De LIFT-procedure (Ligation of the Intersphincteric Fistula Tract) is een sfincter-sparende chirurgische behandeling voor complexe anale fistels, met name transsfincterische fistels van cryptoglandulaire oorsprong. De techniek heeft als doel de fistel te genezen zonder beschadiging van de externe anale sfincter, waardoor het risico op fecale incontinentie wordt beperkt.

Geschiedenis De LIFT-procedure werd in 2007 beschreven door de Thaise colorectaal chirurg Arun Rojanasakul. De techniek werd ontwikkeld als alternatief voor fistulotomie bij complexe fistels, waarbij een aanzienlijk deel van het sfinctercomplex betrokken is. Sinds de introductie heeft de procedure wereldwijd brede toepassing gevonden en is zij opgenomen in diverse internationale richtlijnen voor de behandeling van anale fistels.

Techniek Bij de LIFT-procedure wordt de fistelgang opgezocht in het intersfincterische vlak, de anatomische ruimte tussen de interne en externe anale sfincter. Via een kleine incisie wordt de fistelgang geïsoleerd, geligeerd en doorgenomen. Vervolgens wordt het geïnfecteerde traject gecuretteerd of verwijderd, terwijl de externe sfincter intact blijft.

Het principe berust op het afsluiten van de interne opening en het onderbreken van de fistelgang op het niveau van het intersfincterische compartiment. Hierdoor kan de resterende fistel distaal spontaan genezen of worden omgevormd tot een eenvoudiger fisteltype.

Resultaten De gerapporteerde genezingspercentages van LIFT lopen sterk uiteen. In de literatuur worden succespercentages beschreven van ongeveer 40% tot meer dan 80%, afhankelijk van patiëntselectie, fistelcomplexiteit, definitie van genezing en duur van follow-up.

Een belangrijk voordeel van de techniek is het behoud van de anale sfincterfunctie. Vroege studies rapporteerden lage percentages incontinentie. Recentere langetermijngegevens laten echter zien dat functionele uitkomsten complexer zijn dan aanvankelijk gedacht. In een Nederlandse cohortstudie met een mediane follow-up van ruim zeven jaar werd een aanzienlijke toename van continentieklachten gerapporteerd, hoewel het causale aandeel van de LIFT-procedure moeilijk te onderscheiden is van eerdere en latere fisteloperaties en natuurlijke veroudering.

Bij falen van de procedure verandert een deel van de transsfincterische fistels in een intersfincterische fistel. Hierdoor kan een latere fistulotomie alsnog mogelijk worden met een relatief hoge kans op genezing. In een Nederlands onderzoek werd bij ongeveer 43% van de niet-genezen fistels een dergelijke “downgrading” gezien.

Plaats binnen de ESCP-richtlijn De European Society of Coloproctology (ESCP) beschouwt LIFT in haar richtlijn voor anale fistels als een van de belangrijkste sfincter-sparende behandelopties voor transsfincterische cryptoglandulaire fistels. De techniek wordt gezien als een redelijk veilige behandeling met een beperkt risico op directe sfincterschade.

Tegelijkertijd benadrukt de richtlijn dat de kwaliteit van het beschikbare bewijs matig is en dat de resultaten tussen centra aanzienlijk verschillen. Daarom wordt LIFT niet beschouwd als universeel superieur aan andere sfincter-sparende technieken, zoals advancement flap-procedures of nieuwere technieken zoals LAFT en VAAFT. De keuze voor LIFT dient volgens de richtlijn te worden afgestemd op de anatomie van de fistel, de ervaring van het behandelcentrum en de continentiestatus van de patiënt.

De ESCP positioneert LIFT daarmee als een gevestigde, maar niet onomstreden behandeling: een waardevolle optie binnen het therapeutische arsenaal, vooral wanneer behoud van de sfincterfunctie prioriteit heeft.

Categorie:Chirurgische ingreep Categorie:Gastro-enterologie