Het Groninger Oproer of de Staatsgreep van Groningen was een gewelddadige staatsgreep in de stad Groningen op 23 oktober 1413, waarbij de Schieringgezinden onder leiding van de Fries-Groningse hoofdeling Coppen Jarges het Vetkoperse stadsbestuur omverwierpen. Tijdens de bestorming van het raadhuis werden meerdere vooraanstaande Vetkoperse bestuurders en aanhangers gedood, onder wie zittend burgemeester Johan Rengers. Het oproer wordt, samen met de verovering van Emden op 21 oktober 1413, beschouwd als de directe aanleiding tot de Grote Friese Oorlog.
De staatsgreep vond plaats tegen de achtergrond van een langdurige machtsstrijd tussen de Schieringers en Vetkopers in Friesland, Groningen en de Ommelanden. De directe aanleiding was de verovering van Emden door Keno II tom Brok, waarna diens rivaal Hisko Abdena, leider van de Schieringers in Oost-Friesland, naar Groningen uitweek. Toen het overwegend Vetkoperse stadsbestuur hem de toegang tot de stad weigerde, grepen de Groningse Schieringers onder leiding van Coppen Jarges naar de wapens en namen zij de macht over.
Na de staatsgreep kwam Groningen gedurende bijna twee jaar onder Schieringse invloed te staan. In september 1415 heroverden de Vetkopers, met steun van Keno II tom Brok en zijn bondgenoten, de stad.miniatuur|282x282px|Het wapen van de familie Tom Brok
Situering Al sinds het begin van de veertiende eeuw woedde een machtsstrijd tussen de Schieringers en Vetkopers in Friesland en Groningen. Van een duidelijke partijverdeling was geen sprake: partijwisselingen kwamen regelmatig voor, bondgenootschappen waren vaak van korte duur en invloedrijke families waren vooral uit op de uitbreiding van hun eigen macht. Ook de graven van Oost-Friesland en Holland zagen in het conflict een kans hun invloed te vergroten.
Begin vijftiende eeuw bestond de partij van de Schieringers uit diens aanhangers in Westerlauwers Friesland, de familie Heeckerens in de stad Groningen, de tegenpartij van de familie Onsta in de Ommelanden en de partij van Hisko Abdena in Oost-Friesland. De tegenpartij, tezamen de geallieerden genoemd, bestond uit de Vetkopers in Westerlauwers Friesland, de Bronckhorsten en de familie Onsta in Oosterlauwers Friesland, en de familie Tom Brok uit Oost-Friesland.
De strijd bereikte in 1413 een hoogtepunt. In dat jaar escaleerde het conflict tussen de machtige hoofdelingenfamilies Abdena, die de Schieringers steunden, en Tom Brok, die aan Vetkoperse zijde stond. Beide families lagen al meer dan dertig jaar met elkaar overhoop.
Directe aanleiding Sinds de Slag bij Loppersum in 1380 was er continu sprake van ongeregeldheden tussen de families Tom Brok en Abdena. Conflicten werden opgevolgd door verzoeningen en andersom. In augustus 1413 liepen de spanningen opnieuw hoog op toen zeerovers uit Emden, het thuisfront van de Abdena's, Everd Idzinga aanvielen. Keno tom Brok, aanvoerder van de geallieerden en een bondgenoot van Idzinga, stapte hierop naar de raad van Groningen. Hij werd in het gelijk gesteld en Abdena werd aansprakelijk gesteld voor de geleden schade en gevorderd tot het vergoeden ervan. Toen deze vergoedingen uitbleven, voelde Tom Brok zich in zijn eer aangetast, en ging over op een belegering van de stad Emden. miniatuur|De grafzerk van Evert Jarges (†1535) in de Martinikerk van Groningen. Te zien zijn de wapens van zijn ouders, Coppen Jarges, kleinzoon van Coppen Jarges, en Ide Sickinghe, dochter van Johan Sickinghe. De grafzerk geldt als de oudst bewaard gebleven grafzerk van de stad.Op 21 oktober 1413 veroverde Tom Brok de stad na een korte strijd. Hisko Abdena, aanvoerder van de Abdena's en Schieringgezind, vluchtte richting de stad Groningen in de hoop daar onderdak te vinden. In de stad Groningen waren het echter de Vetkopersgezinde families Van Bronckhorst en Onsta die aan de touwtjes trokken. Zij zagen zich gesteund door de families Rengers, Clant, Huginge, Hornkinge, Clinge en Brugge. Onder hen bevonden zich Johan Rengers, en Bruin Clinge, die in dat jaar twee van de vier burgemeesters van de stad waren.A. Smith, Geschiedenis der Provincie Groningen, van het begin onze tijdrekening af, tot aan den jare 1848, Groningen 1849, p. 120 & 121.
De stad verkeerde in onzekerheid. Waar de Schieringers voor Abdena's zaak waren, lieten de Vetkopers weten tegen zijn komst te zijn. Toen Abdena definitief door het stadsbestuur werd geweigerd, was een zeer groot ongenoegen van de Schieringgezinden in de stad het gevolg. Laatstgenoemde partij stond onder leiding van de Oost-Friese hoofdeling Coppen Jarges, telg uit het geslacht Jarges en destijds oud-burgemeester van de stad Groningen. Hij werd gesteund door Johan Sickinghe en zijn zoon Ludolf Sickinghe, Evert Wigbolds, Jan Wicheringe en Bernard; allen eveneens oud-burgemeesters van de stad.Foeke Sjoerds, Historische jaarboeken van oud en nieuw Friesland, van de vroegste geheugenissen tot op den tegenwoordigen tyd, IV. deel, Leeuwarden 1771, p. 319 (scan 325).
Het oproer miniatuur|rechts|19e-eeuwse gravure van het volksoproer in Groningen in 1413
Op 23 oktober 1413, twee dagen na de bezetting van Emden, hield de raad van Groningen een bijeenkomst in het raadshuis van de stad. Enige tijd nadat de vergadering was begonnen, stormde een woedende groep Schieringgezinden onder leiding van aanvoerder Coppen Jarges naar binnen. Johan Rengers, een van de leiders van de Vetkopersgezinden en burgemeester van de stad, werd in het midden van de raadszaal door meerdere aanvallers doodgestoken.J.P. Beukema, Beknopte Plaatselijke- En Geschiedkundige Beschrijving Der Stad Groningen, Groningen 1821, p. 108.Nicolaas Westendorp, Jaarboek van en voor de Provincie Groningen, ten gebruike dier genen, welke de geschiedenis dezer provincie geheel wenschen over te zien, het Tweede Stuk, gaande van het jaar 1273 tot 1493, Groningen 1832, p. 341-342.Wilco Julius baron Welderen Rengers, Het geslacht Rengers, van de 14e tot de 19e eeuw, 1892, p.17. De raadsheren Albert Borelts en Johan Hekman werden, naar verluidt mede door vader en zoon Sickinghe, uit de ramen geworpen en vervolgens op straat gedood.A. A. Vorsterman van Oyen, Algemeen Nederlandsch Familieblad, Tijdschrift voor Geschiedenis, Geslacht-, Wapen-, Zegelkunde, 11e jaargang, 's-Gravenhage 1885, p. 296. Hendrik Clant werd op de markt aangetroffen en door de menigte achtervolgd tot aan zijn huis, alwaar hij om het leven werd gebracht. Albert Clant woonde aan de westkant van markt en werd terwijl hij thuis zat te eten vermoord.Haring Wiegers Steenstra, Algemeene geschiedenis van Friesland, Deel 2, Minnertsa 1845, p. 217 en 218. J. Suringa, Groningen in zijn verleden en zijn heden, Groningen 1899, p.4. Zijn zoon Wybrant en de zoon van burgemeester Rengers, Ditmar, wisten ternauwernood te ontsnappen aan alle geweld en vluchtten naar het Franciskanerklooster. Uiteindelijk werden bij het oproer vele raadsleden en mensen aan Vetkoperse zijde om het leven gebracht.
De raad besloot onder druk dat alle Vetkopersgezinden de stad moesten verlaten. Daarop trokken Reinalt Huginge en zijn gezin, drie broers Clant, de raadsman Henrik ter Brugge met zijn vier broers, Reinold de Vos, Arnold van Steenwijk, Everhart Hubeldink, Harmen ter Hansouwe en vele anderen richting de jonker Keno II tom Brok. Coppen Jarges verdreef de resterende aanhang van de geslachten Onsta, Ripperda, Holwerda en Gockinga, evenals alle overige Vetkoperse aanhangers.E. Beninga, Oostfriese Kronieken, p.183 en 184.
Nasleep miniatuur|Ocko II tom Brok (links) wordt gevangen voorgeleid aan Focko Ukena na de Slag op de Wilde Ackers in 1427 Na de staatsgreep werd Coppen Jarges in 1414 opnieuw burgemeester van Groningen. Tot de tweede helft van 1415 bleven grote confrontaties tussen de Schieringers en Vetkopers uit. Daarna laaide de strijd opnieuw op. Als hoofd van de stadsmilitie trok Jarges de Ommelanden in, waar hij borgen en bezittingen van Vetkoperse aanhangers brandschatte. Volgens latere kronieken werden tijdens de strijd in Reiderland sluizen vernield en dijken beschadigd of doorgestoken, waardoor zeewater gemakkelijker het laaggelegen achterland kon binnendringen. De kronieken spreken elkaar tegen over welke partij hiervoor verantwoordelijk was.
De geallieerden beraamden te Eelde een plan om de stad Groningen weer in handen te krijgen; een grote vloot werd bijeengebracht. Het plan slaagde en in de nacht van 13 op 14 september 1415 viel de stad Groningen wederom in geallieerde handen. Coppen Jarges vluchtte met zijn leger via Kampen en Sneek naar Bolsward, alwaar hij Keizer Sigismund van het Heilige Roomse Rijk aan zijn kant wist te krijgen.
Na de herovering werd ook de verhouding tussen Groningen en het Sticht Utrecht opnieuw geregeld. Op 3 november 1415 verbonden de vier burgemeesters en de raad van Groningen zich tegenover bisschop Frederik van Blankenheim ertoe niemand tot de stad toe te laten die het Sticht schade kon berokkenen. De akte noemde daarbij onder anderen Reinoud IV van Coevorden, Keno II tom Brok en de Friezen. Tevens beloofde het stadsbestuur geen vijandelijkheden tegen Coevorden of Drenthe te beginnen.Jan Van Doorninck, Tijdrekenkundig register op het oud provinciaal archief van Overijssel, 4A (1225-1496), Zwolle 1874, p. 223. Onder de raadsleden die deze toezegging bezegelden, bevonden zich Johan en Ludolf Sickinghe.
De stad Groningen bleef meermaals een rol spelen in de Grote Friese Oorlog en de twisten tussen de Schieringers en Vetkopers. De oorlog eindigde uiteindelijk in 1422 met de Vrede van Groningen.
Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 15e eeuw Categorie:Geschiedenis van Groningen (stad) Categorie:Geschiedenis van Groningen (provincie) Categorie:Geschiedenis van Friesland Categorie:Geschiedenis van Oost-Friesland Categorie:Staatsgreep in Nederland