thumb|De ondertekening van het vredesverdrag in Münster (Gerard Terborch, 1648) Het Westfaalse systeem, ook wel bekend als de Westfaalse soevereiniteit, is een beginsel uit het internationaal recht dat inhoudt dat elke staat exclusieve soevereiniteit heeft over zijn grondgebied. Dit beginsel ontwikkelde zich in Europa na de Vrede van Westfalen in 1648, op basis van de staatstheorie van Jean Bodin en de natuurrechtleer van Hugo Grotius.

Dit principe vormt de basis van het moderne internationale stelsel van soevereine staten en is vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties uit 1945, waarin staat dat „niets […] de Verenigde Naties het recht geeft in te grijpen in aangelegenheden die in wezen onder de binnenlandse bevoegdheid van een staat vallen.”

Volgens dit beginsel heeft elke staat, hoe groot of klein ook, een gelijk recht op soevereiniteit. Politicologen beschouwen als oorsprong van dit concept de verdragen van de Vrede van Westfalen, die een einde maakten aan de Dertigjarige Oorlog (1618–1648) en de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648).

Categorie:Politicologie