De veldtochten van Reinier en Lambert (973–976) waren enkele veldtochten in de omgeving rond Valenciennes en Bergen.
Reinier en Lambert waren twee zonen van Reinier III van de Henegouw. In 958 werd hun vader echter verbannen, Reinier en Lambert werden in veiligheid gebracht aan het Hof van West-Francië. De Henegouw werd in 964 gesplitst onder Amalricus van Valencijn en . Zodra Richer kinderloos overleed (972) eisten Reinier en Lambert het graafschap Bergen als hun erfenis. Ze genoten de steun van Lotharius van Frankrijk, die als voogd van Arnulf II van Vlaanderen veel belang hechtte aan bondgenoten aan de Rijkse zijde van de Schelde, en door Hugo Capet, de invloedrijke schoonvader van Reinier. Een broer van Lotharius, Karel van Laon, maakte tegelijkertijd aanspraak op de titel "hertog van Lotharingen".
Een jaar later overleed keizer Otto I de Grote, met de jonge Otto II als opvolger. Opnieuw gaven Reinier, Lambert en Karel hun eisen te kennen. Otto II wantrouwde hen. De broers van Richer, en , brachten een leger in gereedheid om Bergen te verdedigen. Het West-Frankische leger stak de Schelde over bij Mortagne-du-Nord, een bruggenhoofd van het graafschap Vlaanderen, en zegevierde te Péronnes. Werner en Reinoud sneuvelden, waarschijnlijk ook Amalricus van Valencijn. Nu namen Reinier en Lambert bezit van de graafschappen Bergen en Valenciennes. Nabij hun oostgrens bouwden ze de versterking Buxude, vermoedelijk Boussoit. Van hieruit voerden ze plundertochten uit in Lotharingen, waarbij andere edelen sneuvelden waaronder misschien Robrecht I van Namen en Rudolf II van de Haspengouw.
In 975 werd een keizerlijk leger samengesteld onder aanvoering van Godfried van Verdun en Arnulf "uit Vlaanderen". Buxude werd ingenomen en verwoest. Reinier en Lambert kwamen wellicht vrij tegen losgeld en keerden terug naar West-Francië. Hun veroveringen werden verdeeld tussen Godfried (Bergen en de Brabantgouw) en Arnulf (Valencijn en de Haspengouw). Vervolgens gaf Otto II aan zijn vazallen de toelating om de Schelde te beveiligen met drie burchten: Godfried te Ename (het "markgraafschap Ename"), Arnulf te Valenciennes (het "markgraafschap Valencijn"), de hertog van Lotharingen te Antwerpen (het "markgraafschap Antwerpen").
Al in 976 deden Reinier en Lambert – opnieuw met de steun van Lotharius, Hugo Capet en Karel van Laon – een nieuwe inval. Ze wonnen een veldslag bij Bergen en namen Godfried gevangen. Otto II moest nu wel onderhandelen. In 977 werd een akkoord bereikt: Godfried en Arnulf moesten de deelgraafschappen Chièvres (aan Reinier), Leuven (aan Lambert), Brussel en Halle (aan Karel) afstaan. Bovendien werd Karel tevredengesteld met de titel "hertog van Lotharingen" en de hieraan verbonden ambtslenen. Zijn persoonlijke aanwinsten, Brussel en Halle, gingen later over op Lambert door diens huwelijk met Gerberga van Neder-Lotharingen (na 992).
Bronnen Théophile Lejeune (1869). Notice historique sur (...) Boussoit-sur-Haine, p. 66-73.
Categorie:Huis der Reiniers Categorie:Oorlog in de Nederlanden in de middeleeuwen Categorie:Oorlog in de 10e eeuw Categorie:970-979