegelijk met de vrouw en het kind op haar schoot begraven.

Grafgiften Er zijn zeer veel grafgiften bij de vrouw en het kindje gevonden: In het graf, dichtbij of op het lichaam: van vuursteen gemaakte kling twee benen naalden een hak van hertengewei een geslepen, stenen bijl sieraden, gemaakt van de slagtanden van een everzwijn om de hals van het kindje een kettinkje met 14 doorboorde slakkenhuisjes, fossielen van de soort Gyraulus, waarschijnlijk via ruilhandel geïmporteerd uit het 320 km verder zuidwestelijk gelegen Steinheimer Becken, een meer dan 14 miljoen jaar oude meteorietkrater. Iets verderop: botten van een kraanvogel, waaronder een uitgehold bot, dat als doosje voor kleine pijl- en gereedschapspunten (microlieten) diende; er zaten er nog 31 in botten van edelherten, bevers de pantsers van drie moerasschildpadden schedel- en geweidelen van een ree. Het reebokgewei kan door haar als hoofdbedekking zijn gebruikt, en haar zo gekenmerkt hebben als sjamaan. fragmenten van diverse soorten zoetwatermosselen, mogelijk een offer opdat de vrouw in het hiernamaals te eten zou hebben minder herkenbare, maar wetenschappelijk aangetoonde resten van vogelveren, haar van vachten van grote runderen (wisent of oeros), pollen van geneeskrachtige kruiden en andere planten,

De vrouw en de baby zelf Toen zij stierf, was de vrouw tussen 25 en 35 jaar oud. Uit onderzoek van haar genoom bleek, dat zij vermoedelijk lichte ogen en een vrij donkere huidskleur had. Pas in 2019 werd het rotsbeen (pars petrosa ossis temporalis) van de baby gevonden. Dit botje, dat zich bij het oor bevindt, is relatief goed bruikbaar voor DNA-onderzoek. Daaruit bleek, dat het jongetje (dat mogelijk aan vitaminengebrek is gestorven) geen kind, maar wel een achter- of achter-achterneefje van de vrouw (bloedverwant in de vierde graad) was geweest. Van de twee kindjes, van wie alleen een wervelbot is gevonden, kon worden vastgesteld, dat het broertjes waren van het kind, dat bij de vrouw op schoot lag, in één geval zelfs een tweelingbroertje.

De vrouw vertoonde voor die tijd typische sterke slijtage van de snijtanden, die erg pijnlijk, maar niet dodelijk voor haar zijn geweest. De rest van haar gebit was in goede staat; cariës door consumptie van suiker en veel zetmeel kwam nog niet voor.

Belangrijk was de ontdekking van een anomalie aan haar atlaswervel. Onderzoekers hebben geopperd dat bij bepaalde hoofdbewegingen daardoor een slagader afgeklemd kon raken en de bloedtoevoer naar de hersenen kortstondig verminderde. Hierdoor kon de vrouw mogelijk korte tijd in trance raken en buitenzintuiglijke waarnemingen doen, en zo contact hebben met de geestenwereld en als sjamaan functioneren. Een hypothese voor haar doodsoorzaak is, dat zij door met het hoofd te knikken de afklemming van de bloedsomloopDe slagader Arteria basilaris en de ader Arteria vertebralis. één keer te vaak toepaste, waardoor het bloedvat scheurde en zij een dodelijke hersenbloeding kreeg. Andere geleerden stellen, dat zij via de aangetaste snijtanden een ontsteking kreeg in de sinus maxilliaris, de kaakholte, en daaraan uiteindelijk overleed. Onderzoek naar haar mitochondriaal DNA (mtDNA) kon haar genoom in kaart brengen; het wees uit, dat de vrouw tot haplogroep U behoorde, meer gespecificeerd: U4b1b1b.

Andere verwante archeologische sites Bij Dehlitz, gemeente Lützen, hemelsbreed slechts ongeveer 7 kilometer ten zuiden van het graf te Bad Dürrenberg vandaan, zijn sporen van een jachtkamp, met werktuigen, gevonden, die uit ongeveer dezelfde periode dateren en wellicht van hetzelfde volk waren.

Externe links (Duitstalig) www.mediathek.landesmuseum-vorgeschichte.de/suche?taxonomy=alt-mittelsteinzeit Website Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle (Saale): verzameling films over het mesolithicum, waaronder verscheidene over de Schamanin von Bad Dürrenberg. Terra X. Das Grab der Schamanin - Ein Geheimnis aus der Steinzeit. Een film door Christian Stiefenhofer, m.m.v. onder anderen Andreas Siegl, een van de belangrijkste bij de opgraving betrokken archeologen. 2024, ZDF/Arte, 44 min. Uitgezonden op ARTE-TV o.a. in november 2024 en omstreeks 9 juni 2026. De film kan ook in de Franse taal bekeken worden.

Categorie:Mesolithicum in Europa Categorie:Mesolithische vindplaats in Europa Categorie:Bad Dürrenberg Categorie:Geschiedenis van Saksen-Anhalt Categorie:Sjamanisme