Carl Hermann Ferdinand Stemmler (Hamburg, 6 januari 1909 – Tschagguns, 10 augustus 1971) was een Duitse ondernemer die tijdens de Koude Oorlog bekendstond om zijn intensieve handelscontacten met Oostbloklanden.
Levensloop Carl Hermann Ferdinand Stemmler werd geboren in Hamburg op 6 januari 1909. In Hamburg werkte hij voor een Duits-Russische transportonderneming. Na de machtsovername van Adolf Hitler in januari 1933 vluchtte Stemmler naar Nederland. Als lid van de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) voelde hij zich niet meer veilig in zijn geboorteland. In Rotterdam en Amsterdam werkte hij bij de Russische handelsorganisatie Export-Chleb.
Stemmler werd in juli 1940, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, opgepakt door de Gestapo. Hierna werd hij overgebracht naar een gevangenis in Hamburg waar hij drie maanden gevangen zat. Waarschijnlijk omdat de Duitse autoriteiten niet konden bewijzen dat Stemmler lid was van de communistische partij, werd hij vrijgelaten. In 1943 werd Stemmler benoemd tot bij de Wehrmacht, maar onderweg naar het oostfront deserteerde hij. Hierna keerde hij terug naar Nederland en dook onder in Amsterdam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot hij zich aan bij Verzetsgroep Van Dien.
Na de Tweede Wereldoorlog vestigde hij zich met financiële hulp van Nederlandse vrienden als zakenman. Stemmler voerde met name handel met landen in Oost-Europa, naar eigen zeggen omdat hij daar de minste concurrentie had. Mogelijk was zijn voormalige werkgever van handelsorganisatie Export-Chleb hierin een belangrijk contactpersoon, en bouwde hij via hem ook andere contacten op.
Stemmler werd eigenaar van een groot aantal bedrijven die onder N.V. Marington Holding Company werden geschaard. De belangrijkste onderneming binnen deze holding was het bedrijf Stemmler Imex dat vier vestigingen had, waarvan twee in Nederland (Hilversum en IJsselstein), een vestiging in Oost-Berlijn en een in Moskou. Daarnaast handelde hij met zijn ondernemingen tevens in België, Bulgarije, Frankrijk, Engeland, Venezuela en West-Duitsland. Vanwege zijn nauwe banden met het Oostblok, werd het imperium van Stemmler in de gaten gehouden door de CIA. In 1955 werden zijn bedrijven op een blacklist gezet, omdat het vermoeden bestond dat Stemmler strategisch materiaal zou leveren aan Rusland en diens bondgenoten. Desondanks bleven zijn bedrijven groeien en gingen zij een centrale rol spelen in de economische betrekkingen tussen Nederland en Moskou. Voor Nederlandse ondernemingen uit de zware industrie, bouwnijverheid en landbouw organiseerde Stemmler een terugkerende handelstentoonstelling in Moskou op waar zij hun producten konden presenteren aan de Russische staat.
In 1965 kwam Stemmler in opspraak nadat hij tijdens een proces in Karlsruhe werd beticht van spionage: hij zou leider zijn van een groep spionnen. De West-Duitse ambtenaar Erich Helbig uit Bonn zou Stemmler op zijn verzoek economische gegevens hebben doorgegeven, die Stemmler vervolgens aan relaties in communistische landen zou hebben doorgespeeld. Daarnaast zou hij Stemmler volledige verslagen van kabinetszittingen in Bonn en inlichtingen over diverse personen hebben doorgegeven. Stemmler zelf stelde dat hij inderdaad economische gegevens van Helbig had ontvangen, maar deze alleen voor eigen documentatie had gebruikt. Voor de documenten die Helbig doorgaf, wilde hij geen vergoeding hebben, maar Stemmler betaalde wel zijn onkosten en gaf hem enkele tegenprestaties, waaronder een vakantie. Stemmler ontkende dat hij Helbig specifiek gevraagd had spionage te plegen en stelde dat de beschuldigen afkomstig waren van de verbolgen ex-vrouw van Helbig.
Op 10 augustus 1971 verdronk Stemmler nabij zijn vakantiehuis in Tschagguns, Oostenrijk. Hij werd 62 jaar oud.
Categorie:Duits ondernemer