Hermannus (Herman) Cannegieter (Arnhem, 2 augustus 1723 – Franeker, 3 september 1804) was een Nederlands jurist en academicus. Hij was hoogleraar in de rechten en rector magnificus van de Universiteit van Franeker.

Biografie

Familie en opleiding Hermannus Cannegieter werd op 2 augustus 1723 in Arnhem geboren als oudste zoon van classicus en historicus Hendrik Cannegieter en behoorde tot het geslacht Cannegieter, dat later werd opgenomen in het Nederland's Patriciaat. Hij werd opgevoed en gevormd door zijn vader, waarna hij rechten studeerde aan de Universiteit van Leiden. Daar trad hij in de leer bij professoren als Petrus Burmannus Senior, Franciscus van Oudendorp, Johannes Jacobus Vitriarius, Joannes Gerardus Rucker en Gerlach Scheltinga. Op 18 september 1744 werd hij doctor in beide rechten, nadat hij een proefschrift over "sommige duistere punten in de regtsgeleerdheid" verdedigde.Dissertatio juridica de difficilioribus quibusdam legibus (Franeker, 1744)

Cannegieter trouwde op 27 maart 1768 in Franeker met Amarentia Susanna Gonggrijp. Zij was voorheen getrouwd geweest met de Franeker hoogleraar Gijsbert Koen. Het echtpaar Cannegieter stond in de Franeker volksmond bekend als "Manneke en Sanneke". Ze kregen samen twee kinderen, waaronder Hendrik Cannegieter (1773–1830) die secretaris van de grietenij Utingeradeel werd. Buiten zijn academische werkzaamheden bezat Cannegieter de buitenplaats "Orebijt" bij Dronrijp. Predikant en bestuurder Hendrik Cannegieter (1757–1826) was een jongere broer van hem.

Loopbaan thumb|left|Portretgravure van Hermannus Cannegieter in profiel als hoogleraar Romeins recht aan de Universiteit van Franeker (1804) Vanaf 1744 werkte Hermannus Cannegieter als advocaat aan het Hof van Gelderland. In 1750 werd hij als opvolger van Dominicus Balk benoemd als hoogleraar in de burgerlijke rechten aan de Universiteit van Franeker, met een inauguratierede over "de wijdloopige en uiteenloopende leerwijzen der oude regtsgeleerden". Op initiatief van prinses Anna van Hannover kreeg Cannegieter in 1752, naast zijn leerstoel in het Romeins recht, een extra leeropdracht in het staatsrecht, natuurrecht en volkenrecht. Onder zijn studenten bevond zich ook zijn jongere broer Johannes Cannegieter, die van 1750 tot 1754 in Franeker studeerde en later hoogleraar aan de Universiteit van Groningen werd. Ook de latere hoogleraar in Groningen Seerp Gratama was een leerling van Cannegieter.

Sinds 1766 was Cannegieter lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Hij kreeg door de jaren heen meerdere malen het aanbod om hoogleraar aan zowel de Universiteit van Utrecht als de Universiteit van Leiden te worden, maar bleef steeds trouw aan Franeker. Cannegieter was van 1756 tot 1757, 1766 tot 1767 en van 1776 tot 1777 driemaal rector magnificus van de Friese universiteit. Op 2 juni 1783 werd hij verkozen tot lid van het Provinciaal Utrechts Genootschap van Kunsten en Wetenschappen.

Vanwege zijn orangistische overtuiging werd Cannegieter in 1795 door de representanten uit zijn ambt ontzet, maar in 1802 werd hij in zijn professoraat hersteld. Na een kort ziekbed overleed hij in 1804 op 81-jarige leeftijd in Franeker.

Bibliografie Een selectie van de door Hermannus Cannegieter uitgegeven werken:

Dissertatio juridica de difficilioribus quibusdam legibus (Leiden, 1744) Dissertatio de difficilioribus quibusdam legibus (Franeker, 1752) De veteri lege Romana, cujus meminit Nonius (Franeker, 1753) Observationes ad collationem Legum Mosaicarum et Romanarum (Franeker, 1760), waarop hij later het volgende commentaar schreef: Commentarius ad Fragmenta veteris Jurisprudentiae, quae exstant in Collatione Legum Mosaicarum et Romanarum (Franeker, 1765) Observationum Juris Romani liber primus, in quo plurima juris civilis aliorumque Auctorum loca explicantur et emendantur (Franeker, 1768), dit werk werd later met drie andere boeken uitgebreid en uitgebracht onder de titel: Observationum Juris Romani Libri quatuor in quibus Juris Civilis aliorumque Auctorum loca explicantur. (Leiden, 1772/1777) Album Amicorum (Franeker, 1776; collectie Academie van Franeker)

Samen met zijn zwager Henricus Johannes Arntzenius, telg uit het geslacht Arntzenius, bracht Cannegieter het volgende werk uit: Dissertatio Philologico-Juridica ad legem 2 ff de in Jus vocando (Franeker, 1755)

Ook leverde hij middels zijn aantekeningen een bijdrage aan het werk van Johannes Gottlieb Heineccius: Antiquitatum secundum ordinum institutionem quinta editio, prioribus auctior multoque emendatior notis, inprimis et animadversionibus, quas Cl. in Belgica Antecessor addidit. (Leiden en Franeker, 1777)

Categorie:Nederlands jurist Categorie:Nederlands hoogleraar Categorie:Rector magnificus van de Universiteit van Franeker