Wytze de Jong (Woudsend, 21 juni 1852 – Sneek, 19 mei 1911) was een Nederlands opzichter en architect. In de literatuur en historische bronnen wordt hij veelal aangeduid als Wytze Durks de Jong, waarbij 'Durks' fungeert als patroniem naar zijn vader Durk Jans de Jong. Zijn officiële naam was echter simpelweg Wytze de Jong. Hij was hoofdzakelijk actief in Friesland en specialiseerde zich in de bouw voor de zuivelindustrie.
Biografie De Jong groeide op in het Friese Woudsend als jongste van drie kinderen in het gezin van timmerman Durk Jans de Jong en winkelierster Oeke Wigles de Vries. Hij trad in de voetsporen van zijn vader en begon zijn loopbaan als timmermansknecht in zijn geboorteplaats.
In de periode 1885–1886 verbleef De Jong in Harich. Hier was hij vermoedelijk als opzichter betrokken bij de bouw van de boerderij Welgelegen, een ontwerp van de Lemster architect Hendrik Luiking. Deze periode gold als een belangrijke leerschool; na zijn terugkeer in Woudsend was hij opzichter van beroep en begon hij zich toe te leggen op het ontwerpen van agrarische en industriële gebouwen voor de opkomende zuivelsector. Naast Woudsend was hij als opzichter en architect achtereenvolgens werkzaam in Sloten, Lemmer en vanaf 1900 tot aan zijn overlijden in Sneek, waar hij aan de Prinsengracht 3 woonde.
De Jong trad tweemaal in het huwelijk. In 1878 trouwde hij met Jolt Schoutema (1849–1909), met wie hij vijf kinderen kreeg. Na haar overlijden hertrouwde hij in 1910 met Aafke Veen (1859–1919). Wytze de Jong overleed in mei 1911 op 58-jarige leeftijd in Sneek.
Oeuvre Het oeuvre van De Jong is sterk verbonden met de opkomende industrialisatie in de zuivelsector rond de eeuwwisseling. Hij ontwierp tal van zuivelfabrieken en bijbehorende directeurswoningen in Friesland en omliggende provincies, zoals in Sloten, Oosterzee, Terwolde, Nijkerk, Munnekeburen, Balk, Koudum, Delfstrahuizen, Heeg, Uitwellingerga en Blokzijl. Daarnaast ontwierp hij andere industriële complexen, waaronder een zeepfabriek in Woudsend, een tabaksfabriek en vellebloterij in Sneek en een stoomhoutzagerij met herenhuis in Harlingen. Veel van deze industriële panden zijn in de loop der jaren gesloopt of ingrijpend gewijzigd.
Monumenten Een selectie van zijn bewaard gebleven bouwwerken die zijn aangewezen als monument: 1891: Stelpboerderij aan de Iwert 15 te Wijckel (gemeentelijk monument) 1892: Hervormde kerk van Blankenham (rijksmonument) 1904: De Keizerskroon aan de Kruizebroederstraat 26 te Sneek (gemeentelijk monument; de gevel is bewaard gebleven en geïntegreerd in het stadhuis) 1904: Villa Romsicht aan de Skatting 18 te Heeg (rijksmonument, gebouwd in eclectische stijl met art-nouveau-elementen) 1908: Winkel-woonpand aan de Wijde Noorderhorne 6 te Sneek (gemeentelijk monument)
Afbeeldingen
Zie ook Lijst van Nederlandse architecten
Categorie:Nederlands architect Categorie:Architectuur in Friesland