thumb|Pui met relief en afgeplatte rondbogen (juni 2026) Weteringschans 108 te Amsterdam is een gebouw aan de Weteringschans te Amsterdam-Centrum.

Achtergrond De Weteringschans, dan nog alleen Schans geheten, diende eeuwenlang als vesting- dan wel stadswal van Amsterdam. Dit in combinatie met Lijnbaansgracht en Singelgracht. In het eerste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam (alweer) aan uitbreiding dacht, werden die stadswallen afgebroken. Op de vrijkomende plek moest woningbouw komen, maar er kwamen in eerste instantie ook bedrijventerreinen, eind 19e eeuw weer vervangen door woningbouw. De woonbebouwing van de Weteringschans tussen de Weteringplantsoenen en het Frederiksplein kwam pas op gang in het laatste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam ook begon te bouwen aan haar 19e-eeuwse gordel buiten de Singelgracht. Ter plaatse was dat De Pijp. Daar waar in de Pijp revolutiebouw plaatsvond (kopen grond, goedkoop bouwen, verkopen/verhuren, volgens stuk grond kopen), werden aan de Weteringschans woningen van het betere soort neergezet voor de gegoede burgerij. De gevelwand laat daarbij binnen bebouwen van perceel tot perceel een opmerkelijke samenhang in architectuur zien; (bijna) alle werden in historiserende of neostijlen opgetrokken, voor nummer 108 neorenaissance.

Gebouw Rond 1890 gaf commissionair in effecten David Haim Franco Mendes opdracht tot het bouwen van een woonhuis. Er kwamen boven de begane grond drie verdiepingen onder een plat dak. Het gebouw kent in de 21e eeuw vergeleken met de buurpanden een lichte uitstraling (geelbruin).⁣ Foto’s uit de 20e eeuw laten zien dat de gevel toen donker geschilderd was. In de gehele voorgevel zijn verspringende baksteenmotieven zichtbaar in vooruitgeschoven en teruggetrokken geveldelen. De begane grond begint echter met een grijze (standaard) natuurstenen plint. Ingang en vensters hebben een rondboogconstructie. Een lijst geeft het onderscheid aan tussen begane grond en eerste verdieping, alwaar de vensterpartijen rechthoekig zijn. Opvallend hier is dat de raampartijen in plaats van de eerdergenoemde rondboogconstructie hier een constructie hebben met metalen balken. Dat gebruik van die metalen balken zet zich door op de tweede verdieping; daar wordt een van de raampartijen gebruikt als inwendig balkon (met hekwerkje). Rondboogvensters zijn weer te zien in de verdieping daarboven; deze zijn smaller dan de andere vensters. Tussen de ramen en aan de gevelranden zijn pilasters te zien, die ter hoogte van de rondbogen overgaan in consoles, die de daklijst dragen. Er zijn tussen de pilasters twee schilderachtige taferelen geplaatst. De gehele gevel kent haast een pastelachtig karakter met geelbruine baksteen, witte bepleistering met hier en daar groene accenten.

Bij oud onderzoek bleef de architect onbekend. Het gezin Franco Mendes-Calisch was in het straatbeeld wel bekend, vooral mevrouw Jacoba Elisabeth Calisch. Er bestond een tijd lang het vermoeden dat het gebouw ontworpen was door Eduard Cuypers; deze gedachte ontstond omdat het gebouw gelijkenissen vertoont met Nicolaas Witsenkade 38, waarbij vaststaat dat Cuypers de architect is. De gevels hebben beide dat reliëf in baksteen en ook de daklijsten vertonen gelijkenis. Later kwamen de bouwtekeningen alsnog boven tafel en die laten de signatuur van Eduard Cuypers zien.Stadsarchief Amsterdam, Bouw- en omgevingsdossiers met aanvraag in tekeningen (semiopenbaar, geraadpleegd 29 juni 2026)

Het gebouw is een gemeentelijk monument (213054).

Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam Categorie:Bouwwerk van Eduard Cuypers