De Nobelaer of Bruininkhuizen was een hofstede en kasteel in de Nederlandse plaats Etten-Leur, provincie Noord-Brabant. Het kasteel is verdwenen maar het voormalige koetshuis is bewaard gebleven.

Geschiedenis Ten noordwesten van de kerk van Etten lag de vrije hofstede die in bezit was van de adellijke familie Van Berchem. Dankzij het huwelijk van Jan van Berghem kwam de hofstede terecht bij de familie Van Etten. In 1599 was de Roosendaalse schout Hendrik van Etten de eigenaar.

De Nobelaer Christoffel van Etten verkocht het goed in 1630 aan jonker Cornelis de Nobelaer. Nog voor 1665 verbouwde zijn zoon Justus de Nobelaer de hofstede tot een luxe landhuis. Hij liet het huis na aan de nog minderjarige Justus Ignatius de Nobelaer, een zoon van zijn achterneef Willem de Nobelaer. Omdat Justus Ignatius op jonge leeftijd overleed krijg diens broer Jacob het huis in bezit. Na Jacobs overlijden in 1708 kwam het toe aan zijn zus Margaretha (†1718). Zij werd de laatste uit de familie De Nobelaer die het huis in bezit had. Het huis vererfde naar Jan Jacob van Bruninghausen.

Van Bruninghausen Na het overlijden van Jan Jacob van Bruninghausen werd het huis door zijn kinderen in 1729 geveild, maar dit mislukte. Daarom ging het huis hierna in de verhuur.

miniatuur|Het voormalige koetshuisTijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) werd het huis gebruikt om soldaten in onder te brengen. De keuken raakte zwaar beschadigd en in de eetkamer en het benedensalet brak brand uit. Na afloop werd het huis weer hersteld.

In 1775 overleed Isabelle van Campen, de weduwe van Willem-Karel van Bruninghausen.

Verval en afbraak Johanna Florentina van Campen erfde het huis in 1776 van Isabelle van Campen. Zij verhuurde het een jaar later aan Jacob Paulus Grave van Aumale. In 1805 werd het huis ingericht als pensionaat voor zestien jongedames.

Baron Jean Gerard Diert van Kerkwerve kreeg De Nobelaer in 1813 in eigendom. Het vervallen geraakte huis werd nog vóór 1827 gesloopt.

Tuinder miniatuur|Het opgravingsterrein in 1938. In 1863 verkocht baron Jean Marie Ghislaine Osy het goed aan de landbouwer Cornelis Bartels.

In 1931 volgde een openbare verkoop, waarbij De Nobelaer aan de tuinder Marinus Cornelis Luikx toekwam. In 1938 werd tijdens het planten van bomen op de fundamenten van het kasteel gestuit. Met hulp van de oudheidkundige dienst is vervolgens een gebouw blootgelegd dat beschikte over muren van 70 tot 80 centimer dik.

De gemeente Etten-Leur onteigende De Nobelaer in 1964 vanwege nieuwbouwplannen. De fundamenten van het kasteel zijn toen weer opgegraven en de contouren zijn nadien zichtbaar gemaakt in het straatbeeld. Het koetshuis werd in 1968 gekocht door bierbrouwer De Drie Hoefijzers. Er werd een café in gevestigd.

Beschrijving Al vóór 1500 was er sprake van een hofstede, die in feite een grote boerderij was. De koopakte van 1630 noemde het 'een huys ombewaetert met eene optreckende brugge, met het Neerhoff', dus het complex bestond uit een omgracht huis en een neerhof. Nog vóór 1665 werd dit huis door Justus de Nobelaer verbouwd tot een deftig landhuis in Franse stijl, bestaande uit drie vleugels rondom een binnenplaats, omgeven door grachten. In het huis was een kapel aanwezig. In de tuin bevonden zich grote vijvers en om uitheemse bomen te kunnen kweken beschikte plantenliefhebber Justus over een oranjerie; deze is in 1926 omgewaaid en gesloopt. De rechte laan die uitkwam op de Markt was met een poort en muur afgesloten.

Eind 18e eeuw raakte het huis in verval en het werd nog vóór 1827 afgebroken.

Het hoofdgebouw was 28,5 bij 25,8 meter groot. Op de neerhof stonden de bijgebouwen, waaronder het 17e-eeuwse koetshuis. Dit koetshuis is na 1968 omgebouwd tot café maar bevatte voor die tijd drie woningen. Het koetshuis is aangewezen als rijksmonument.

Categorie:Kasteel in Noord-Brabant Categorie:Verdwenen kasteel in Nederland Categorie:Bouwwerk in Etten-Leur