De Geschiedenis van Zeeuwse zoutwinning beschrijft de ontwikkeling van zeezoutwinning in de Nederlandse provincie Zeeland.

Zoutwinning in Zeeland kwam al in de Romeinse tijd voor en het groeide in de middeleeuwen uit tot een belangrijk economische activiteit; de provincie had toen de grootste zoutwinning van Nederland.

Het zout werd toen middels moernering uit turf gehaald. Omdat deze praktijk een gevaar vormde voor de kustverdediging, besloot keizer Karel V in 1515 het afgraven van veen of de moernering in het laaggelegen Zeeland te verbieden.

Hierdoor kwam er een eind aan deze vorm van zoutwinning en de baaizoutverwerking kwam op, ofwel de raffinage van geïmporteerd ruw zout uit Frankrijk, Spanje en Portugal. Met name de steden Arnemuiden, Goes, Reimerswaal en Zierikzee werden belangrijke zoutcentra. Deze manier van zoutwinning werd in de negentiende eeuw echter gestopt, hetgeen het voorlopige einde van de Zeeuwse zouthandel betekende.Verhalen van streekproducenten: Zeeuwsche Zoute , Schouwen-Duiveland

De laatste zoutziederij op Nederlandse bodem was het bedrijf van Jacob van Wageningen in Zwijndrecht. Deze stopte halverwege de 20e eeuw. Sindsdien wordt in Nederland voornamelijk JoZo gebruikt, een tafelzout gewonnen uit Nederlandse ondergrondse zoutlagen. Zeezout werd toen voornamelijk verkregen uit Spanje, Portugal en Frankrijk (Keltisch zout of fleur de sel). Deze hebben sinds 2019 in Nederland concurrentie van Zeeuwsche Zoute, die de Zeeuwse zoutwinningspraktijk weer leven inblies door zeezout door vacuümverdamping uit de Oosterschelde te winnen.

Categorie:Cultuur in Zeeland Categorie:Geschiedenis van Zeeland