De Rode Driehoek of Rode Hoek is een streek in het oosten van de provincie Groningen en behorend tot het Oldambt, waar in de 20e eeuw de Communistische Partij van Nederland en eerder het anarchisme of vrije socialisme veel aanhang hadden. Het betreft de voormalige gemeenten Beerta, Finsterwolde en (in mindere mate) Nieuweschans, die in 1990 opgingen in de gemeente Reiderland en in 2010 in de gemeente Oldambt. De CPN had ook veel aanhang in de naburige gemeenten Bellingwolde, Wedde, Termunten, Winschoten en Oude-Pekela, met name bij de arbeiders in de strokartonindustrie. De overige dorpen van het Oldambt golden daarentegen als een bolwerk van de sociaaldemocratie; het buurdorp Oostwold was juist confessioneel gekleurd.

De dorpen van de Rode Driehoek kenmerkten zich – meer dan de rest van het Oldambt – door de vroege opkomst van onkerkelijkheid en door afkeer van kerkelijke instellingen.Jonn van Zuthem, Harde grond: Kerkelijke verhoudingen in Groningen, 1813-1945, Assen 2012. Zie ook de recensie: Otto S. Knottnerus, 'Secularisering in het Groningerland', in: Religie & Samenleving 8 (2013), p. 344-348.

De benaming Rode Driehoek is geïntroduceerd door Frank Westerman in het boek De graanrepubliek (1999); de term Rode Hoek is kort na de Tweede Wereldoorlog ontstaan.

Van socialisme naar anarchisme

De oorsprong van de socialistische en communistische beweging in het Oldambt ligt in de sociale tegenstellingen tussen herenboeren en landarbeiders. In dit deel van het Oldambt, met name in de Dollardpolders, werd het grootste deel van de grond geëxploiteerd door enkele honderden grote akkerbouwbedrijven (ieder 40 tot 100 hectare groot), die samen werk boden aan enkele duizenden landarbeiders. Deze arbeiders werkten daarnaast elders als seizoensarbeider, met name bij de dijkbouw, in de veenderijen en in de hooioogst in Friesland. Zomers waren er veel arbeidskrachten nodig, maar door invoering van dorsmachines na 1880 liep de seizoenswerkloosheid verder op. 's Winters was er weinig werk, zodat armoede soms schrijnend was.

Boeren en arbeiders kenmerkten zich door een krachtig individualisme, dat onder de landarbeiders werd versterkt door de het seizoenswerk en het feit dat zij met eigen tuingrond gedeeltelijk zelfvoorzienend waren, zonder dat ze daarvan voldoende rond konden komen. Beide groepen vormden, zoals een studie uit 1939 het uitdrukt, "krachtige, individualistische, robuste typen, zooals men in ons land misschien elders niet vindt. … Beide zijn gesteld op een zo groot mogelijke vrijheid".Willem Steigenga, Werkgelegenheid en werkloosheid in de agrarische productie, Utrecht 1939, p. 148. Daarbij kwam dat boeren en arbeiders tot op zekere hoogte dezelfde waarden deelden. "De Oldambtster landarbeider is veel meer 'burgerlijk' gebleven dan men misschien zou verwachten", schrijft streekkenner en socioloog Evert W. Hofstee.Evert W. Hofstee, 'De ontwikkeling van de huwelijks­vruchtbaarheid in het Oldambt in de periode 1850-1950', in: Jacob Brummelkamp e.a. (red.), De wereld der mensen. Sociaal-wetenschappelijke opstellen aangeboden aan Prof. Dr. J.J. Fahrenfort, Groningen 1955, p. 342-343.

De groeiende tegenstellingen, de toenemende armoede en het gevoel van onrecht dat hiermee gepaard ging, leidden tot spanningen en onrust. In kielzog van de beweging voor algemeen kiesrecht kwamen de charismatische oud-predikant Domela Nieuwenhuis en andere bekende sprekers naar het Oldambt, waardoor socialistische ideeën verbreid raakten. Het dorp Finsterwolde, waar hotelhouder Jan Poppes Hommes vergaderruimte beschikbaar stelde, vormde – naast Winschoten – al snel een tweede centrum van de arbeidersbeweging in de streek.

Vanaf 1890 heerste er in het hele gebied een revolutionaire sfeer, die door militair ingrijpen werd onderdrukt. Vanaf 1894 werden veel landarbeiders aanhanger van het anarchisme of vrije socialisme. Terwijl elders in het Oldambt en in de Veenkoloniën de kern van de arbeidersbeweging zou worden gevormd door de SDAP en door vakbonden aangesloten bij het NVV, richtten de arbeiders uit de Rode Driehoek zich op het radicale socialisme en bleven ze grotendeels ongeorganiseerd.

Verklaringen De klassieke verklaring voor de opkomst van het radicale socialisme in het Oldambt – zoals verwoord door E.W. Hofstee in zijn studie Het Oldambt uit 1937 – legt een verband tussen socialisme en secularisering of ontkerkelijking. De arbeiders zouden vatbaar zijn geworden voor radicale ideologieën, omdat ze gedesorienteerd raakten door de moderne theologie, die hun behoefde aan religieuze diepgang niet beantwoordde. Bij de arbeiders, stelt E.W. Hofstee, "stierf … het religieuze leven af, omdat hun het geestelijk voedsel werd onthouden, dat ze nodig hadden".Evert W. Hofstee, Het Oldambt. Een sociografie, deel 1: Vormende krachten, Groningen/Batavia 1937, p. 293. Deze analyse zou later nog vaak herhaald worden. Een alternatieve verklaring stelt dat moderne theologie, sociaaliberalisme en het radicalisme, die veel aanhang hadden onder de 19e-eeuwse boerenstand, juist de ideologische basis legden voor verdere radicalisering en ontkerkelijking onder landarbeiders en ambachtslieden.Otto S. Knottnerus, 'Land Kanaän aan de Noordzee: een vergeten hoofdstuk', in: Hans Elerie en Peter Hoppenbrouwers (red.), Het Oldambt, deel 2. Nieuwe visies op geschiedenis en actuele problemen, Groningen 1991, p. 25-71, aldaar p. 55-56. Idem, 'Oldambt: het Puukje van de geheele Provincie', in: Jaarverslag Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek 1995, Arnhem 1996, p. 35-55.

Er bestaan bovendien opvallende overeenkomsten tussen de oproeren van de 18e eeuw, toen de Oldambtsters in de ban raakten van mystiek geloof en oranjegezindheid, en de opkomst van de arbeidersbeweging aan het eind van de 19e eeuw. Wat beide stromingen gemeen hadden, was een sterk geloof in radicale veranderingen en een nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid.Otto S. Knottnerus, 'Anarchisme als geseculariseerde bevindelijkheid', in: Eerste Jaarboek Postdoctoraal Instituut voor de Sociale Wetenschap, Amsterdam 1991, p. 87–98. In het confessionele Oostwold, aan de rand van een 18e-eeuwse polder, hield men vast aan traditionele opvattingen; in het linksradicale Finsterwolde, dat pas tot bloei kwam in de 19e eeuw, schoven de mensen op in de richting van sociaalliberalisme en socialisme. De pioniersgeest van het nieuwe land maakte dat men de bakens steeds verder ging verzetten. Omdat de kansen echter ongelijk verdeeld waren, groeide de wrok van de landarbeiders tegen de rijke boerenstand, met wie men dezelfde vrijgevochten cultuur deelde.

Communisme Na de Russische Revolutie van 1917 wendden veel inwoners van de Rode Driehoek zich tot het communisme. Een ruime minderheid koos voor de sociaaldemocratie. Dat leidde tot heftige spanningen in de gemeenteraden, waar eerst in Beerta (1934) en daarna in Finsterwolde (1951) de gemeenteraad werd ontbonden en een regeringscommissaris werd benoemd. Men sprak in de jaren vijftig wel over Finsterwolde als 'Little Moscow', omdat veel communisten bewonderaars van de Sovjet-Unie waren. Het hoogtepunt van het conflict vormde de landarbeidersstaking van 1929, toen 5000 mannen en vrouwen onder de vlag van de NVV-landarbeidersbond het werk neerlegden.

Tientallen communisten werden slachtoffer van vervolging door het nazi-bewind. Toen de nazi's in 1933 in Duitsland aan de macht kwamen, werden gevluchte communisten – onder de vlag van de Internationale Rode Hulp – geholpen door geestverwanten in de Rode Driehoek, die hen over de grens smokkelden of boodschappen overbrachten.

De communistische beweging kreeg nieuw elan door de strokartonstaking van 1969 onder leiding van Fré Meis en daarna door de toestroom van linkse studenten. De CPN boekte enkele verkiezingsoverwinningen, maar kromp eind jaren zeventig weer in. Alleen in Finsterwolde en Beerta bleef tot 1986 een communistische meerderheid bestaan.

De veranderende koers van de CPN onder lijsttrekker Ina Brouwer en het samengaan met andere linkse partijen riepen bij veel communisten inde Rode Driehoek verontwaardiging op. Bij partijkrant De Waarheid regende het aan opzeggingen en een minderheid sloot zich aan bij de afsplitsing VCN. Vooraanstaande partijleden, waaronder Hanneke Jagersma en Koert Stek, riepen op niet op GroenLinks te stemmen, maar nestor Fré Meis noemde de afvalligen een "secte". In Beerta stemde de helft van de resterende CPN-aanhang in 1989 op de VCN, in Finsterwolde een derde. In de nieuwe gemeenteraad behaalde de CPN vijf van de dertien zetels.

Naspel In 1990 ging Finsterwolde samen met Beerta en Nieuweschans tot de nieuwe gemeente Reiderland, waardoor de voormalige Rode Driehoek in één gemeente werd verenigd. Dat ging niet zonder protest: tussen Beerta en Finsterwolde bestond vanouds veel wedijver en strijd. De CPN-raadsfracties verzetten zich heftig tegen de geplande samenvoeging met PvdA-bolwerk Bellingwolde. Zie ook de sfeertekening: Gert Jan van Dijk en Bart Vink, 'Avondrood in Finsterwolde', in: Intermediair 22, no. 49 (5 december 1986), p. 13-19. In de nieuwe gemeenteraad kregen de PvdA zes en de CPN – tot ieders verrassing – vijf zetels, grotendeels bekleed door aanhangers van de VCN. De media spraken over een Jagersma-effect. De partij bleef desondanks buiten het college van B&W.   

Nadat de CPN in 1991 definitief opging in GroenLinks gingen de communisten in de gemeente Reiderland verder onder de vlag van de Nieuwe Communistische Partij (NCPN) en na 2010 in de Verenigde Communistische Partij (VCP). In Reiderland behaalde de NCPN in 1994 opnieuw de meerderheid en leverde zij beide wethouders, in 1998 en 2002 bleef zij de grootste partij met één wethouder, maar in 2006 belandde de partij na een verlies van drie van de vijf zetels in de oppositie. In de nieuwe gemeente Oldambt bekleedde de VCP onder leiding van Engel Modderman nog een handvol zetels. Een flink deel van de voormalige aanhang koos voor populistische partijen als Lijst Pim Fortuyn en PVV.

Het gebied is sterk vergrijsd, er heerst veel armoede en het gevoel van regionale achterstelling is wijd verbreid. Wel vond er een zekere opleving plaats door aanleg van het Oldambtmeer en de bouw van Blauwestad, wat in de ogen van de communistische partijen echter eliteprojecten waren.

Zie ook

Socialisme in het Oldambt Reiderland (gemeente) De graanrepubliek Bond van Orde door Hervorming

Externe links

Piet Bakker & Wiebe Hoekstra, Werken op het land. Bonden in de landbouw, 1985 (documentaire over de landarbeidersstaking van 1929) Piet Bakker & Wiebe Hoekstra,Tussen oogst en kroost. Landarbeidsters in het Oldambt, 1987 (korte documentaire)

Literatuur Anne de Boer, 'Arbeiders moeten er voor vechten. Landarbeidersbond en loonstrijd in Oostelijk Groningen 1919-1929', scriptie geschiedenis Universiteit van Amsterdam, Amsterdam 1984 Geert Bruintjes, Socialisme in Groningen 1881-1894, Amsterdam 1981 Lammert Buning, 'Met zevenmijlslaarzen door 100 jaar bewogen historie', in: Feestkrant 100 jaar Winschoter Courant, januari 1970 Lammert Buning, ‘Sociale beroering in Oostelijk Groningen. Notities over spanningen, conflicten en landarbeidersacties, inzonderheid in het Oldambt in het eerste kwart van de twintigste eeuw’, in: Groningse Volksalmanak (1978-1979), pp. 125-152 Tjarko van Dijk, 'De Bond van Orde door Hervorming: een reformistisch-conservatieve beweging in Groningen in de jaren 1893-1899', doctoraalscriptie geschiedenis, Groningen 1981 Jan Haveman, 'Sociale spanningen in de betrekkingen tussen boer en landarbeider in een Noord-Nederlands landbouwgebied', in: Akademie-dagen 6 (Amsterdam 1953), p. 36-51 Johan Frieswijk, Om een beter leven. Strijd en organisatie van land‑ en veenarbeiders in het noorden van Nederland (1850-1914), Leeuwarden 1989 Arend Hazekamp, Geestverwanten van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Het vrije socialisme in Groningen, Friesland en Drenthe 1890-1940, Grou 2023