thumb|Regenboogs-Liefdehofje (augustus 2026) Tuinstraat 100-102 bestaat uit een complex aan de Tuinstraat, Jordaan, Amsterdam-Centrum. Het bestaat uit twee gebouwen met een open ruimte daartussen. De scheiding van “de straat” bestaat uit een muur.

Geschiedenis De Tuinstraat ligt in de Jordaan, een wijk tussen de Prinsengracht en Lijnbaansgracht. De naamgever van de straat, de stadstimmertuinen waren hier al vroeg in de 17e eeuw gevestigd. Dat betekent dat gedurende de eeuwen heen er gesloopt en herbouwd werd; de straat geeft dan ook een wisselend beeld in de toegepast architectuur. Toch zijn er zat gebouwen die minimaal twee grote saneringen (jaren dertig en zestig 20e eeuw) hebben overleefd. Een daarvan is een blokje Tuinstraat 100-102.

Gebouw Vanaf 1804 was er aan de Tuinstraat het hofje Reegenboogs Liefdehofje gevestigd. Dat had vanwege groei rond 1884 nieuwbouw nodig. Onder ontwerp van timmermeesters Laurentius Wilhelmus Mulder en Gerardus Joannes Sarlemijn (Firma L.W. Mulder en Sarlemijn uit 1887) werd gebouwd aan een nieuw hofje dat bestond uit twee gebouwen met een terrein ertussen. Beide gebouwen bestonden uit twee lagen, die de terreinen instaken. De kopse kanten aan de straat werden voorzien van één vensteras met ramen onder een met metselwerk opgevulde rondboog- en rondveldconstructie. De gevels werden afgesloten met sierlijke trapgeveltjes, zoals die hier in de buurt wel vaker voorkomen, maar hier vanwege hun breedte ondersteund worden door consoles. Op de “traptreden” liggen bakstenen als ezelsruggen. Voorts zijn sierlijke muurankers geplaatst.

De toegangsdeur tot het hofje (de gebouwen hebben geen ingang aan de straat), dat hier bestaat uit een binnentuintje, bevindt zich onder een geornamenteerde gevelsteen in het boogveld. In de steen is de naam van het hofje leesbaar.

De luxe uitvoering van de gevels aan de straat vond geen vervolg in die van de gebouwen zelf. Die worden afgesloten met een lijst waarboven nog een schilddak met dakkapellen is geplaatst. Ook de vensters aan het hofje zijn soberder van opzet, dan de twee ramen aan de straatkant.

Het complex is gemeentelijk monument (215024) vanwege de architectonische waarde met nadruk op de esthetische uitvoering van met name de gevelwand. Met de trapgevels en versierde muur steekt het gebouw af tegen haar omgeving, waar in de gevelwanden gebouwen staan die afgesloten worden middels daklijsten. Het hofje op zich droeg ook cultuurhistorisch bij, net als de bemoeienissen van filantropische instellingen die zich zorgden voor specifieke groepen uit de arme burgerbevolking (rooms-katholieke bejaarden zonder kinderen). Tot slot is het complex een uniek exemplaar binnen het oeuvre van de architecten Mulder en Sarlemijn.

Volgens Amsterdam Monumentenstad stonden hier eerst inpandige huizen Tuinstraat 92-98 (Amsterdam kent deze huisnummer in 2026 niet meer), die bereikt konden worden via de Bierdragersgang. Bankier Joannes Baptista van Aerde was de man achter het oorspronkelijke hofje; er zou ook een kapelletje geweest zijn op Tuinstraat 110.Amsterdam Monumentenstad (geraadpleegd 15 juli 2026) In de loop der jaren verdween hier steeds meer van de oorspronkelijke opzet en zijn de twee gebouwen met muur de enige restanten van een uitgebreider hofje, uitgevoerd in de neorenaissancestijl uit eind 19e eeuw. De woningen zouden in de 21e eeuw dienen tot huisvesting van muziekstudenten

Omgeving Dat de ontwikkelingen aan de Tuinstraat bleven doorgaan blijkt uit de bouw van meer blokjes woningen voor arme bewoners van de Jordaan, terug te vinden op Tuinstraat 99-101, Tuinstraat 137-141 en Tuinstraat 166-172. Vlak naast het hofje werd (met scheiding van oudbouw) in 1986 een complex gebouwd onder architectuur van Margreet Duinker en Machiel van der Torre, gespecialiseerd in stadsvernieuwingsprojecten.

Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam