Gabriel Ceferino de Torres y Velasco (Torremormojón, 26 augustus 1782 – Manilla, 22 april 1835) was een Spaans militair en koloniaal bestuurder. Hij diende tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de Spaans-Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlogen. Torres was van 1816 tot 1821 gouverneur van Cartagena de Indias en verdedigde in die periode de stad tijdens een langdurig beleg door de onafhankelijkheidstroepen. Enkele jaren later onderwierp hij zich vrijwillig aan een krijgsraad om zijn naam te zuiveren wegens de overgave van de stad, waarvan hij werd vrijgesproken. In 1835 werd Torres benoemd tot gouverneur-generaal van de Filipijnen. Hij bekleedde dit ambt slechts enkele weken tot zijn overlijden en was daarmee een van de kortst dienende gouverneur-generaals in de geschiedenis van de Filipijnen.
Levensloop
Jeugd en vroege militaire loopbaan thumb|bovenaanzicht van Torremormojón, het geboortedorp van Torres thumb|Kanonnen in fort San Felipe in Puerto Real, vanwaar Torres herhaaldelijk het vuur opende op Gibraltar en Engelse oorlogsschepen Torres werd geboren op 26 augustus 1782 in Torremormojón, toen nog gelegen in de Spaanse provincie Valladolid. Hij trad op 22 april 1794 als cadet toe tot het Spaanse leger en werd op 29 december 1799 bevorderd tot onderluitenant. Vervolgens werd hij toegewezen aan troepen in Castilië, Andalusië en Galicië, voordat hij in 1800 overging naar het veldleger van Extremadura, waar hij dat jaar en een deel van 1801 bleef. Daar nam hij in mei en juni 1801 deel aan verkenningsoperaties van de 1e divisie bij de vesting Yelves in de provincie Badajoz. Aansluitend werd hij gelegerd bij fort Santa Catalina in Puerto de Santa María, in de provincie Cádiz, waar hij het bevel voerde over een detachement van twee veldkanonnen, en later dat jaar bij fort San Felipe in Puerto Real, eveneens in de provincie Cádiz, van waaruit hij herhaaldelijk het vuur opende op Gibraltar en Engelse oorlogsschepen. In juli 1802 volgde zijn bevordering tot luitenant der artillerie. In 1805 opende hij vanuit fort Dormideras bij La Coruña, dat dat jaar onder zijn bevel stond, herhaaldelijk het vuur op Engelse oorlogsschepen, op het moment dat de gecombineerde Spaans-Franse vloot in de haven van Ferrol door een Engels eskader werd geblokkeerd., Torres de Velasco, Gabriel de, Diccionario Biográfico Español, geraadpleegd op 4 juli 2026
Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog thumb|De slag bij Talavera, getekend in 1815 door William Heath Tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog probeerde Torres op 7 november 1808, onder bevel van kolonel José Navarro Falcón, de Franse opmars te verhinderen bij de bergpas Puerto de la Fuenfría in de Sierra de Guadarrama. Enkele maanden later, na de Slag bij Mesas de Íbor (17-18 maart 1809) tussen de Spaanse troepen onder generaal Del Parque en de Franse troepen onder maarschalk Victor, maakte hij deel uit van de terugtocht van het veldleger van Extremadura van Puerto de Miravete, in de provincie Cáceres, naar El Campillo, in de provincie Huelva. Daarbij liet hij, nabij het dorp Deleitosa, een groot munitiedepot dat onder zijn hoede stond opblazen vlak voordat de vijand het kon veroveren, waarmee hij diens opmars vertraagde en tijd won voor de terugtocht. Enkele dagen later, op 28 maart, nam hij deel aan de terugtocht van Medellín naar Monasterio, eveneens in de provincie Badajoz, en op 9 april 1809 werd hij bevorderd tot kapitein der artillerie. Diezelfde zomer, op 26, 27 en 28 juli, vocht hij mee in de Slag bij Talavera.
Enkele maanden later, op 19 november 1809, vocht Torres mee in de Slag bij Ocaña, waar het Franse leger onder Soult de Spaanse troepen onder generaal Francisco de Eguía versloeg. Hij voerde daarbij het bevel over een batterij van vier stukken die de aanval van de 1e divisie van brigadegeneraal Lacy moest dekken. Toen die aanval in een chaotische aftocht ontaardde, probeerde hij deze met het vuur van zijn batterij te dekken, maar zijn stelling raakte geïsoleerd en werd na hevige tegenstand door de Fransen overmeesterd, waarbij de overlevende artilleristen krijgsgevangen werden gemaakt. Torres zelf ontkwam te paard, samen met twee ondergeschikte officieren, en maakte in januari 1810 deel uit van de terugtocht van het Spaanse veldleger dat bekendstond als het Ejército del Centro, naar het Koninkrijk Granada, nadat de Spaanse troepen in de Sierra Morena door de vijand waren overweldigd.
In de periode van maart 1810 tot februari 1811 nam Torres deel aan schermutselingen tussen de troepen op het eiland Isla de León, in de provincie Cádiz, en de Franse stellingen bij La Línea, terwijl hij in 1810 tevens secretaris werd van de Junta Superior Económica. Op 19 januari 1811 werd hij sergeant-majoor van een nieuw opgericht eskadron, dat aanvankelijk als 2e eskadron werd aangeduid en later werd hernoemd tot 6e eskadron, en in dezelfde periode was hij bovendien brigademajoor van de artillerie van het 4e leger, een functie die hij in 1811 en 1812 ook vervulde voor de vesting Alicante. Op 16 juli 1812 werd hij ten slotte bevorderd tot luitenant-kolonel en kreeg hij het bevel over datzelfde eskadron.
Expeditie van Pablo Morillo naar Zuid-Amerika Na de oorlog werd Torres ingedeeld bij de expeditiemacht van Pablo Morillo, die was belast met het herstel van het Spaanse gezag in Spaans-Amerika. Hij nam deel aan het beleg van Cartagena de Indias (1815) en werd bij koninklijke besluiten van 26 april en 1 mei 1816 benoemd tot gouverneur, commandant-generaal en subinspecteur van de troepen van het onderkoninkrijk Santa Fe, met standplaats Cartagena de Indias.Bonito, J. C. (2010), "Crimen y Perdón. El juicio en La Habana al gobernador Gabriel de Torres y Velasco por la entrega de la Plaza de Cartagena (1824-1827)", Estudos Ibero-Americanos, 36(2), p. 288-311, online via deze link
Gouverneur van Cartagena de Indias Als gouverneur van Cartagena de Indias, met liberale sympathieën, raakte Torres in conflict met onderkoning Juan de Sámano, een voorstander van het absolutisme, die na de Spaanse nederlaag in de Slag bij Boyacá (7 augustus 1819) met de Real Audiencia naar Cartagena was gevlucht en van daaruit het bestuur probeerde voort te zetten. Toen Sámano in 1820 weigerde de in Spanje herstelde Grondwet van Cádiz te zweren, zette Torres hem op grond van die grondwet af en nam hij zelf het politieke en militaire gezag over. Sámano vertrok vervolgens uit Cartagena, waarmee Torres de hoogste vertegenwoordiger werd van het Spaanse gezag in wat van het onderkoninkrijk Nieuw-Granada overbleef. (2010), Los últimos días del gobierno español en Colombia, Memorias. Revista Digital de Historia y Arqueología desde el Caribe, Universidad del Norte, geraadpleegd op 5 juli 2026, online via deze link
thumb|Een postuum 19e-eeuws portret van admiraal José Prudencio Padilla die de zeeblokkade tegen Cartagena leidde Op 9 juli 1820 begon, volgens Torres' eigen latere getuigenis tijdens het proces in Havana, het beleg van Cartagena, dat kort daarna, op 14 juli, formeel werd ingesloten door de Colombiaanse troepen onder kolonel Mariano Montilla, met steun van een vloot onder bevel van admiraal José Prudencio Padilla. Torres verdedigde de stad, samen met kolonel Francisco de Paula Warleta y Franco, meer dan een jaar lang, ondanks een nijpend voedseltekort en de val van de forten van Bocachica. Nadat op 29 juli 1821 een laatste bevoorradingspoging met het Amerikaanse schip Struggle door Padilla was onderschept terwijl de lading werd gelost, en de troepen van Montilla en Padilla de druk op de stad verder opvoerden, zag Torres zich uiteindelijk gedwongen tot overgave. Op 10 oktober 1821 gaf hij zich over aan Montilla, waarmee de laatste Spaanse vesting aan de Colombiaanse Caribische kust in handen van de patriotten viel. Torres vertrok daarop met zijn troepen naar Cuba en zou nooit meer naar Zuid-Amerika terugkeren.
Krijgsraad in Havana Om zijn naam te zuiveren na de overgave van Cartagena onderwierp Torres zich vrijwillig aan een krijgsraad van kapitein-generaals, die tussen 1824 en 1827 in Havana zitting hield. Torres legde op 2 november 1824 zelf een verklaring af voor het tribunaal. Wat begon als een militair onderzoek naar de omstandigheden van de capitulatie, ontwikkelde zich gaandeweg tot een proces met een uitgesproken politieke lading, al werd tijdens de gehele procedure opvallend genoeg nergens verwezen naar het Trienio Liberal of naar de afkondiging van de liberale grondwet in Cartagena in 1820. Torres werd na afloop van het proces vrijgesproken.
Terugkeer naar Spanje en aanstelling in de Filipijnen Na zijn terugkeer in Spanje was Torres directeur van de Artillerieacademie in Segovia. In 1831 werd hij bevorderd tot mariscal de campo, een generaalsrang in het Spaanse leger. Torres werd omstreeks 1832-1833 in de Filipijnen geplaatst als mariscal de campo en subinspector de las tropas veteranas. Hij arriveerde vermoedelijk in 1832 of begin 1833 in Manilla na een zeereis via de Kaaproute vanuit Spanje. Later werd hij ook benoemd tot segundo cabo, de tweede in de koloniale militaire en bestuurlijke hiërarchie, al is de exacte datum van deze benoeming niet bekend.Gabriel de Torres wordt genoemd in 1833 als mariscal de campo en subinspector de las tropas veteranas in Estado Militar de España en 1833, p.389. Hij was toen echter nog geen segundo de cabo, zie p.385, online via deze link, V51 p.59-60
Gouverneur-generaal van de Filipijnen Nadat gouverneur-generaal Pascual Enrile zijn ontslag indiende nam Torres vanwege zijn positie als segundo de cabo het bestuur over de Filipijnen toen Enrile op 1 maart 1835 vertrok voor zijn reis terug naar Spanje. Als militair kwam Torres vrijwel direct met voorstellen om de militaire situatie in de kolonie te verbeteren. Kort na zijn aanstelling overleed Torres echter op 22 april 1835 op 52-jarige leeftijd. Hierdoor had hij nauwelijks gelegenheid gehad een eigen bestuursbeleid te ontwikkelen. Hij werd ad-interim opgevolgd door Joaquín de Crame. V17 p.302 (1935), Comunicada muerte del gob. gral. Gabriel de Torres, PARES, geraadpleegd op 30 juni 2026
Persoonlijk leven Torres was gehuwd met Concepción Jurado. Uit het huwelijk werden twee kinderen geboren.
Noten
Bronnen (1903-1908), The Philippine Islands, 1493-1803, The Arthur H. Clark Company, Cleveland, Vol 1-55, link (1950), Encyclopedia of the Philippines, 3 ed. Vol III, E. Floro, Manilla , Gabriel de Torres de Velasco, Real Academia de la Historia, geraadpleegd op 29 juni 2026
Categorie:Spaans gouverneur-generaal van de Filipijnen Categorie:Spaans generaal