thumb|Middendeel (juli 2026) Bloemstraat 191 te Amsterdam is een gebouw aan de Bloemstraat in Amsterdam-Centrum.

Achtergrond De Bloemstraat werd aangelegd tijdens het volbouwen van de Jordaan in de 17e eeuw. Dat betekende dat de straat perceel voor perceel werd bebouwd in een tijd dat er nog geen adressen bestonden. Bijna alle gebouwen kregen daardoor een ander uiterlijk. De geschiedenis van de Bloemstraat gaat gelijk op met die van de parallel liggende Bloemgracht. Anders dan die gracht werd de straat alleen belangrijk voor lokaal verkeer; ze stuit aan beide uiteinden op grachten zonder brug.

Bloemstraat 191 De nieuwbouw uit de 17e eeuw werd in de loop der eeuwen verbouwd, gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Sommige gebouwen waren midden 19e eeuw al opgebruikt. De Jordaan had last van overbevolking met een groot deel van grote armoedige gezinnen. In de 19e eeuw ontstonden er initiatieven om de volkshuisvesting en scholing van de armsten aan te pakken. Er kwamen projecten met betere woninkjes en ook aan het eind van de Bloemstraat nabij de Lijnbaansgracht werd er aan verbetering gewerkt. Er kwam een school Eben-Haëzer (tot hiertoe heeft ons de heer geholpen), maar de doelgroep klonk minder luxe: De nieuwe school voor havelooze kinderen te Amsterdam. Het bestuur van de Inrigting voor havelooze kinderen schreef in augustus 1852 de aanbesteding uit voor het amoveren (slopen) van Fabriek de Zwaan, waarbij contact kon worden opgenomen met architect Hendrik Hana. Op 13 november 1852 werd de eerste steen gelegd.

Het gebouw verrees op de hoek van genoemde straat en gracht, waarbij het centrale deel de afgeschuinde hoek vormt. Aan weerszijden van deze toegang kwamen twee symmetrische geplaatste vleugels van twee bouwlagen. Het middendeel heeft een klassiek opgebouwde opgetrokken tuitgevel. Het geheel werd afgedekt met een combinatie van daktypen. In 1887 en 1914 (dan een schoon met christelijk gewoon onderwijs, GLO) werd het gebouw verbouwd om te blijven voldoen aan de (onderwijs)eisen en noodzakelijkheden. Alle drie de delen hebben drie vensterassen met op de begane grond rechtshoekige vensters, op de verdiepingen ramen in rondboogconstructies. Het gebouw wordt aan weerszijden afgesloten door risaleredende muurdammen met spaarvlakken, die ook terug te vinden zijn op de scheidslijn van middenstuk en vleugels. Er is een doorlopende lijst over de drie delen ter onderscheid van begane grond (pastelroze) en eerste verdieping (wit); een daklijst sluit de gevels van de vleugels af. Het rijksmonumentenregister omschrijft de bouwstijl als eclectisch en wijst nog op de natuurstenen plint. Amsterdam Monumentenstad meldt als bouwstijl ”neostijlen”

Het gebouw werd op 11 december 2011 opgenomen in dat rijksmonumentenregister. Het kwam voort uit een onderzoek naar en waardering van gebouwen uit de periode 1850-1940. Het is derhalve een relatief jong rijksmonument. Gronden vond men in zowel architectonische waarde als cultuurhistorische waarden. Bovendien werd ook de sociaalhistorische achtergrond meegenomen en ook de plaats van de school in de stad.

De onderwijsfunctie kon het gebouw niet houden; in 1966 was Passementenfabriek Tukker & Broedersz. NV hier gevestigd.

Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Rijksmonument in Amsterdam-Centrum