Reichsgrubenwehr-Ehrenzeichen (Nederlands: Rijksereteken van de Mijnenredding) werd op 13 november 1936 door de Rijksminister van Economische Zaken de Generaloberst Hermann Göring ingesteld. Dat werd echter al snel door een nieuw decreet van Hitler in 1938 vervangen.
Geschiedenis Op 17 april 1934 stelde de Pruisische minister van Economische Zaken en Arbeid een eigen herinneringsteken in (het Gruben-Erinnerungsabzeichen (Vrijstaat Pruisen)), (vrije vertaling: Ereteken van de Mijnenredding van de Vrijstaat Pruisen). Al eerder werden mijnreddingswerkers in de Duitse deelstaten op verschillende wijzen onderscheiden voor hun prestaties. Op 13 november 1936 vond de invoering van het Reichsgrubenwehr-Ehrenzeichen in heel Duitsland uniform door de Rijksminister van Economische Zaken plaats. Dit ereteken kende twee klassen, waarbij de 1e Klasse gewoonlijk als Steckkreuz werd gedragen en de 2e Klasse aan een lint op de batons Ordensschnalle. Het ereteken had een diameter van 50 mm. Het door Göring ingestelde Reichsgrubenwehr-EhrenzeichenWikimedia Commons: Deutsches Reichsgesetzblatt Deutsches Reichsgesetzblatt. p.1344. Geraadpleegd op 18 mei 2026. bestond slechts krap twee jaar. Op 30 januari 1938 vormde Adolf Hitler de onderscheiding, die tot dan toe onder de verantwoordelijkheid van het Rijksministerie van Economische Zaken viel, om tot een "in naam van de Führer" verleend ereteken met een gewijzigd uiterlijk. Dit Grubenwehr-Ehrenzeichen (1938) kwam in de plaats van de eerdere onderscheiding, waardoor vanaf dat moment ook de verlening van het Reichsgrubenwehr-Ehrenzeichen verboden werd.
Het versiersel Het hoogovale versiersel toont in het midden de gekruiste hamer en beitel, Schlägel und Eisen genoemd. Het betreft een ovaal, zilverkleurig of ijzeren steekembleem met een diameter van 50 mm. Het toont een adelaar met gespreide vleugels en een hakenkruis in de klauwen, geplaatst over de Schlägel und Eisen. Rondom bevindt zich de inscriptie Für Verdienste um das Grubenwehrwesen (Voor verdiensten voor de mijnenreddingsdienst), uitgevoerd in gotisch schrift, met aan weerszijden twee eikenbladeren.
Het versiersel was vervaardigd uit zilver, verzilverd tombak of verzilverd fijnzink.feuerwehr-ehrenzeichen.de: Dritten Reich Grubenwehr-Ehrenzeichen. Geraadpleegd op 24 juni 2026.
Het ontwerp is van de Berlijnse professor Hans Schweitzer.Angolia 1978, p.170. Dit was zijn eerste ontwerp van een ereteken voor de mijnenreddingsdienst; zie Grubenwehr-Ehrenzeichen (1938).
Het versiersel werd gepresenteerd in een zwarte cassette met aan de binnenzijde een witte satijnen voering aan de bovenkant en een donkerblauwe fluwelen voering aan de onderkant. Op de cassette stond de gekruiste hamer en beitel in goud gedrukt. De gedecoreerde ontving daarbij een oorkonde in gotisch schrift.
Graden 1e klasse (Steckkreuz) 2e Klasse (aan ordelint)
Kwalificatie voor toekenning aan leden van een mijnwerkersreddingsdienst die gedurende vijftien jaar op onberispelijke wijze dienst hebben gedaan;Lumsden 2001, p.120.Littlejohn 1968, p.44. aan leden van een mijnwerkersreddingsdienst met een kortere diensttijd, indien zij vanwege een ongeval tijdens de dienst de reddingsdienst moeten verlaten; aan leden van een mijnwerkersreddingsdienst of andere mijnwerkers voor bijzonder moedig en vastberaden optreden tijdens de dienst of bij reddingswerkzaamheden.
Het recht van toekenning De voordrachten voor de verlening van het Grubenwehr-Ehrenzeichen moeten door de Rijksminister van Economische Zaken, via de hogere mijnautoriteiten of voor zover deze niet aanwezig zijn, via de hoogste deelstaatmijnautoriteiten, minstens elk kwartaal in tweevoud volgens bijgevoegd model worden ingediend. Deze moeten per district van de hogere mijnautoriteit, of bij afwezigheid daarvan per district van de hoogste deelstaatmijnautoriteit, en binnen deze districten alfabetisch geordend, aan de staatsminister en chef van mijn presidentiële kanselarij worden gezonden, ten behoeve van het verkrijgen van mijn besluit.
Draagwijze 1e klasse: zonder lint, rechtstreeks op de linkerborst gespeld. 2e klasse: een uitvoering die werd gedragen aan een ordelint (zwart/oranje/zwart met witte zelfkanten), als Ordensschnalle.
Na de Tweede Wereldoorlog Na de capitulatie van Duitsland verboden de geallieerde mogendheden het dragen van Duitse onderscheidingen, waaronder die van vóór 1918. In de DDR bleef dit verbod onverkort van kracht.
Op 26 juli 1957 vaardigde de Bondsrepubliek Duitsland een wet uit die het dragen van onderscheidingen met hakenkruizen of SS-runen verbood. Het dragen, verzamelen, tentoonstellen en afbeelden van dergelijke insignes werd sindsdien wettelijk gereguleerd. Een aantal onderscheidingen werd daarna in een “gedenazificeerde” uitvoering opnieuw toegestaan, waarbij het hakenkruis en soms ook de adelaar werden verwijderd.Ordensjournal. p.4. In de gedenazificeerde uitvoering mag het ereteken wel worden gedragen.
Externe links the saleroom: Reichsgrubenwehr-Ehrenzeichen Auktionshaus Carsten Zeige: Reichsgrubenwehr-Ehrenzeichen Helmut Weitze Militärische Antiquitäten KG: III. Reich Grubenwehr-Ehrenzeichen 1. Modell
Zie ook Lijst van ridderorden en onderscheidingen van nazi-Duitsland
Categorie:Onderscheiding in nazi-Duitsland