miniatuur|Munt geslagen tijdens de regering van doge Carlo Contarini miniatuur|Tekening die aangeeft dat de Venetiaanse Leeuw het eiland Kreta verdedigt

Carlo Contarini (Venetië, 5 juli 1580 – aldaar, 1 mei 1656) was doge van de Republiek Venetië, en, volgens de traditie, de honderdste doge op rij. Tevoren had hij een carrière als diplomaat en ambtelijk bestuurder zowel buiten als in de stad Venetië.¨

Levensloop Diplomatieke carrière De familie Contarini was een van de vooraanstaande families van de Republiek Venetië. Ze bezatten het Palazzo San Felice aan het Canal Grande. Voorouders die doge waren, waren Francesco Contarini en Nicolò Contarini. Zijn ouders waren Andrea Contarini en Elisabetta di Vito Morosini.

Als achttienjarige stapte hij in de diplomatie. Hij maakte deel van een diplomatieke zending bij paus Clemens VIII in Ferrara (1598). In 1599 was hij in Milaan. Daar brachten de Venetiaanse diplomaten hulde aan de aartshertogen Albrecht en Isabella, die op weg waren naar de Spaanse Nederlanden. Vervolgens was hij in 1600 in Graz. Daar vond het huwelijk plaats Ferdinand II van Oostenrijk en diens eerste echtgenote Maria Anna van Beieren. Vervolgens trok Contarini naar het hof van keurvorst Frederik IV van de Palts; hij bedaarde er de ruzie tussen de keurvorst en Venetië met gunstig gevolg. De Venetianen mochten verder handel drijven met de Keurpalts.

Contarini huwde in 1601 met Paolina di Lorenzo Loredan. Zij bracht een bruidsschat aan van 26.000 dukaten. Het echtpaar kreeg vier zonen en vier dochters.

Ambtelijke besturende carrière Contarini verliet de diplomatie en wisselde deze in voor een ambtelijke besturende carrière. Deze begon in 1606 met de benoeming tot burgemeester van Feltre. In deze bergachtige streek morde het arme volk. Hij startte er met het uitdelen van importvergunningen voor graan. De burgemeesters van de steden Padua en Treviso zagen met tegenzin hoe hun voorraadschuren open gingen voor het bergvolk van Feltre. Contarini stimuleerde de wolbewerking, de kopersmederij en het verbeteren van ijzeren landbouwtuigen. Alhoewel het gebied hem onvruchtbaar leek, stimuleerde hij toch het zaaien van haver. De haver moest dienen voor de Venetiaanse cavaleriepaarden.

Contarini werd benoemd in de Raad van Tien en stadssenator van Venetië. Dit waren benoemingen voor het leven.

In 1622 werd Contarini daarnaast bekleed met het ambt van burgemeester van Verona. Hij deed dit een jaar. Hij voerde de strijd op tegen banditisme en graansmokkel. Vanuit Mantua werd er namelijk goedkoop graan Verona binnen gesmokkeld. Toen Contarini de hoge graanprijzen in de stad wou verminderen, kreeg hij protesten van grootgrondbezitters over zich heen. Contarini voerde transportvergunningen in voor elke graantransport, ook van een dorp naar een ander dorp. Het gevolg was dat bestelformulieren vervalst werden zodat de overheid slechts zicht kreeg op kleine transporten in de praktijk.

Terug in Venetië (1623) hield hij zich in de Raad van Tien met staatszaken bezig.

In 1630 ontving Contarini de benoeming tot censor; hij was later gedurende een jaar ook hoofd van de Staatscensuur.

Van 1630 tot 1631 was Contarini proveditor in de streken van Treviso en Bassano. Concreet moest hij de pestendemie indammen. Het leidde tot staatscontrole van transporten van soldaten en goederen. Kwakzalvers en traditionele genezers zette hij met deze controle buiten spel. Hij liet de lazaretten grondig inspecteren, zette zo veel mogelijk gevangenen in aparte cellen en liet overtollig voedsel van soldaten verbranden.

Van 1632 tot 1633 was hij superintendant voor Istrië. Hij herorganiseerde de zouthandel. Dit betekende de zoutsmokkel aan banden leggen. Hiertoe moesten de inventarissen van de pakhuizen nagekeken worden met de reëel gestockeerde zoutvoorraden. Zo ging hij de concurrentie aan met de zoutimport van de Oostenrijkers in de haven van Triëst.

Nadien keerde hij terug naar de Raad van Tien. Het ambt van kapitein van Brescia moest hij vroegtijdig stop zetten om gezondheidsredenen (1637-1638). In diezelfde periode 1637-1638 was hij staatsinquisiteur, te vergelijken met een officier van justitie. Hij verhoogde de controles op de belastingontduiking in de stad Venetië en omgeving; de taksen op zijdetransport werden hervormd.

Na 1638 was Contarini nog stadsadvocaat en muntcommissaris.

Doge In 1655 overleed doge Francesco Molino. Contarini had geen politieke ambities meer. Hij hield zich bezig met zijn uitgebreide landgoederen in Veneto; tijdens de verkiezingen verbleef hij in zijn villa op het platteland nabij Padua. De verkiezingen verliepen moeizaam. Bovendien was er tijdens een massabijeenkomst in de San Marco basiliek paniek uitgebroken toen er onweer uitbrak. Een vijftigtal mensen vond de dood door vertrappeling. De dodentol was hoog omdat de evacuatieweg via het dogepaleis geblokkeerd was omwille van het verkiezingsproces. Om uit de impasse te komen verkozen de Raad van Honderd Contarini tot doge. Contarini, die reeds ziek was, reisde af naar Venetië. Contarini smeet vanuit zijn karos gouden munten naar de armen op het San Marcoplein.

Het bestuur van Contarini kenmerkte zich door spilzucht. Hij kocht de duurste kleding voor zichzelf en liet vertrekken van het dogepaleis luxueus herinrichten met wandtapijten en zilverwerk. De nuntius schreef over hem dat de Roomse Kerk in doge Contarini een bondgenoot gevonden had. Contarini steunde verzuchtingen van Roomse geestelijken op financieel gebied.

De oorlog om Kreta die Venetië voerde tegen de Ottomanen, liep verder tijdens zijn regering. Deze oorlog wordt ook de Zesde Venetiaans-Ottomaanse Oorlog genoemd.Voor een opsomming van alle Ottomaans-Venetiaanse oorlogen, zie: Venetiaans-Ottomaanse oorlogen. De vloot behaalde enkele kleine overwinningen in Egina en aan de Dardanellen.

Dertien maanden na zijn verkiezing overleed doge Contarini. Mogelijks overleed hij aan een beroerte, dat de hofartsen aanvankelijk als niets ernstigs aanzien hadden. Contarini werd begraven met een praalgraf in de minderbroederskerk San Bonaventura in Venetië.Deze kerk van de minderbroeders werd vernield tijdens het Napoleontisch bestuur over Venetië.

Postuum De nuntius noemde het overlijden een zwaar verlies voor de Heilige Stoel. De hofartsen werden in satirische theaterstukken opgevoerd als blinde mollen, die maar geen zware ziekte konden vinden bij de doge. Zijn familie werd opgezadeld met zware schulden te wijten aan Contarini’s spilzucht. Circa 1800 kregen nazaten van de overleden doge Alvise Pisani (1664-1741) toestemming om het graf van Contarini om te zetten in een graf voor Alvise Pisani. Dit was een zeldzaam hergebruik van een dogegraf voor een andere doge.

Categorie:Doge van Venetië Categorie:Italiaans diplomaat Categorie:Italiaans burgemeester Categorie:Italiaans ambtenaar Categorie:Persoon in de 17e eeuw