William Henry Carroll (Nashville, 1810 – Montréal, 3 mei 1868) was een Amerikaans plantagehouder, postmeester en militair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog nam hij dienst in het Confederate States Army en werd al snel tot brigadegeneraal bevorderd. Na een conflict met generaal Braxton Bragg en een krijgsraad diende hij in 1863 zijn ontslag in. Hij vestigde zich daarna Canada.
Vroege jaren William H. Carroll werd geboren in 1810 in Nashville, Tennessee.Warner. p. 44.Sifakis. p. 108. Hij was de zoon van gouverneur William Carroll en Cecilia M. Bradford. Zijn vader was tweevoudig gouverneur van Tennessee en had gediend als generaal tijdens de Oorlog van 1812. William Carroll werd een welgesteld plantagehouder en postmeester. In zijn vrije tijd voerde hij het bevel over het 154th Tennessee Militia Regiment.
Amerikaanse Burgeroorlog Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog nam Carroll dienst in het Confederate States Army. Op 9 mei 1861 werd hij aangesteld als inspecteur generaal in Tennessee. In oktober werd hij verkozen tot kolonel van de 1st Tennessee Rifles en op het einde van dezelfde maand werd hij bevorderd tot brigadegeneraal.
Op 11 december 1861 werd Carroll aangesteld als bevelhebber van Knoxville waar hij onmiddellijk de krijgswet uitriep om de pro-Noordelijke elementen onder controle te krijgen. Hij liet alle tegenstanders arresteren voor hij de controle opnieuw overdroeg aan de gewone autoriteiten. Begin 1862 kreeg Carroll het bevel over de 2nd Brigade in het District of East Tennessee die onder bevel stond van generaal-majoor George B. Crittenden. Met zijn brigade nam Carroll op 19 januari 1862 deel aan de Slag bij Mill Springs.
In een poging om voor hem ongewenste officieren aan de kant te schuiven bracht generaal Braxton Bragg, bevelhebber van het departement, Carroll op 31 maart 1862 voor de krijgsraad. Hij werd beschuldigd van dronkenschap, incompetentie en het verwaarlozen van zijn plichten. De dag erna werd ook Crittenden beschuldigd.
Net zoals zijn Crittenden verscheen ook Carroll voor het tribunaal. Na dit verhoor diende hij op 1 februari 1863 zijn ontslag in. Hij vestigde zich in Montréal, Canada waar zijn gezin ook naar toe gevlucht was.Bishop. p. 51-54.
Montréal Montréal was tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog een verzamelplaats van sympathisanten voor zowel het Noorden als het Zuiden. Overal kon je spionnen, Zuidelijken in ballingschap, wapenhandelaars, speurders en saboteurs vinden. Carroll verbleef in het luxueuze St. Lawrence Hall in St. James Street (heden ten dage Saint Jacques Street) waar de rijkere Zuidelijken een kamer hadden. Daar verbleven ook Jacob Thompson, Clement Claiborne Clay, James Westcott, Moses Montrose Pallen, Luke P. Blackburn, Nathaniel Beverly Tucker en zelfs John Wilkes Booth. Na een tijdje probeerde Carroll terug naar het Zuiden te varen via zee. Hij werd gevangen genomen voor de kust van North Carolina en opgesloten in Fort Monroe. Daarna werd hij opnieuw naar Canada gestuurd.
William H. Carroll keerde nooit meer terug naar de Verenigde Staten. Hij overleed op 3 mei 1868 in Montréal. Zijn stoffelijk overschot werd gerepatrieerd en begraven op het Elmwood Cemetery in Nashville, Tennessee.
Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten