thumb|Ingang hofje (augustus 2026) Lauriergracht 97 is een woonhuis annex poortgebouw aan de Lauriergracht in Amsterdam-Centrum.

Achtergrond Die Lauriergracht werd aangelegd tijdens het volbouwen van de Jordaan in de 17e eeuw. Dat betekende dat perceel voor perceel werd bebouwd in een tijd dat er nog geen adressen bestonden. Bijna alle gebouwen kregen daardoor een ander uiterlijk. Anders dan bijvoorbeeld de noordelijker gelegen Rozengracht en zuidelijk gelegen Elandsgracht werd de Lauriergracht niet gedempt. De kades van de gracht bleven dus bestemd voor plaatselijk verkeer, daar waar die andere twee gedempte grachten belangrijke verkeersaders werden naar Amsterdam-West.

Gebouw Na een reeks gebouwen die rijksmonument zijn (73-95) met bouwstijlen uit de 17e, 18e en 19e eeuw, valt dit gebouw direct op. De rijksmonumenten zijn grotendeels symmetrisch gebouwd; Lauriergracht 97 is asymmetrisch. Het stamt uit 1903. In 1902 vroeg P.A. Timmers namens het Hofje Venetiae, dat gevestigd is aan de Elandsstraat, hier een dan leeg perceel te mogen bebouwen dat zou bestaan uit een aantal woningen en een doorgang naar het binnenterrein van genoemd hofje. In die doorgang zijn tevens de toegangsdeuren tot de woningen gesitueerd, het oude idee van een gang. Het gebouw werd neergezet op een rechthoekig kavel dat haaks op de gracht staat. Timmers ontwierp een gebouw van vier bouwlagen met zolder onder een plat dak dat een steil voorschild heeft. Het geheel valt in twee delen uiteen. Het brede linkerdeel, dat in een lichtere kleur baksteen (oranjerood) is opgetrokken, begint met een breed venster, waar eerder een toegang achter dubbele deuren in gebruik was. Een brede balk scheidt de raampartij van een waterlijst, die het linker en rechter deel van het gebouw verbindt. Daarboven bevinden zich drie etages, twee vensterassen breed. Het brede deel wordt afgesloten door een door consoles gedragen daklijst. Het rechterdeel in donkerder kleur baksteen (roodbruin) is risalerend uitgevoerd. Die donkere kleur wordt nog benadrukt door de witte poort met zandsteenelementen; daarboven was/is in de latei de naam Venetiae uitgespaard. Daarboven bevindt zich de eerder genoemde waterlijst. Daarboven bevindt zich een drie verdiepingen hoog geveldeel van “slechts” een vensteras breed. Boven het venster van de eerste verdieping is een zandstenen fronton zichtbaar. Opvallend aan dit toch al smallere deel is dat het naar boven toe steeds verder versmalt. De grootste versmalling vindt plaats op de derde etage (vierde bouwlaag), waarbij aan beide zijden een dubbele versmalling is. Bij alle versmallingen van het risaliet wordt de ontstane ruimte opgevuld door de lichtere baksteensoort. Deze manier van bouwen geeft de indruk dat het risaliet voor de gevel is gezet, nog eens versterkt doordat dit geveldeel door de daklijst heen steekt (Vlaamse gevel). Wat beide geveldelen gemeen hebben, is de toepassing van zandsteen (tussen het baksteen) in de vorm van banden, sluitstenen, aanzetstenen en hoekstenen (versmalling risaliet). Voorts zijn er variaties in de baksteenkleuren. Zo zijn de ontlastingsbogen in het lichte deel uitgevoerd in het donkere baksteen, terwijl in het risaliet het omgekeerde plaatsvindt. Een hoog geplaatst hijselement in het donkere deel heeft ook een omcirkeling in lichte kleur. De topgevel is van baksteen met een natuurstenen omlijsting.

Het gebouw is een gemeentelijk monument vanwege de esthetische kwaliteiten binnen het eclecticisme van rond de eeuwwisseling.

Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam