Anthonia van Roesmael (ook wel van Roesmale of van Rosmeer; ca. 1485 - 15 juni 1543) was een Leuvense vrouw die in 1543 levend werd begraven op de Grote Markt van Leuven, veroordeeld wegens ketterij. Anthonia leidde een netwerk bestaande uit geheime aanhangers van de Reformatie en gold in de ogen van de inquisitie als een gevaarlijke vrouwelijke voorganger, een rol die in de 16e eeuw uitsluitend was voorbehouden aan mannelijke geestelijken. miniatuur|259x259px|“Antonia van Roesmale in gesprek met de Bijbel” van de Belgische kunstenaar André Hennebicq, 1882. Haar lot maakte haar tot een van de bekendste slachtoffers van de vroege Contrareformatie in de Zuidelijke Nederlanden, alsook tot een symbool van gewetensvrijheid dat pas eeuwen later, via een schilderij in het Leuvens stadhuis, zijn plaats in de collectieve herinnering terugkreeg.
Leven Anthonia was een vrouw uit de hogere Leuvense burgerij. Op 58-jarige leeftijd was zij de weduwe van de leerlooier Jan Haveloes. Enkele jaren eerder had de pest haar gezin grotendeels weggevaagd; enkel haar dochter Gudula Haveloes bleef in leven en woonde bij haar moeder. Haar sociale aanzien ontleende Anthonia aan haar vader, Jan van Rosmeer, een vermogend koopman en invloedrijk lid van het Leuvense stadsbestuur. Dat uitgerekend een vrouw van haar stand het doelwit werd van de vervolging, onderstreept hoe ernstig de autoriteiten haar activiteiten inschatten. Ook haar nichten, Elisabeth en Catherine de Clerc werden gearresteerd, echter kwamen zij weg met zware boetes en verbanning. Anthonia zelf werd gezien als de intellectuele spil van de groep. Ketterse familieleden in Leuven 1543
De geheime bijbelgroep Anthonia leidde een netwerk van gelijkgestemden dat de exclusieve controle van de Kerk op de schriftuitleg verwierp. Het bewijsmateriaal tegen de groep was tastbaar: bij huiszoekingen vonden de autoriteiten vertaalde bijbels en geschriften van Luther. Binnen dit netwerk vormden twee geestelijken, werkzaam aan de Sint-Pieterskerk, een tweede spil. Een van hen wist te ontsnappen; de ander werd door de universitaire rechtbank veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf op water en brood. In een tijd waarin uitsluitend mannelijke geestelijken de Schrift mochten interpreteren, trad Anthonia op als vrouwelijke voorganger: zij las voor, becommentarieerde de tekst en verklaarde de verboden geschriften aan haar aanhangers. Precies dat maakte haar in de ogen van de inquisiteurs tot een bijzonder gevaarlijke ideologe.
Arrestatie en proces In maart 1543 sloeg de wereldlijke macht toe tegen het Leuvense reformatorische netwerk. In één nacht werden meer dan twintig Leuvenaars van hun bed gelicht; uiteindelijk liep het aantal arrestanten op tot 43. Wie tijdig kon vluchten, ontsnapte weliswaar aan de kerker, maar verloor daarmee automatisch al zijn bezittingen, met de totale sociale ondergang van de betrokken families tot gevolg. De verhoren werden gezamenlijk geleid door de universitaire theologen en de Raad van Brabant. De meeste verdachten kregen zware geldboetes opgelegd, die verschillende families volledig ruïneerden. Dankzij de negentiende-eeuwse publicatie van de verhoorverslagen beschikken historici vandaag over een uniek inkijkje in de persoonlijke motivaties en de standvastigheid van de beklaagden. Als afschrikwekkend voorbeeld werden uiteindelijk vijf mensen ter dood veroordeeld: drie mannen en twee vrouwen.
Het vonnis en de executie Op 15 juni 1543 bereikte de repressie haar kookpunt op de Grote Markt van Leuven. Onder de terechtgestelden bevond zich de beeldsnijder Jan Beyaerts, die werd onthoofd; ook Jan Schats en de kramer Jan Vikart werden eerst door de beul gewurgd voordat ze op de brandstapel werden gelegd, wat destijds een vergankelijk gegeven was. Voor de twee veroordeelde vrouwen was de straf het zwaarst, aangezien zij levend begraven zouden worden op de symbolische plek tussen het stadhuis en het Tafelrond. Het betrof Anthonia van Roesmael en Kathelijne Metsys, de vrouw van Jan Beyaerts en nicht van de wereldberoemde schilder Quinten Metsys. Hiermee zou men kunnen stellen dat de Reformatie haar
De voornaamste bewijslast tegen de vrouwen bestond uit de boeken die bij hen thuis werden aangetroffen: vertaalde bijbels en geschriften van Luther. Na de executie werden de lichamen naar het kerkhof afgevoerd. Anthonia's dochter Gudula was getuige van de dood van haar moeder en werd, volgens tijdgenoten, door het afgrijzen waanzinnig.
Lastercampagne en eerherstel De buitensporige wreedheid van het vonnis werd achteraf gerechtvaardigd met een vals gerucht: de overheid verspreidde het verhaal dat Anthonia van Roesmael in werkelijkheid een wederdoopster was geweest, die in haar huis meer dan 6.000 mensen zou hebben gedoopt. Historici beschouwen dit vandaag als een bewuste postume lastercampagne, bedoeld om de disproportionele straf moreel en juridisch te rechtvaardigen. Pas eeuwen later kreeg Anthonia een plaats in het collectieve geheugen terug, dankzij het schilderij "Antonia van Roesmale die de Bijbel verklaart" van de Belgische kunstenaar André Hennebicq, geschilderd in 1882 en tegenwoordig te bewonderen in de ontvangstzaal van het Leuvense stadhuis. Hennebicq beeldde haar niet af als toeschouwer, maar als vrouwelijke voorganger — een autoriteit in een tijd waarin het gesproken woord van een vrouw de brandstapel kon betekenen.
De "herontdekking" van Anthonia in 1882 was tevens een politiek statement in de negentiende-eeuwse cultuurstrijd tussen liberalen en katholieken: voor de liberalen werd zij de ultieme martelares voor de gewetensvrijheid en de vrije meningsuiting. Het schilderij werd in 2003 gerestaureerd, waarmee Anthonia opnieuw haar plaats in de stad opeiste. Een tijdgenote tekening van de gebeurtenissen toont Anthonia van Roesmael vooraan, op zoek naar een glimp van haar dochter, terwijl een landsknecht haar in het oog houdt. Op de achtergrond wordt Kathelijne Metsys levend begraven, terwijl de put voor Anthonia zelf al gedolven is. Rechts daarvan wordt Jan Beyaerts op een schavot onthoofd; links van het stadhuis is de restant van de brandstapel zichtbaar.
Nalatenschap Wie vandaag de Grote Markt van Leuven oversteekt, loopt over de kasseien waar Anthonia van Roesmael haar laatste adem uitblies. Haar verhaal ligt letterlijk onder de grond, gevangen tussen de pracht van het stadhuis en het Tafelrond. Haar portret in het stadhuis herinnert aan de menselijke maat achter de grote geschiedenis, en aan de prijs die destijds werd betaald voor het recht op een eigen stem.
Categorie:Zuid-Nederlands persoon (voor 1830)